Officiele publicatie

Algemene subsidieverordening gemeente Neerijnen 2017

De raad van de gemeente Neerijnen;

gelezen het voorstel van het college 24 mei 2016;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Neerijnen 2017:

Artikel 1. Begripsomschrijving

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a)
    college:
    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neerijnen;
  • b)
    raad:
    de gemeenteraad van de gemeente Neerijnen;
  • c)
    subsidie:
    de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvragen, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten
  • d)
    de wet:
    de Algemene wet bestuursrecht;
  • e)
    subsidieontvanger:
    een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een groep die zich de behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard ten doel stelt waaraan het college subsidie heeft verleend;
  • f)
    subsidiejaar:
    het kalenderjaar, tenzij op basis van deze verordening genomen besluiten is bepaald dat een boekjaar wordt bedoeld;
  • g)
    activiteiten:
    De prestaties waarmee beleidsdoelen en maatschappelijke effecten worden bereikt en waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
  • h)
    onderneming:
    iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
  • i)
    programmabegroting:
    de door de raad goedgekeurde begroting;
  • j)
    subsidieplafond:
    een maximum subsidiebijdrage (per subsidiejaar) voor het bereiken van doelen zoals beschreven in artikel 4 van deze subsidieverordening.

Artikel 2. Bevoegdheden college

Het college is bevoegd tot het beslissen op aanvragen om subsidie.

Artikel 3. Reikwijdte

1.

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) en subsidies op de volgende beleidsterreinen:

  • a)
    Onderwijs;
  • b)
    Sport, Cultuur en recreatie;
  • c)
    Maatschappelijke ondersteuning;
  • d)
    Volksgezondheid.
2.

Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

3.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor de bekostiging van activiteiten die, naar het oordeel van het college, van belang zijn voor het realiseren van maatschappelijke doelen van de gemeente Neerijnen en/of haar inwoners.

  • a)
    Het college kan besluiten af te wijken van de richtlijn voor bekostiging van activiteiten en een subsidie toekennen ten behoeve van het in stand houden van een basisvoorziening;
  • b)
    De activiteiten moeten bijdragen aan het verwezenlijken van de maatschappelijke doelen van de gemeente Neerijnen.
4.

Activiteiten die het vormen en / of verspreiden van partijpolitieke, godsdienstige en / of levensbeschouwelijke gedachten en beginselen tot doel hebben, vallen buiten de reikwijdte van deze verordening.

Artikel 4. Subsidieregelingen

1.

Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie; dit zijn subsidieregelingen met dezelfde strekking als beleidsregels.

2.

Het college kan in de subsidieregelingen de reikwijdte van artikel 3 lid 3 van deze verordening nader uitwerken.

3.

Het college stelt subsidieregelingen jaarlijks vast op basis van de programma's uit de programmabegroting.

Artikel 5. Subsidievormen

Bij het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening kunnen de volgende subsidievormen met de hierna aangegeven betekenis worden onderscheiden:

  • a)
    budgetsubsidie: een subsidie, waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximum bedrag
    aan financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt en waarvan de hoogte wordt
    bepaald door de gewenste activiteiten en/of maatschappelijke effecten;
  • b)
    projectsubsidie: een subsidie waarbij aan een organisatie, een vereniging of inwoners van de gemeente Neerijnen financiële middelen worden verstrekt voor activiteiten met een eenmalig of projectmatig karakter;
  • c)
    een combinatie van een budget- en projectsubsidie.

Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1.

De gemeenteraad kan jaarlijks het subsidieplafond vaststellen voor de in artikel 3 lid 1 genoemde beleidsterreinen.

2.

Burgemeester en wethouders bepalen bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

3.

De raad kan een subsidieplafond wijzigen:

  • a)
    als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of
  • b)
    als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.
4.

Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

5.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 7. Aanvrager

1.

Een subsidie wordt, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, alleen verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.

2.

Indien dit voortvloeit uit de aard van de activiteit kan het college ook subsidie verstrekken aan één of meer (groepen van) natuurlijke personen.

3.

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval:

  • a.
    activiteiten te (gaan) verrichten:
    • 1.
      die aansluiten bij artikel 3 lid 3 van deze verordening;
    • 2.
      die aansluiten bij de uitgangspunten van de programmabegroting en onderliggende beleidsstukken;
  • b.
    de behoefte aan subsidiëring van de activiteiten aannemelijk te maken, waarbij de hoogte van de subsidie aantoonbaar redelijk en noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;
  • c.
    aan te tonen dat er, samen met de aangevraagde subsidie, voldoende financiële middelen zijn om de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd uit te voeren;
  • d.
    waar mogelijk de activiteiten af te stemmen op die van andere organisaties en/of partijen en samen te werken met andere organisaties en/of partijen;
  • e.
    te voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die in deze verordening, de (eventueel)
  • f.
    te voldoen aan (eventuele) aanvullende eisen die het college stelt aan de subsidieontvanger;
  • g.
    geen activiteiten te verrichten die in strijd zijn met de Nederlandse wet en/of het Europees recht.

Artikel 8 . Subsidieaanvraag en aanvraagtermijn

1.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een aanvraagformulier

2.

Een aanvraag om een projectsubsidie wordt tenminste zes weken voor de aanvang van de desbetreffende activiteit schriftelijk ingediend.

3.

Een aanvraag om een budgetsubsidie waarop de afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing is, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar schriftelijk ingediend.

4.

Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

  • a.
    een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
  • b.
    de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
  • c.
    een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
  • d.
    een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
  • e.
    Het college kan bij subsidieregeling van de voorgaande leden afwijken.

Artikel 9. Beslistermijn

1.

Het college beslist op een aanvraag voor een projectsubsidie binnen 12 weken gerekend vanaf de uiterste indieningstermijn voor het aanvragen van de subsidie.

2.

Het college beslist op een aanvraag voor een budgetsubsidie uiterlijk op 30 november van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

3.

Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen.

Artikel 10. Weigeringsgronden subsidie

1.

De subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de wet genoemde gevallen kan worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:

  • a.
    de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente Neerijnen of niet
    aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Neerijnen;
  • b.
    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de
    subsidie wordt verleend;
  • c.
    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het
    bepaalde bij of krachtens de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
  • d.
    de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen,
    hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
  • e.
    de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente;
  • f.
    in die activiteiten op een naar oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien.
2.

Indien een aanvraag wordt ingediend buiten de daarvoor gestelde termijn als genoemd in artikel 8, wordt deze buiten behandeling gesteld behoudens anders luidende beslissing door het college.

3.

Het college kan bij subsidieregeling aanvullende weigeringsgronden stellen.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger

1.

Het college kan de subsidieontvanger andere doelgerichte verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de wet opleggen.

1.

Het college kan de subsidieontvanger naast de in lid 1 bedoelde verplichtingen ook niet-doelgerichte verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:39 van de wet.

2.

De subsidieontvanger is verplicht tijdig opgave te doen aan het college van een wezenlijke wijziging van de gegevens die bij de aanvraag om subsidie zijn overgelegd.

3.

De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 lid 2, een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.

4.

De wijze waarop de hoogte van de in lid 4 bedoelde vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, subsidievaststelling of subsidiebeëindiging.

5.

Bij de bepaling van de hoogte van de in lid 4 bedoelde vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.

6.

Indien het de waarde van onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling als bedoeld in lid 6 door een onafhankelijke deskundige.

Artikel 12. Aanvraag subsidievaststelling

De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de activiteiten, of na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag om vaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de wet in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.

Artikel 13. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen

1.

Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op door het college per boekjaar verleende subsidie aan rechtspersonen.

2.

Het college kan bepalen dat de subsidieontvanger een reserve vormt.

3.

Indien de subsidieontvanger zijn inkomen in overwegende mate ontleend aan de subsidie is artikel 4:76 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14. Voorschotten

1.

Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen

2.

De beschikking tot voorschotverlening geschiedt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening en vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

3.

Het voorschot wordt binnen 6 weken na de voorschotverlening betaald.

Artikel 15. Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen voor:

  • a.
    de procedure tot indienen van subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 8;
  • b.
    de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3 lid 3;
  • c.
    de verdeling van de beschikbare gelden over de in artikel 3 lid 3 genoemde activiteiten;
  • d.
    de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 10.

Artikel 16. Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen, en voor zover toepassing van deze verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het in deze verordening bepaalde.

Artikel 17. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 18. Overgangsbepaling

1.

Op een aanvraag die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening wordt op grond van de voor dat tijdstip geldende regels beslist.

2.

Meerjarenafspraken die zijn gemaakt voor de inwerkingtreding van deze verordening behouden de overeengekomen looptijd.

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 1.
    Deze verordening treedt in werking na bekendmaking per 1 januari 2017.
  • 2.
    Met de vaststelling van deze verordening komen de volgende verordeningen en regelingen per 1 januari 2017 te vervallen:
    Subsidieverordening gemeente Neerijnen 2010.

Artikel 20. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Algemene subsidieverordening gemeente Neerijnen 2017".

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 juli 2016:

,voorzitter
,griffier