Officiele publicatie

Beleidsregels standplaatsen gemeente Neerijnen 2015

1. BELEIDSREGELS 2015

De gemeente Neerijnen heeft in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een artikel opgenomen (artikel 5:18) waarin regels ten aanzien van standplaatsen zijn verwoord. Het artikel stelt dat zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders geen standplaats mag worden ingenomen. Voorts wordt een aantal gronden genoemd op basis waarvan een vergunning kan worden geweigerd. Om te komen tot een meer specifiek en actueel beleidskader, in aanvulling op genoemd artikel in de verordening, zijn beleidsregels opgesteld.

1.1 Standplaatsvergunningen

De beleidsregels voor standplaatsen zijn:

  • 1.
    Zonder vergunning van het college kan geen standplaats worden ingenomen. Het juridische kader voor de beoordeling van aanvragen voor standplaatsvergunningen wordt gevormd door de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Neerijnen.
  • 2.
    Een vergunning kan worden geweigerd:
    • In het belang van de openbare orde (hieronder valt de veiligheid en rust in de publieke ruimte);
    • In het belang van de openbare veiligheid (hieronder valt de verkeersveiligheid);
    • In het belang van de volksgezondheid;
    • In het belang van de bescherming van het milieu;
    • Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
    • Wanneer een vergunning in strijd is met het geldende bestemmingsplan;
    • Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
  • 3.
    De beslissing om een vergunning te verlenen of te weigeren is gemandateerd aan de teammanager Dienstverlening en Beleid.
  • 4.
    Voor permanente standplaatsen geldt dat de locaties zijn opgenomen in een bestemmingsplan.
  • 5.
    Een standplaatsvergunning kan worden verleend voor een hele dag of voor een dagdeel.
  • 6.
    Het uitgangspunt is dat er per permanente standplaatslocatie een maximum geldt van één standplaatsvergunning per dag of twee standplaatsvergunningen bij een dagdeel. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er sprake is van een (kleine) warenmarkt of als er een vergunninghouder is die op een locatie al vier dagen een standplaats inneemt.
  • 7.
    Een standplaatsvergunning wordt voor bepaalde tijd verleend. De tijdsduur van de vergunning is bepaald op maximaal 5 jaar.
  • 8.
    Een vergunninghouder van een standplaats kan maximaal 4 dagen per week standplaats innemen.
  • 9.
    Aanvragen voor een standplaatsvergunning dienen minimaal acht weken van te voren te worden ingediend.
  • 10.
    Een voertuig dat benodigd is voor een standplaats (er vindt bijvoorbeeld naast verkoop uit een verkoopwagen of kraam ook verkoop plaats uit de meegekomen vrachtwagen) dient binnen de oppervlakte van de standplaats te vallen. Een vergunninghouder dient hier rekening mee te houden bij de vergunning aanvraag. Er kunnen in de vergunning eisen worden gesteld aan de maximale oppervlakte van een standplaats.
  • 11.
    Wanneer de vergunninghouder langer dan één maand geen gebruik maakt van de vergunning kan deze worden ingetrokken.
  • 12.
    Tijdelijke standplaatshouders kunnen gebruik maken van een door hen beoogde locatie indien in de betreffende periode geen gebruik wordt gemaakt van de locatie door een vaste standplaatshouder.
  • 13.
    Aanvragers voor een tijdelijke standplaats die toch gebruik willen maken van een andere locatie dan een permanent aangewezen standplaatslocatie zullen goed moeten motiveren waarom ze niet op de permanente standplaatslocaties kunnen staan en waar ze gedurende de aangevraagde periode wel willen staan.
  • 14.
    De mogelijkheid voor het innemen van een tijdelijke standplaats is beperkt tot een maximum van drie maanden.
  • 15.
    Er wordt afgezien van een wachtlijstsysteem vanwege het ruim voldoende aanbod van locaties en de vervuiling die doorgaans optreedt bij de administratie van wachtlijsten.
  • 16.
    Er wordt geen branche-indeling gehanteerd.
  • 17.
    Standplaatsvergunningen in het kader van particulier niet-commercieel initiatief volgen de beleidslijn en de vergunningvoorwaarden zoals bij reguliere standplaatsvergunningen.
  • 18.
    Voor het afgeven van een standplaatsvergunning zijn leges verschuldigd. Daarnaast wordt voor het innemen van een standplaats op gemeentegrond een bedrag per jaar in rekening gebracht voor 1 dag(deel) per week van € 0,90 per m2 (per standplaatslocatie per week).
  • 19.
    Wanneer een vergunninghouder een standplaats inneemt in dezelfde dorpskern voor meer dan 1 dag(deel) in de week wordt voor het innemen van de standplaats op gemeentegrond voor de extra dagen een bedrag in rekening gebracht van € 200,- per dag.
  • 20.
    Aan standplaatsvergunningen worden voorschriften verbonden. De voorschriften hebben ten doel de openbare orde en veiligheid te beschermen.
  • 21.
    Er wordt repressief controle uitgevoerd op de naleving van voorschriften en beleidsregels. Illegale situaties worden niet (langer) gedoogd.
  • 22.
    De uren die door vergunninghouder zijn aangevraagd dienen ook te worden gebruikt.
  • 23.
    De stroomkosten van gemeentelijke stroomkasten worden naar rato verrekend met de gebruikers / standhouders.

2. INWERKINGTREDING BELEIDSREGELS

De beleidsregels in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening treden na bekendmaking (publicatie) in werking op 1 september 2015.

Overgangssituatie

De ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregels geldende vergunningen behouden hun geldigheid gedurende de termijn waarvoor ze zijn afgegeven. Na het aflopen van deze termijn worden standplaatsvergunningen verleend op basis van de nieuwe beleidsregels.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van Neerijnen van 20 juli 2015.
De secretaris,
P.W. Wanrooij
De burgemeester,
L.H.M. van Ruyven-van Leeuwen