Officiele publicatie

Bijdrageverordening Avri 2016

Besluit van het algemeen bestuur van Avri houdende vaststelling van de bijdragen van de betrokken gemeenten aan de Gemeenschappelijke regeling Avri (Bijdrageverordening Avri 2016)

Het algemeen bestuur van Avri;

gelet op artikel 26, vierde lid, van de Gemeenschappelijke regeling Avri;

Besluit:

vast te stellen de navolgende Bijdrageverordening Avri 2016.

Artikel 1: Begripsbepalingen

Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Avri is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder:

  • a)
    Begrotingsjaar : het kalenderjaar waarvoor een begroting geldt;
  • b)
    directeur : de directeur van Avri; bedoeld in artikel 34 van de regeling;
  • c)
    Verordening : Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing; Afvalstoffenheffing
  • d)
    Basistaken : de taken, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de regeling;
  • e)
    Plustaken : de taken, bedoeld in artikel 20, tweede lid van de regeling;
  • f)
    BSR : openbaar lichaam Belastingsamenwerking Rivierenland, en
  • g)
    Regeling : de Gemeenschappelijke Regeling Avri.

Artikel 2: Grondslag bijdrage

1.

Een betrokken gemeente is op basis van deze verordening jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan Avri voor de instandhouding van de organisatie en uitvoering van de basistaken.

2.

Overeenkomstig artikel 20, tweede lid van de regeling, wordt de financiering van de plustaken die Avri op verzoek aanvullend uitvoert voor een individuele gemeente vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst.

3.

Avri brengt, overeenkomstig artikel 21, eerste lid, onder a, b en c, van de regeling, heffingen in rekening bij de burgers van de betrokken gemeenten. BSR voert het opleggen van de aanslagen en de inning voor Avri uit.

4.

De betrokken gemeenten dragen er, conform artikel 26, vijfde lid, van de regeling, zorg voor dat Avri te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

5.

Indien bij vaststelling van de jaarrekening blijkt dat Avri niet over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, wordt het ontbrekende bedrag gedekt uit de voorziening inzameling AVH (voorziening afvalstoffenheffing) van Avri. Indien het ontbrekende bedrag hieruit niet kan worden gedekt, dragen de betrokken gemeenten naar rato van hun bijdrage, bedoeld in het eerste lid, het ontbrekende bedrag bij (op basis van aantal inwoners; bron CBS).

Artikel 3: Berekening en betaling bijdrage

1.

De kosten voor het zorgdragen voor de basistaken inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a tot en met c, van de regeling, worden verdisconteerd in de afvalstoffenheffing als vast te stellen in de Verordening afvalstoffenheffing door het algemeen bestuur van Avri.

2.

De kosten voor het zorgdragen voor de basistaken, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder d en e van de regeling (bedrijfsafval) worden op contractbasis in rekening gebracht bij derden.

3.

De voorlopige verdeling van de kosten, bedoeld in het eerste en het tweede lid, tussen de betrokken gemeenten vindt plaats op basis van aantal inwoners (bron: CBS). Op basis van het voorgaande wordt de voorlopige bijdrage vastgesteld en opgenomen in de begroting.

4.

Voor zover van toepassing, is over de betalen bijdrage btw verschuldigd. BSR brengt, voor zover van toepassing, btw in rekening bij de burgers van de betrokken gemeenten. De doorbetaling van heffingen door BSR aan Avri vindt plaats inclusief btw.

5.

De kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen worden per kwartaal eveneens afzonderlijk (op voorschotbasis) in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten inclusief BTW. Avri stuurt gelijktijdig met deze voorschotnota per kwartaal een creditnota naar de gemeenten inclusief een opslag voor de gemiddelde BTW die bij de inwoners in rekening wordt gebracht. Betaling van de facturen vindt plaats overeenkomstig artikel 26, zesde lid, van de regeling.

6.

Vaststelling van de definitieve bijdrage per betrokken gemeente vindt plaats bij de jaarrekening, op basis van de werkelijke kosten op basis van inwoners (bron CBS). Jaarlijks vindt per betrokken gemeente een verrekening plaats (op basis van de jaarrekening) van de op voorschotbasis overgemaakte btw en de btw die voortvloeit uit de realisatiecijfers van het betreffende begrotingjaar (op basis van aantal inwoners: bron CBS).

7.

Jaarlijkse tekorten dan wel overschotten binnen de exploitatie van de huishoudelijke afvalstoffen worden geëgaliseerd via de voorziening AVH. Indien een eventueel tekort niet kan worden geëgaliseerd via de voorziening AVH, dan is het vijfde lid van artikel 2 van deze regeling van toepassing.

Artikel 4: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag volgende op bekendmaking.

Artikel 5: Citeerwijze

Deze verordening wordt aangehaald als Bijdrageverordening Avri 2016.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van Avri 16 december 2015.
de secretaris,
E.J. de Vries
de secretaris,
L. Verspuij