Officiele publicatie

Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen

Beleidsregels voor evenementenvergunningen  

29 maart 2016

2 Inleiding

Evenementen zorgen voor een afwisselend cultureel aanbod en verhogen de betrokkenheid van de inwoners bij het dorp. Er kleeft echter een keerzijde aan de steeds vaker en groter georganiseerde evenementen. Evenementen kunnen veel overlast veroorzaken, met name voor mensen die dichtbij evenementenlocaties wonen en werken.

De gemeente Neerijnen heeft als vergunningverlener de rol van regisseur bij het afgeven van evenementenvergunningen. Met een duidelijk, volledig en integraal evenementenbeleid moeten de evenementen in goede banen geleid worden. Veiligheidsrisico’s worden hierdoor beperkt en tegengegaan. De nadruk ligt op de voorbereiding van evenementen ter voorkoming van calamiteiten. Het doel van het Evenementenbeleid Neerijnen 2016 (hierna te noemen: Evenementenbeleid 2016) is dan ook om een duidelijk bestuurlijk kader te schetsen, waardoor inzicht ontstaat in de voorbereiding (gecoördineerde aanpak), het verloop (ordelijk) en de samenloop (wanneer en waar) van evenementen.

Naast de Algemene Plaatselijke Verordening Neerijnen 2016 (hierna te noemen: APV 2016) zijn er ook beleidsregels nodig om te komen tot een nadere invulling van het juridisch kader waar naar moet worden verwezen, onder andere bij samenloop van diverse evenementen. Met het evenementenbeleid 2016 wordt een evenwichtige verdeling en spreiding van evenementen naar tijd en plaats beoogd, rekening houdend met de wens van de samenleving naar deze evenementen enerzijds en waarborging van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en de bescherming van het milieu (beperken van overlast) anderzijds. Het evenementenbeleid is daarnaast bedoeld om bij allerlei zaken die samenhangen met het organiseren van evenementen, preventief, goed stil te staan en deze zaken goed te regelen. Tevens is getracht middels dit evenementenbeleid duidelijkheid te verschaffen aan evenementenorganisaties. Wat wordt van de aanvrager verwacht, waar moet de aanvrager op letten en wat is nu allemaal wel en niet toegestaan?

2.1 Totstandkoming Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen

Naar aanleiding van het reguliere overleg met de Oranjeverenigingen op 12 oktober 2015 is besloten tot een actualisatie van de Richtlijn Evenementen Gemeente Neerijnen. Omdat het niet gaat om een nieuw beleidsstuk, maar om een aanpassing van het bestaande beleid is er voor gekozen om dit niet zes weken ter inzage te leggen voor inspraak. De meeste wijzigingen zijn reeds besproken met de Oranjeverenigingen.

2.2 Bevoegdheid ten aanzien van evenementen

Op grond van de Gemeentewet en de APV is de burgemeester het verantwoordelijk bestuursorgaan ten aanzien van evenementen: de evenementenvergunning wordt verleend door de burgemeester.

Ten aanzien van sommige evenementen (bijvoorbeeld ten aanzien van verkeersaspecten en milieuaspecten) is het college van burgemeester en wethouders echter het bevoegd bestuursorgaan. Dit beleid is dan ook vastgesteld door beide bestuursorganen, ieder voor zover bevoegd en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd

2.3 Status Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen

Dit evenementenbeleid zijn beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): “een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan”. Deze beleidsregels regelen de nadere uitoefening van bevoegdheden: de bevoegdheden zelf zijn onder meer neergelegd in de APV. In aanvulling op de APV zijn beleidsregels opgesteld als specifiek en actueel beleids- en toetsingskader bij evenementenvergunningen.

Het voordeel van het Evenementenbeleid 2016 is dat ter motivering van een besluit hiernaar verwezen kan worden. Hier staat tegenover dat het bestuursorgaan in beginsel moet handelen overeenkomstig het evenementenbeleid, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen (artikel 4:84 Awb). Met andere woorden: zowel voor de gemeente als voor de burger is het beleid bindend, tenzij er sprake is van een bijzonder geval.

2.4 Wat is een evenement?

Wat als evenement moet worden aangemerkt staat beschreven in artikel 2.24 van de APV 2016. Als algemeen geldend criterium wordt gehanteerd:

“elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”

Daarbij wordt tevens als evenement gezien: een herdenkingsplechtigheid, een braderie, een optocht op de weg niet zijnde een betoging als bedoeld in Wet openbare manifestaties, een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement) en een voetbalwedstrijd waarbij tenminste één betaald-voetbal-organisatie is betrokken. Al deze vormen worden gezien als een evenement, maar niet voor alle evenementen hoeft een vergunning aan worden gevraagd. Veel minder belastende evenementen zoals een braderie, zijn alleen meldingsplichtig. De criteria voor vergunningsvrije (maar wel meldingsplichtige) evenementen zijn terug te vinden in paragraaf 2.1.

Wanneer een feest al dan niet besloten ‘op of aan de weg’ plaatsvindt, is dit een vergunningsplichtige activiteit omdat het plaatsvindt op doorgaans voor publiek toegankelijk gebied. Het feit dat een feest besloten is, dus niet voor publiek toegankelijk, doet daar niets aan af. Wanneer een feest een ‘besloten’ karakter heeft maar er publiekelijk kaarten worden verkocht of reclame wordt gemaakt, is er tevens sprake van een evenement.

Onder een evenement wordt niet verstaan (artikel 2:24 lid 1 onder a t/m g APV 2016):

  • een bioscoopvoorstelling;
  • een warenmarkt, standplaatsen en snuffelmarkt- (artikel 5:18 en 5:22 van de APV 2016);
  • het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen, aanbieden van (live)muziek of activiteiten die in de uitoefening van die inrichting gebruikelijk zijn;
  • een betoging, samenkomst of een vergadering (Wet openbare manifestaties);
  • een speelgelegenheid (artikel 2:39 van de APV 2016);
  • activiteiten die binnen een reguliere bestemming vallen met betrekking tot sportaccommodaties, dorpshuizen, verenigingsgebouwen en onderwijsinstellingen.

2.5 Evenementen in inrichtingen

Feesten die gehouden worden in horecagelegenheden of andere inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en die niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld het optreden van een bekende dj in een horecagelegenheid, wat substantieel extra bezoekers gaat trekken, of een bedrijfsfeest op een kantoor) vallen tevens onder het begrip evenement. Voor een dergelijke activiteit is een evenementenvergunning nodig. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor reguliere (horeca)bedrijven, maar ook voor dorpshuizen. Het feit dat zij een drank- en horecavergunning hebben doet daar niet aan af. Deze ziet immers op de reguliere bedrijfsvoering, maar niet op het houden van evenementen. Ook de exploitatievergunning ziet slechts op de reguliere exploitatie, maar niet op het houden van evenementen. In de evenementenvergunning worden dan voorschriften opgenomen betreffende de openbare orde zoals parkeeroverlast, beveiliging en brandveiligheid.

Beveiliging is niet bij alle evenementen verplicht, maar is afhankelijk van de aard van het evenement. Of beveiliging vereist is zal per aanvraag omtrent een evenementenvergunning worden getoetst. Bij niet-risicovolle evenementen kan soms worden volstaan met (vrijwillige) toezichthouders. Bij risicovolle evenementen is beveiliging min of meer verplicht. Het aantal in te zetten beveiligers zal per evenement worden bepaald aan de hand van de voor de toetsing van de aanvraag evenementenvergunning in te vullen risico-scan en het advies hieromtrent van de politie. Voor wat betreft geluidsvoorschriften zal worden verwezen naar de reguliere geluidsvoorschriften uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit). Mocht bij een festiviteit in een inrichting het geluid harder gaan dan mogelijk op grond van het Activiteitenbesluit, kan hiervoor op grond van artikel 4:3 van de APV 2016 een geluidsontheffing worden aangevraagd door middel van een ‘kennisgeving incidentele festiviteit’.

2.6 Overnachten in een niet daarvoor bestemd gebouw

Niet alle gebouwen binnen de gemeente zijn bestemd om daarin te overnachten. Toch kan dit in sommige gevallen gewenst zijn ter afsluiting van een leuke activiteit. Ondanks dat het “logeren” in een niet daarvoor bestemd gebouw natuurlijk erg leuk kan zijn, staat de veiligheid voorop. Het moet voor de hulpdiensten duidelijk zijn dat er in het betreffende gebouw overnacht wordt, zodat in geval van een calamiteit rekening kan worden gehouden met het feit dat er zich personen in het gebouw kunnen bevinden.

Er wordt daarom alleen een vergunning verleend voor het overnachten in een niet daarvoor bestemd gebouw als is voldaan aan de brandveiligheidseisen zoals deze door de brandweer worden voorgeschreven. Op het moment dat er een gevaar bestaat voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid wordt er geen vergunning verleend.

2.7 Feesten op bedrijfslocaties

Soms kan het voor ondernemers praktisch zijn om een feest te organiseren op hun eigen bedrijfslocatie. Een ondernemer mag maximaal vier keer per jaar een feest organiseren op zijn bedrijfslocatie of bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld de kerstviering, een nieuwjaarsbijeenkomst, en een zomerfeest. Een bedrijf houdt dan nog één bijeenkomst over voor een incidentele festiviteit zoals een jubileum of receptie. Voorwaarde die hierbij gesteld wordt is dat het evenement bestemd is voor medewerkers en / of relaties van het betreffende bedrijf. Dit om oneerlijke concurrentie met horecagelegenheden te voorkomen.

2.8 Alcoholmatigingsbeleid en drugspreventie

De gemeente Neerijnen heeft als visie dat, om het gebruik van alcohol te matigen, je niet vroeg genoeg kunt beginnen om duidelijk te maken dat het gebruik van alcohol geen automatisme is.

Aan kinderen moet al op jonge leeftijd het voorbeeld gegeven worden dat een alcoholhoudend drankje bij het eten of na het sporten geen vanzelfsprekendheid hoeft te zijn. De kern van ons alcoholmatigingsbeleid ligt in het voorkomen van overmatig alcoholgebruik en niet in een totale ontmoediging. Hieronder valt ook de bewustwording van ouders dat goed voorbeeld doet volgen.

Lokaal alcoholmatigingsbeleid: een integrale aanp ak

Gemeentelijk alcoholmatigingsbeleid dient naast gezondheidsbelangen ook de openbare orde en daarmee de veiligheid van de burgers. Wil dat effectief zijn, dan moet het een integraal karakter hebben. Dat betekent dat:

  • -
    er verschillende en uiteenlopende belangen mee zijn gediend;
  • -
    er verschillende gemeentelijke afdelingen bij betrokken zijn;

De belangen bij alcoholmatigingsbeleid zijn divers en er zijn ook verschillende (externe) partijen bij betrokken. Bij de uitvoering van het beleid is de inbreng van politie, de Voedsel en Waren Autoriteit, de GGD, IrisZorg (= verslavingszorg), jongerenverenigingen, sportverenigingen, horeca, detailhandel en onderwijs onmisbaar. Dit alles laat echter onverlet dat burgers een grote eigen verantwoordelijkheid dragen voor hun gezondheid, en dus ook voor hun alcoholgebruik.

Relatie alcoholmatigingsbeleid met andere beleidsterreinen

De gemeente Neerijnen heeft als visie dat het matigen van het gebruik van alcohol moet worden gestimuleerd. De kern van het alcoholmatigingsbeleid ligt in het voorkomen van overmatig alcoholgebruik met als specifieke doelgroep: jongeren. De bewustwording van de gevolgen van alcoholgebruik onder jongeren, ouders en (sport-) verenigingen speelt daarin een grote rol. De boodschap hierbij is: een goed voorbeeld doet goed volgen. De gemeente Neerijnen conformeert zich aan de landelijke campagne NIX18. Verder zijn er in 2012 binnen het convenant 'Sport en Alcohol' afspraken gemaakt over het schenken van alcohol aan jongeren.

In regionaal verband is een samenhangend verslavingsbeleid ontwikkeld. Naast dak- en thuislozenopvang, middelenverstrekking, consultatie en doorverwijzing en andere vormen van repressieve ondersteuning is een steeds grotere rol weggelegd voor preventie.

Lokale preventie gaat vooraf aan zwaardere vormen van ondersteuning, zorg en behandeling. De bedoeling van de preventie is om te voorkomen dat inwoners langdurig verslaafd raken en hun grip op het leven verliezen. Om deze lokale preventie te realiseren wordt vooral ingezet op maatwerk. Verder worden ook social media als Facebook en Twitter ingezet alcoholmatiging te stimuleren.

Alcoholmatigingsbeleid in relatie tot lokaal gezondheidsbeleid

In ons lokale gezondheidsbeleid is alcoholmatiging als speerpunt benoemd, maar ook verslavingsproblematiek. Dit gebeurt door middel van maatwerk en zal vooral worden verricht door Sociaal Team Neerijnen in samenwerking met IrisZorg. Zij zullen contact opnemen met volwassenen en met hen het gesprek aangaan teneinde verslavingen te beëindigen.

Alcoholmatigingsbeleid in relatie tot veiligheidsbeleid

Lokaal alcoholmatigingsbeleid beoogd primair de schadelijke gevolgen van alcoholmisbruik te voorkomen. Deze betreffen niet alleen de gezondheid van het individu, maar ook de veiligheid en de openbare orde binnen onze gemeente. Overlast als gevolg van overmatig alcoholgebruik dient voorkomen te worden.

Drugspreventie

Door IrisZorg is gemeld dat er tijdens de grotere B-evenementen, zoals de tentfeesten, softdrugs en harddrugs worden verkocht en gebruikt. Het anti-drugsbeleid van de gemeente is erop gericht om het gebruik van softdrug en harddrugs, zoals XTC en speed, tijdens evenementen, op verschillende manieren tegen te gaan. De organisator van het evenement zal in de vergunningsvoorschriften worden verplicht om voldoende beveiligers in te zetten. In de vergunningsvoorschriften en het veiligheidsplan zal worden opgenomen dat deze beveiligers naast het handhaven van de orde tijdens het evenement, de verkoop en gebruik van drugs zoveel mogelijk tegen moeten gaan (in navolging van alcoholconsumptie door minderjarigen). Ook bestaat de mogelijkheid dat IrisZorg aanwezig zal zijn bij de tent-feesten en in horecagelegenheden om in gesprek te gaan met jongeren om hen te wijzen op de gevaren van alcohol en drugs. Verder zal door de EHBO worden geanticipeerd op de mogelijkheid dat er tijdens B-evenementen, met name tentfeesten, XTC en Speed worden verkocht en gebruikt.

Verder worden ook social media als Facebook en Twitter ingezet om drugsgebruik tegen te gaan en te ontmoedigen.

3 Vergunningsprocedure

Dit hoofdstuk is bedoeld als toelichting op de procedure en als hulpmiddel bij het indienen van een aanvraag. De volgende vragen komen hierbij aan bod. Moet er een evenementenvergunning worden aangevraagd? Aan welke voorwaarden moet een vergunningaanvraag voldoen? En hoe verloopt de verdere procedure? Hoe worden evenementen onderscheiden en ingedeeld in categorieën? Wat is de indieningstermijn voor het indienen van aanvragen om een evenementenvergunning? Verder zal besproken worden welke instanties hun advies geven over de aanvraag om de evenementenvergunning, en welke stukken moeten worden ingediend om de aanvraag compleet te maken.

3.1 Vergunningsplichtig of vergunningsvrij?

Artikel 2.25 APV 2016 zondert een aantal evenementen uit van het vergunningsstelsel. Voor een klein eendaags evenement is geen vergunning vereist, mits voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden:

  • a)
    het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200 personen;
  • b)
    het evenement tussen 08.00 uur en 24.00 uur plaats vindt;
  • c).
    geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur;
  • d)
    het evenement mag geen belemmering vormen op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats en vormt ook anderszins geen belemmering voor verkeer en hulpdiensten of bij substantiële parkeeroverlast.
  • e)
    slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m² per object;
  • f).
    er een organisator is;
  • g)
    de organisator tenminste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan aan de burgemeester.

3.2 Geen vergunning, wel melden

Indien het evenement aan bovenstaande voorwaarden voldoet, hoeft er geen aanvraag ingediend te worden voor een evenementenvergunning. Wel moet er een melding worden gedaan. De burgemeester kan binnen 1 week na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. De burgemeester geeft daarvan binnen 2 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. De melding wordt doorgegeven aan politie en brandweer, zodat de hulpdiensten (politie, brandweer) in voorkomend geval van de betreffende activiteit op de hoogte zijn.

Indien er wel vergunning vereist is, dient rekening gehouden te worden met leges voor de afgifte van de vergunning. De legesverordening met actuele tarieven kan geraadpleegd worden via onze website www.neerijnen.nl.

Ook al is sprake van een jaarlijks terugkerend evenement, dan dient toch jaarlijks een nieuwe aanvraag te worden ingediend. Indiening van een aanvraag voor meerdere jaren wordt niet behandeld. Immers de adviezen van externen worden (mede) gebaseerd op ontwikkelingen in de komende jaren. Hierdoor is het niet mogelijk al voor een aantal jaar advies uit te brengen.

3.2.1 Onderscheid soort evenement

In aansluiting op het Beleidsplan evenementenveiligheid Gelderland Zuid” stellen wij kaders die moeten leiden tot meer veiligheid bij risicovolle evenementen en een uniforme aanpak en uitvoering. Dit doel wordt onder andere bereikt door het classificeren van evenementen. Ook zal worden gesproken over “regulier evenement”(A), “aandachtsevenement” (B) en “risico evenement” (C).

De behandelaanpak van aanvragen betreft het weigeren of onder voorwaarden verlenen van de evenementenvergunning, al dan niet op basis van monodisciplinair of integraal multidisciplinair veiligheidsadvies. Voor het bepalen van de behandelaanpak worden alle evenementen geclassificeerd op basis van een eenduidige regionale risico-scan.

Classificatie

De (landelijke) handreiking gaat uit van classificatie in een meldingsplichtig, regulier, aandacht- of risicovol evenement. Tussen haakjes wordt daarbij verwezen naar het cijfer 0 en de letters: A, B en C, waarbij C verwijst naar het risico evenement.

Omschrijving

Categorie 0 Meldingsplichtig evenement

Kleinschalige evenementen zonder noemenswaardig risico en waarbij geen extra capaciteit van de hulpverleningsdiensten is vereist. Deze evenementen zijn veelal niet vergunningsplichtig, maar wel meldingsplichtig. De afspraken hierover dienen lokaal bekend te zijn. De meldingsplichtige evenementen dienen niet geclassificeerd te worden met het classificatieformulier omdat deze de evenementen minimaal als "regulier evenement" classificeert. Deze meldingsplichtige evenementen worden niet op de regionale evenementenkalender geplaatst.

Categorie A Regulierevenement

‘Evenement’, waarbij niet verwacht wordt dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Ook worden geen maatregelen of voorzieningen verwacht van het bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Deze evenementen worden wel op de regionale evenementenkalender geplaatst.

Categorie B Aandachtsevenement

‘Evenement’, waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Een dergelijk evenement kan maatregelen en voorzieningen vragen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Categorie C Risicoevenement

‘Evenement’, waarbij het te verwachten is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Het bevoegd gezag treft maatregelen of voorzieningen om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

Deze categorisering van evenementen is richtinggevend voor het niveau van advisering en multidisciplinaire voorbereiding als onderdeel van het vergunningstraject. Ook kan de categorisering handvatten geven voor vergunningsvoorwaarden en veiligheidsmaatregelen.

De risicoclassificatie

Door middel van een risicoclassificatie bestand, wordt door de gemeente een evenement geclassificeerd. Dit kan op twee momenten plaats vinden. Vóór 15 november het jaar voorafgaand aan het evenement wanneer de gemeente de haar bekende of gemelde evenementen doorgeeft aan het Veiligheidsregio Gelderland-Zuid óf wanneer een aanvraag voor een evenementenvergunning bij de gemeenten binnenkomt op een moment dat de regionale evenementenkalender al is vastgesteld. Het is wenselijk dat in Nederland wordt gewerkt met een eenduidige risicoclassificatie zodat overal in Nederland een evenement op een gelijke wijze wordt geclassificeerd. In verband met het ontbreken van een landelijk ‘kwalitatief en eenduidig instrument’ wordt er in de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en dus ook in Gemeente Neerijnen gewerkt met de risicoclassificatie die is ontwikkeld door de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en inmiddels in meerdere regio's wordt gebruikt. Deze risicoclassificatie kan in de toekomst vervangen worden door een ander (landelijk) risico classificatiemodel. Voor deze risicoclassificatie wordt een digitaal formulier gebruikt waarbij op basis van waardering van indicatoren de mate van risico van de drie risicoprofielen wordt berekend. De indicatoren kunnen afhankelijk van het daarmee gepaard gaande risico een score van 0 tot 5 punten opleveren. Zo zal een evenement met een beperkt bezoekersaantal lager scoren op die indicatie dan een evenement met een zeer hoog bezoekersaantal. De optelsom van alle waarderingen van indicatoren leidt tot een uitkomst in termen van een evenementencategorie.

Omschrijving

Uitkomst risicoscan

Classificatie

Advies betrekken van

< 20 punten

regulier evenement (A)

Optioneel / lokale brandweer / politie, standaard advies GHOR

20 – 30 punten

Aandachtsevenement (B): Evenement met een beperkt risico

Lokale brandweer en politie, GHOR conform checklist, indien geen maatadvies dan standaard advies

≥ 31 punten

Risico evenement (C): Evenement met een hoog risico

Veiligheidsoverleg voor multidisciplinair advies

De belangrijke meerwaarde van het model is dat de gebruiker wordt gedwongen om over eventuele risico’s na te denken. De van nature subjectieve inschatting van de risico’s kan zoveel mogelijk worden geobjectiveerd door de standaardaspecten van een evenement door te lopen; publieksprofiel, ruimteprofiel en activiteitenprofiel. De duiding van de profielen geeft een goed inzicht in de aard en omstandigheden van het evenement en de daarbij behorende risico's. De informatie voor de vaststelling van de profielen wordt geleverd uit het aanvraagformulier evenementen.

De hulpverleningsdiensten kunnen bij de beoordeling van de regionale evenementenkalender aangeven dat zij vinden dat de classificatie moet worden aangepast. Op basis van vakkennis, ervaring en actuele informatie kunnen de waarden van de risicoclassificatie naar boven of beneden worden bijgesteld. Een voorstel hiertoe wordt voorzien van motivatie via de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid aan gemeente Neerijnen aangeleverd. De burgemeester besluit of dit advies wordt overgenomen.

Registratie op de regionale evenementenkalender

Indien het evenement nog niet op de regionale evenementenkalender is geplaatst vindt binnen deze processtap het registreren van de A, B en C evenementen hierop plaats.

Behandelaanpak reguliere evenementen (A)

Bij de reguliere (A) evenementen wordt door de burgemeester lokaal afgestemd met lokale adviseurs; hulpdiensten kunnen naar behoefte om advies worden gevraagd. Deze hulpdiensten hebben hierin elk hun eigen werkwijze die ze monodisciplinair met ons hebben afgestemd.

Behandelaanpak aandacht evenementen (B)

Bij de categorie B wordt uitgegaan van een multidisciplinaire aanpak onder regie van de burgemeester, waarbij de burgemeester de contacten met de organisator onderhoudt. De hulpdiensten geven hierbij aanvullend advies; de bundeling van die afzonderlijke adviezen door de coördinatie is onderdeel van de behandelaanpak. Belangrijke deelprocessen binnen de derde processtap zijn het inventariseren en analyseren van risico’s en mogelijkheden (‘capaciteiten’) om die te beïnvloeden: het risicoprofiel van het evenement.

Als hulpmiddel hiervoor dient een regionaal model risicoanalyse, dat als standaard door de burgemeester en hulpdiensten worden gebruikt. In principe voert elke discipline deze risicoanalyse monodisciplinair uit. Deze risicoanalyse kan reden zijn voor een van de partijen de classificatie te verhogen en de behandelaanpak multidisciplinair op te pakken zoals beschreven onder behandelaanpak risico evenement.

Behandelaanpak risico evenement (C)

Bij de categorie C is de behandelaanpak gelijk aan die van B evenementen. Alleen is de burgemeester hier verantwoordelijk voor het organiseren van een multidisciplinair veiligheidsoverleg. De risicoanalyse wordt multidisciplinair uitgevoerd in het veiligheidsoverleg. Indien door partijen gewenst kan de organisator deel uit maken van het veiligheidsoverleg. De burgemeester is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitgebrachte adviezen en de verwerking van deze adviezen in de vergunning.

3.3 Indieningstermijn

Veel aanvragen voor het organiseren van evenementen worden kort van te voren ingediend. Hierdoor is het maken van een zorgvuldige belangenafweging vaak werk dat op het laatste moment plaatsvindt. Dit is niet wenselijk. Bovendien kan de bezwaarprocedure niet of niet optimaal benut worden, doordat publicatie niet of te laat plaatsvindt. Hierdoor missen belanghebbenden hun recht op bezwaar.

Om een zorgvuldige beoordeling en het recht op bezwaar voor omwonenden en overige belanghebbenden te kunnen waarborgen is ervoor gekozen een ruimere indieningstermijn voor vergunningsplichtige evenementen te hanteren. Naar aanleiding van het jaarlijkse overleg met de Oranjeverenigingen op 12 oktober 2015 is besloten dat een aanvraag uiterlijk 14 weken voorafgaand aan het evenement compleet bij de gemeente is ingediend. Met deze indieningstermijn van 14 weken kunnen de meeste aanvragen beoordeeld worden, zou de publicatie op tijd kunnen plaatsvinden en is er een bezwaartermijn van 6 weken zodat belanghebbenden, voordat het evenement plaatsvindt een bezwaarschrift kunnen indienen. De bezwaargronden zijn dan bekend, zodat hier rekening mee kan worden gehouden.

Belastende en zeer belastende evenementen waarbij extra politie-inzet noodzakelijk of te verwachten is dienen minimaal 14 weken voor het evenement te zijn ingediend. Hierbij moet gedacht worden aan tentfeesten, met daarbij een kermis danwel dancefeesten, evenementen met bovenregionale aantrekkingskracht en evenementen waarbij het verkeer ernstig verstoord wordt (zoals wielerrondes). Inzet van politie is hier (in ieder geval als achtervang) noodzakelijk om de orde en veiligheid van het grote aantal bezoekers en deelnemers of het verkeer te kunnen waarborgen.

Niet belastende evenementen (bijvoorbeeld kleine eendaagse straatfeestjes/straatbarbecues voor zover vergunningsplichtig) mogen als uitzondering 4 weken van te voren ingediend worden. Geoordeeld is dat dergelijke evenementen niet belastend zijn voor de omgeving en een goede beoordeling binnen deze termijn kan plaatsvinden.

Tabel 1.: Indieningstermijn

Soort evenement

Termijn

Minder belastend

4 weken

Belastend

14 weken

Zeer belastend

14 weken

In uitzonderingsgevallen kan in overleg een kortere indieningstermijn gesteld worden. De aanvrager dient dan gemotiveerd aan te geven wat de bijzondere betekenis is van het evenement en waarom de onverkorte indieningstermijn niet gehanteerd kon worden. Het incidenteel verkorten van de termijn is ter beoordeling van de burgemeester. Indien aanvragen niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend, kunnen deze op grond van artikel 1.3 APV 2016 worden geweigerd.

3.4 Regionale (en lokale) evenementenkalender

Veiligheidsregio Gelderland Zuid heeft een regionale evenementenkalender. (Zwaar)belastende evenementen moeten hier op vermeld worden om ongewenste regionale samenloop tussen de grotere evenementen te voorkomen. Deze kalender wordt in januari gepubliceerd. Een (zwaar)belastend evenement moet daarom uiterlijk 15 november aangemeld zijn bij het team Dienstverlening en Beleid van de gemeente. Een melding van het evenement moet de naam van het evenement, de datum, tijden, locatie en een omschrijving van de activiteiten bevatten. Deze evenementen geeft de gemeente door aan de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat, als een evenement op een evenementenkalender is geplaatst, dit niet betekent dat een evenement mag doorgaan. Een evenement kan pas plaatsvinden als een volledige aanvraag is ingediend, deze is beoordeeld en hiervoor daadwerkelijk vergunning is verleend.

Om het evenementen-aanbod onder de aandacht van de inwoners van Neerijnen en onze recreanten te brengen worden de evenementen op een lokale activiteitenkalender geplaatst. Bovendien kan worden bereikt dat evenementen niet tegelijk plaatsvinden en dat de hinder van evenementen die toevallig wel op dezelfde tijd plaatsvinden, wordt beperkt. Deze kalender is te raadplegen op de gemeentelijke website.

3.5 Verplichte gegevens aanvraag

Een aanvraag wordt gedaan door middel van het evenementenformulier, welke vanaf www.neerijnen.nl gedownload kan worden. Het formulier kan digitaal worden ingevuld en als PDF-bestand per e-mail worden teruggezonden naar de gemeente. Uiteraard is dit formulier ook verkrijgbaar aan de balie bij het gemeentehuis. Het formulier dient volledig ingevuld en ondertekend te worden en voorzien te zijn van de hieronder opgesomde bijlagen:

3.5.1 Plattegrond/situatietekening

Een plattegrond geeft de exacte locatie van het evenemententerrein aan. Een situatietekening geeft vervolgens de indeling van het evenemententerrein zelf weer. Vaak worden dergelijke tekeningen gecombineerd. Van belang is dat deze op schaal worden aangeleverd, zodat gecontroleerd kan worden op voldoende afstand van bebouwing, voldoende loopruimte en bijvoorbeeld voldoende ruimte voor hulpdiensten.

3.5.2 Draaiboek

Bij grootschalige en/of meerdaagse evenementen is het soms lastig een goed overzicht te krijgen van alle activiteiten. Het in te leveren draaiboek dient daarom een overzichtelijke omschrijving te bevatten van alle activiteiten (inclusief op- en afbouw) met data, tijdstippen en locaties.

3.5.3 Veiligheids-/calamiteitenplan

De Wet veiligheidsregio's bepaalt dat er een regionaal crisisplan moet worden opgesteld waarin wordt aangegeven hoe brandweer, politie, GHOR en gemeenten samenwerken als er een ramp of crisis is. Om die samenwerking in goede banen te leiden is een goede multidisciplinaire organisatiestructuur noodzakelijk, zodat helder is wie welke rol, taken en bevoegdheden heeft. Verder moet duidelijk zijn wie met wie samenwerkt en wie welke activiteiten (processen) uitvoert om de ramp of crisis het hoofd te bieden. In aansluiting daarop is het ook van belang dat er bij B- en C-evenementen een calamiteitenplan wordt opgesteld die aansluit bij het regionale crisisplan. In Neerijnen worden momenteel jaarlijks 6 grotere van deze B-evenementen gehouden. Dit calamiteitenplan moet worden ingevuld aan de hand van het format waarbij in ieder geval de contactgegevens van de sleutelfunctionarissen worden vermeld. De contactgegevens van de sleutelfunctionarissen zijn beschikbaar via de Meldkamer. In een door de gemeente te organiseren vooroverleg zal op basis van een risico-analyse worden bepaald wat er verder in het calamiteitenplan beschreven dient te worden.

3.5.4 Overige bescheiden

Het kan zijn dat op verzoek van de adviseurs van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid aanvullende informatie of stukken aangeleverd moeten worden. Hierbij kan gedacht worden aan constructietekeningen/berekeningen en certificaten van bijvoorbeeld tentdoeken.

3.5.5 Aanvrager

De aanvrager is degene die als zodanig de vergunning voor het evenement aanvraagt. De aanvrager is voor de gemeente vervolgens de contactpersoon. Deze aanvrager zal ook de beschikking (vergunning) ontvangen, tenzij dit op de aanvraag uitdrukkelijk anders wordt aangegeven. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften. Het is dus van belang duidelijk aan te geven wie de gewenste vergunninghouder is. De organisator van het evenement, voor wie de vergunning bestemd is blijft verantwoordelijk voor een ordelijk verloop hiervan.

3.6 Advisering

De burgemeester beslist op een evenementenaanvraag. Vanuit deze verantwoordelijkheid kan de burgemeester advies vragen aan de drie hulpverleningsdiensten (politie, brandweer en GHOR), Avri en team Dienstverlening en Beleid en eventuele andere terzake kundige instanties, afhankelijk van de aard van het evenement. De adviestermijn is bepaald op 2 weken. De burgemeester kan gemotiveerd afwijken van deze adviezen. Indien er negatieve adviezen zijn, zal de burgemeester over het algemeen besluiten de aanvraag af te wijzen, tenzij de bezwaren met aanvullende vergunningsvoorschriften weg te nemen zijn.

Brandweer

De Veiligheidsregio Gelderland Zuid, Sector Brandweer, Cluster Geldermalsen, Neerijnen, Lingewaal, afdeling Risicobeheersing GNL, afdeling Preventie (hierna te noemen: brandweer) brengt in het adviestraject en tijdens de operationele voorbereiding en uitvoering vakspecifieke deskundigheid in. De deskundigheid is gericht op brandpreventie en de preparatie op eventueel optreden. Zo wordt er onder andere gekeken naar afstand tussen (tijdelijke) bouwwerken, nooduitgangen en of er gebruik wordt gemaakt van brandwerend materiaal.

Politie

De Politie, Oost Nederland, Gelderland -Zuid – evenementen advisering basisteam de Waarden (hierna te noemen: Politie), laat bij kleine evenementen advies uitbrengen door de wijkagent. Bij alle overige evenementen brengt de ‘Senior Project Agent Openbare Orde en Veiligheid’ vakspecifieke deskundigheid in, onder andere met betrekking tot verkeersmanagement, handhaving openbare orde en veiligheid en crowd control. Tijdens de oudejaarsnacht zal, indien nodig, snelrecht worden toegepast.

GHOR

Het bureau GHOR in Gelderland Zuid (Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen) brengt adviezen uit betreffende de inzet van medische hulpverlening en technische hygiënezorg zoals drinkwater- en toiletfaciliteiten.

Avri

Als een evenementenvergunning wordt verstrekt of het evenement mag plaatsvinden kan de aanvrager contact opnemen met de Avri over eventueel (bij de Avri beschikbaar) materiaal. Of de locatie geschikt is voor het evenement wordt bepaald door Avri. Is het weiland geschikt om te fungeren als parkeerterrein? Zijn er rechthebbenden van het terrein die toestemming moeten geven? Verder is deze afdeling betrokken bij eventuele uitvoering van het evenement, als het gaat om stroom-/watervoorziening en wegafsluitingen.

Omgevingsdienst Rivierenland

Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) is verantwoordelijk voor de adviezen betreffende milieuaspecten zoals geluid en water-, lucht- of bodemverontreiniging. Verder ziet de Omgevingsdienst toe op de naleving van de geluidsvoorschriften. In bepaalde gevallen kan worden bepaald dat voor het aanvragen van een evenementenvergunning een akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst. Daarnaast kan de Omgevingsdienst beoordelen of bouwconstructies van bijvoorbeeld grote tenten, podia of tribunes veilig zijn. Deze veiligheid zal aanvankelijk worden getoetst door bureau Integrale Veiligheid en Rampenbestrijding en deze zal indien nodig een opdracht hiervoor verstrekken aan de Omgevingsdienst.

Team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR

Bureau Integrale Veiligheid en Rampenbestrijding (bureau IVR) adviseert over de veiligheid in het algemeen bij B- en C-evenementen en op verzoek van opsteller van de vergunning. Indien de externe adviseurs (politie, brandweer en eventueel GHOR of Avri) conflicterende adviezen hebben gegeven, kan bureau IVR de burgemeester verder adviseren. Daarnaast organiseert bureau IVR een voorbereidend overleg bij C-evenementen in overleg met de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en bij bepaalde B-evenementen (nieuwe evenementen of evenementen met een specifieke impact). Verder organiseert bureau IVR de ambtelijke evaluatie van een evenement, met de organisator, de politie en eventueel de brandweer of een andere veiligheidspartner. Als laatste zorgt bureau IVR ervoor dat er, als vervolgstap op een ambtelijke evaluatie, een bestuurlijke evaluatie plaatsvindt.

3.6.2 Coördinerende verantwoordelijkheid team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR

Als er na afloop van het evenement klachten of vragen zijn, is team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR het aanspreekpunt. Dit team heeft een coördinerende rol bij de afhandeling van deze vragen en klachten en zorgt ervoor dat de betrokken partijen met elkaar in contact komen.

3.7 Vooroverleg

Bij sommige evenementenaanvragen is het wenselijk een vooroverleg te houden met de organisator en alle adviseurs. Bij (zwaar)belastende evenementen is het organiseren van een vooroverleg middels regionaal beleid verplicht gesteld. Verplichte deelnemers aan het overleg zijn team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR, politie en brandweer. Het overleg is het enige moment waarbij rechtstreeks contact is tussen aanvrager en adviseurs en het uitgelezen moment om alle plannen, aandachtspunten en eventuele bezwaren te bespreken. Een vooroverleg wordt gepland door bureau IVR. De aanvrager en adviseurs kunnen uiteraard aangeven een vooroverleg te wensen.

3.8 Rechtsmiddelen

Als de burgemeester voornemens is de aanvraag te weigeren, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. De aanvrager wordt dan in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze hierop kenbaar te maken. Na herbeoordeling wordt schriftelijk het definitieve besluit kenbaar gemaakt.

Indien de aanvrager of overige belanghebbenden het niet eens is of zijn met het besluit van de burgemeester kan hiertegen bezwaar ingediend worden. Ook andere belanghebbenden kunnen tegen dit besluit bezwaar indienen. Optioneel bestaat ook nog de mogelijkheid om beroep en hoger beroep in te dienen bij de bevoegde rechter.

Als er een spoedeisend belang is, bijvoorbeeld omdat het evenement al snel plaatsvindt, kan tevens de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland, Team bestuursrecht Arnhem verzocht worden een voorlopige voorziening te treffen. Hier zijn kosten (griffierecht) aan verbonden welke terug zijn te vinden op de website www.rechtspraak.nl.

3.9 Evaluatie

Als hiertoe aanleiding bestaat, kan na afloop van het evenement besloten worden om samen met de organisator en de betrokken partijen het evenement en de effectiviteit van de genomen maatregelen te evalueren. De conclusies uit de evaluatie kunnen gebruikt worden bij de voorbereiding en vergunningverlening van een toekomstig evenement. Bureau IVR streeft ernaar om deze evaluatie binnen twee weken na het evenement te houden. Bij (zwaar)belastende evenementen wordt in beginsel altijd een evaluatie gehouden.

3.10 Benodigde vergunningen

De meest voorkomende vergunningen en ontheffingen bij de organisatie van een evenement, activiteit, feest e.d. zijn de volgende.

Evenementenvergunning

Er is niet altijd een evenementenvergunning nodig. Wanneer het gaat om een zogenaamd klein evenement, is geen evenementenvergunning nodig. In paragraaf 2.1 is opgenomen wanneer geen vergunning nodig is.

Kennisgeving incidentele festiviteit

Maximaal zes keer per jaar mogen in een horeca-inrichting de geldende normen voor geluid worden overschreden. Hiervoor doet de horeca-inrichting dan een kennisgeving incidentele festiviteit aan het college. Een kennisgeving ziet alleen op de overschrijding van de geldende geluidsnormen, bijvoorbeeld een optreden van een DJ met geluid versterkende apparatuur in een café (= herrieavond). Wanneer sprake is van een evenement, is daarvoor nog een evenementenvergunning nodig.

Ontheffing geluid

Voor geluid buiten een inrichting (zoals in een tent) is een ontheffing geluid nodig. Deze ziet op de overschrijding van de geluidsnormen. Wanneer sprake is van een evenement is daarvoor nog een evenementenvergunning nodig.

Artikel 35 Ontheffing Drank- en Horecawet

Voor het verkopen van zwak-alcoholische dranken (dus geen sterk alcoholische dranken) op een andere plaats dan in een horeca-inrichting is een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet nodig.

Overige

Eventueel andere benodigde vergunningen en ontheffingen zijn beschreven in hoofdstuk 5.

4 Toetsingsgronden

Aanvragen voor evenementen worden door de burgemeester getoetst op een aantal aspecten om na te gaan of de benodigde vergunningen en ontheffingen kunnen worden verleend.

De toetsingscriteria waarop aanvragen worden verleend danwel geweigerd zijn vastgelegd in artikel 1.8 van de APV 2016. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van:

  • a)
    de openbare orde;
  • b)
    de openbare veiligheid;
  • c)
    de volksgezondheid;
  • d)
    de bescherming van het milieu.

Deze criteria worden hieronder uitgewerkt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de weigeringcriteria elkaar soms gedeeltelijk overlappen. Bij het indienen van een evenementenaanvraag is het raadzaam aan te geven welke maatregelen de organisatie treft om te voldoen aan deze toetsingscriteria.

Als uitwerking van de bescherming van het milieu is in deze nota de hinderscore en rustperiode in het leven geroepen.

4.1 Openbare orde

De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde. Onder handhaving van de openbare orde wordt verstaan de zorg voor de naleving van de regels die verstoring van orde en rust in het openbare leven moeten voorkomen. Hieronder valt ook het voorheen gehanteerde weigeringsgrond ‘zedelijkheid’ waarbij te denken valt aan bescherming van de menselijke waardigheid of dierenmishandeling. Bij het openbare orde criterium wordt getoetst hoe groot de kans is op ongeregeldheden die de orde en rust in het openbare leven verstoren en wat de mogelijkheden zijn om hiertegen afdoende maatregelen te nemen. Indien er redelijkerwijze niet voldoende maatregelen kunnen worden getroffen om verstoring van de openbare orde te voorkomen, kan worden besloten om vergunning voor het voorgenomen evenement te weigeren en/of het evenement te verbieden.

4.2 Openbare veiligheid

Bij de beoordeling van de aanvraag wordt tevens gekeken in hoeverre het evenement mogelijk nadelige gevolgen heeft voor de veiligheid van deelnemers, toeschouwers en andere betrokkenen en in hoeverre hiertegen afdoende maatregelen kunnen worden getroffen. Het gaat hier onder andere over verkeersveiligheid, de toestand van apparatuur en installaties en het voorkomen van verlies van (waardevolle) goederen. Indien er niet voldoende maatregelen kunnen worden getroffen om de veiligheid van personen of goederen te waarborgen kan worden besloten om vergunning voor het voorgenomen evenement te weigeren en/of het evenement te verbieden.

4.3 Volksgezondheid

Bij het gezondheidscriterium wordt getoetst of er mogelijk sprake is van een gevaar voor de gezondheid van deelnemers, toeschouwers en ander betrokkenen bij het evenement en welke maatregelen getroffen kunnen worden om de volksgezondheid te kunnen waarborgen. Het gaat hier onder andere om het gebruik van stimulerende en verslavende middelen, algemene hygiënische zaken, sanitaire- en drinkwatervoorzieningen, medische voorzieningen, voedsel- en drankverstrekking of de kwaliteit van zwemwater. Ook weersinvloeden kunnen van invloed zijn op de gezondheid van bezoekers, te denken valt aan onderkoelingsverschijnselen. Indien er niet voldoende maatregelen kunnen worden getroffen om de volksgezondheid te kunnen waarborgen kan worden besloten om vergunning voor het voorgenomen evenement te weigeren en/of het evenement te verbieden.

4.4 Bescherming van het milieu

Het milieubegrip omvat alle soorten overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving of het milieu. Het gaat hier onder andere om overlast in de vorm van geluid, stank, afvalstoffen en andere milieuhinder. Indien er niet voldoende maatregelen kunnen worden getroffen om overlast tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen kan worden besloten om vergunning voor het voorgenomen evenement te weigeren en/of het evenement te verbieden.

4.4.1 Hinderscore

Ten aanzien van het aspect geluid wordt een afweging gemaakt aan de hand van de hinderscore. De hinderscore is een instrument waarmee een afweging wordt gemaakt met betrekking tot het aantal toelaatbare evenementen per gebied. Het signaleert of de hinder voor een bepaald gebied te veel wordt.

4.4.2 Collectieve festiviteit

Op grond van artikel 4.2 van de APV 2016 kan het college van burgemeester en wethouders jaarlijks collectieve festiviteiten vaststellen. Tijdens die collectieve festiviteiten zijn de reguliere geluidsnormen niet van toepassing. Voor zover een evenement wordt gehouden op een als collectieve festiviteit aangewezen dag, wordt voor wat betreft de hinderscore geen rekening gehouden met het geluid. Op grond van artikel 4.2 van de APV 2016 zijn door het college van burgemeester en wethouders Koningsdag en Oudejaarsdag en -nacht als structureel collectieve feestdag aangewezen. De Koningsnacht 2017, welke plaats vindt in de nacht van 26 op 27 april 2017 zal voor alsnog eenmalig, bij wijze van pilot, worden aangewezen als collectieve feestavond.

4.4.3 Incidentele festiviteit

Een incidentele festiviteit (een zogenaamde herriedag /-avond) is een door een (horeca)inrichting gemelde dag waarop de normale geluidsnormen niet gelden. Een (horeca)inrichting kan een dergelijke festiviteit maximaal zes keer per jaar houden. Wanneer een dag als incidentele festiviteit is gemeld en geaccepteerd door het college van burgemeester en wethouders, dan geldt de hinderscore voor geluid niet.

4.4.4 Ontheffing geluid

De incidentele en collectieve festiviteiten gelden voor geluid binnen een (horeca)inrichting. Voor geluid buiten een inrichting (waaronder ook geluid in een feesttent wordt verstaan), geldt dat het college van burgemeester en wethouders een ontheffing geluid kan geven. Dit betekent dat de geluidnormen dan niet gelden. De ontheffing geluid zal alleen worden verleend, wanneer dat past binnen de hinderscore.

4.4.5 Rustperiode: een evenementenvrij weekend

Indien er een (geluid-)belastend evenement vergund is, kan de burgemeester besluiten geen evenementenvergunningen voor het weekend ervoor of het weekend erna te verlenen. Dit kan per kern of voor de gehele gemeente toegepast worden, afhankelijk van de belasting van het evenement. Tot op heden is dit in de gemeente Neerijnen nog niet toegepast.

4.4.6 Overtredingen vorig evenement

Indien bij een vorige editie van het evenement overtredingen zijn geconstateerd of overmatig overlast is gemeld, en de vrees bestaat dat dit bij het nieuwe evenement weer zal geschieden, kan de burgemeester besluiten het evenement te weigeren. Eventueel kunnen ook striktere voorschriften aan de vergunning worden verbonden en/of een preventieve last onder dwangsom worden opgelegd.

4.4.7 Oranjeweek

De Oranjeweek loopt van 29 april tot en met 5 mei. In het kader van de grote B-evenementen welke bestaan uit een kermis, met daarnaast een feest dat gehouden wordt in een feesttent, is besloten om de vergunningen los te koppelen. Zowel voor de kermis als voor het feest dient apart een vergunning te worden aangevraagd en elk van deze deelevenementen zal apart worden beoordeeld.

4.4.8 Koningsnacht en Koningsdag

De Koningsnacht is de nacht voorafgaand aan Koningsdag. Bij wijze van pilot is de Koningsnacht, die plaatsvindt in de nacht van woensdag 26 op donderdag 27 april 2017, aangewezen als collectieve feestavond. Net als bij de Koningsdag mogen evenementen eindigen uiterlijk 01.00 met een coolingdown periode tot 01.30 uur. Indien deze Koningsnacht niet goed verloopt wegens de constatering van overtredingen en overmatige overlast en de vrees bestaat dat dit bij een volgende Koningsnacht weer zal geschieden, zal de burgemeester de Koningsnacht niet structureel als collectieve feestdag aanwijzen.

De Koningsnacht zal als collectieve feestdag worden aangewezen, tenzij de dag van de viering van Koningsdag valt op de dag direct na een zon- of feestdag. In dat geval kan de burgemeester besluiten dat Koningsnacht niet wordt aangewezen als collectieve feestavond en zullen er voor deze avond ook geen evenementenvergunningen worden verstrekt.

4.4.9 Commerciële en niet-commerciële organisatoren

Er wordt in beginsel geen verschil gemaakt tussen commerciële en niet-commerciële partijen, waarbij de mate van belasting van een evenement wordt beoordeeld. Vaak hebben niet-commerciële evenementen een groot draagvlak binnen de gemeenschap. De burgemeester kan beslissen om bepaalde evenementen, die kunnen rekenen op veel draagvlak in de gemeenschap, toch te laten plaatsvinden, ook al wordt hiermee de hinderscore overschreden. Alleen in bijzondere gevallen is dat mogelijk. In beginsel zal de burgemeester alleen van die bevoegdheid gebruik maken wanneer, zoals gezegd, het evenement op een groot draagvlak kan rekenen en de toegevoegde waarde van het evenement voor de gemeenschap groter is dan de te verwachten overlast voor die gemeenschap.

4.5 Evenement Jaarwisseling

Dorpshuisbesturen en gemeente hebben de handen ineen geslagen om tijdens de jaarwisseling activiteiten te laten organiseren voor jong en oud. Behalve versterking van de leefbaarheid in de kernen wordt zo een plaats geboden aan jongeren en ouderen om oud en nieuw te vieren.

4.6 Sluitingstijden

Aangezien de jaarwisseling is aangewezen als structurele collectieve feestdag mogen tijdens de jaarwisseling de festiviteiten die plaatsvinden in de cafés (reguliere horeca) en de dorpshuizen duren tot 1 januari 06.00 's ochtends. Deze vaste sluitingstijd is opgenomen in de APV 2016 onder artikel 2:30.

5 Voorschriften

Als de burgemeester overgaat tot vergunningverlening zullen hier, afhankelijk van de aard van het evenement, voorschriften aan verbonden worden. Het bewaken van de orde en veiligheid op en rond het evenemententerrein is de verantwoordelijkheid van de organisatie zelf. De politie is terughoudend in haar optreden tijdens evenementen. De organisatie moet daarom zorgen voor voldoende gecertificeerde verkeersregelaars, toezichthouders en/of gediplomeerde beveiligers. De inzet hiervan en alle overige voorschriften worden opgenomen in de vergunning.

5.1 Alcoholmatiging en drugspreventie

De gemeente Neerijnen voert een actief alcoholmatigingsbeleid en zet in op drugspreventie. Daarbij wordt o.a. gebruik gemaakt van de diensten van IrisZorg om preventieve activiteiten te kunnen verrichten in de vorm van voorlichting. De verplichting om van IrisZorg gebruik te maken kan in een vergunningsvoorschrift worden opgenomen.

Daarnaast heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om aan de organisatoren van evenementen de verplichting op te leggen om de kosten voor IrisZorg deels voor hun rekening te nemen om tijdens het evenement voorlichting te geven. Ter bescherming van de volksgezondheid en in het kader van ons beleid tot alcoholmatiging en preventie drugsgebruik, dient IrisZorg te worden toegelaten tot het evenement, zodat zij preventieve activiteiten kunnen verrichten in de vorm van voorlichting.

Het bevoegd gezag zal de verplichting tot het toelaten van IrisZorg en de bijdrage in de kosten voor IrisZorg alleen opleggen indien het evenement hoofdzakelijk bezocht wordt door jeugdigen (< 25 jaar) en/of tijdens eerdere edities van het evenement sprake was van overlast gevend gedrag door de bezoekers.

De organisator van het evenement zal in de vergunningsvoorschriften worden verplicht om voldoende beveiligers in te zetten. In de vergunningsvoorschriften en het veiligheidsplan zal worden opgenomen dat deze beveiligers tijdens het evenement de verkoop en gebruik van drugs zoveel mogelijk tegen moeten gaan evenals alcoholconsumptie door minderjarigen.

5.2 Eindtijden

Om de belangen van de omgeving in acht te nemen, is gekozen voor differentiatie in de eindtijden:

Regulier

Van zondag tot en met donderdag geldt een eindtijd van 24.00 uur. Het eventuele gebruik van geluids(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient uiterlijk om 23.00 uur afgelopen te zijn. Aanvragen voor evenementen op zondag worden bovendien in overeenstemming met artikel 3 en 4 van de Zondagswet afgegeven. Op vrijdag en zaterdag geldt een maximale eindtijd van 01.00 uur. Hetzelfde geldt voor dagen die voorafgaan aan een algemene vrije dag. Het eventuele gebruik van geluids(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient ook uiterlijk om 01.00 uur afgelopen te zijn.

Oranjeweek en overige B-evenementen

Tijdens de Oranjeweek en de andere grote B-evenementen zullen de kermis en het bijbehorende feest gelijktijdig eindigen om 1:00 uur met een uitloop tot 1:30 uur. Die uitloop betreft de cooling down periode. Een cooling down periode is een periode na de beëindiging van het evenement waarbij de activiteit en de productie van geluid / muziek gestaakt moet zijn en gestaakt moet worden gehouden en er geen alcoholhoudende drank meer mag worden verstrekt. De lichten zullen ook aangaan als teken dat het evenement echt beëindigd is, zodat bezoekers rustig en geleidelijk het evenement kunnen verlaten. Bezoekers kunnen in deze periode nog hun laatste spijzen consumeren. Na 01:30 uur dient het evenemententerrein te zijn verlaten. Hierin ligt een taak voor de beveiligers en / of toezichthouders van het evenement om erop toe te zien dat dit ook daadwerkelijk gebeurd.

Als collectieve feestdag zijn aangewezen: Koningsdag en de Jaarwisseling. Als pilot wordt de Koningsnacht 2017 aangewezen. De Koningsnacht vindt plaats in de avond van woensdag 26 op donderdag 27 april 2017.

Tijdens de Koningsnacht en Koningsdag zullen de kermis en het bijbehorende feest gelijktijdig eindigen om 01:00 uur met een uitloop tot 01:30 uur. Die uitloop betreft de cooling down periode. Een cooling down periode is een periode na de beëindiging van het evenement waarbij de productie van geluid / muziek gestaakt moet zijn en gestaakt moet worden gehouden en er geen alcoholhoudende drank meer mag worden verstrekt. De lichten zullen ook aangaan als teken dat het evenement echt beëindigd is, zodat bezoekers rustig en geleidelijk het evenement kunnen verlaten. Hierin ligt ook een taak voor de beveiligers en / of toezichthouders van het evenement om erop toe te zien dat dit ook daadwerkelijk gebeurd.

Tijdens de jaarwisseling de festiviteiten die plaatsvinden in de cafés en de dorpshuizen duren tot 1 januari 06.00 's ochtends.

Er kan jaarlijks per dorpskern in totaal maximaal 2 keer afgeweken worden van de maximale eindtijden. Hierdoor is de regeling voldoende flexibel om evenementen die voor de gemeente en de regio van bijzondere betekenis zijn, maar niet binnen de reguliere eindtijden vallen, doorgang te laten vinden.

5.3 Geluidsnorm

De geluidsnorm betreft doorgaans het equivalente geluidsniveau in dB(A) van het muziekgeluid en wordt gemeten in de meterstand ‘Fast’ nabij de gevels van woningen of aan het einde van het publieksdeel. Voor evenementen is er vrijwel altijd sprake van geluid met het karakter van muziek. Er wordt geen straffactor voor muziek toegepast i.v.m. het tijdelijk karakter van het evenement. Om deze - en pragmatische redenen - worden de overige toeslagen en correcties (gevelreflectie, meteo, beoordelingsperiode etc.) eveneens niet toegepast.

Afhankelijk van het type evenement worden verschillende geluidsnormen gehanteerd:

  • -
    Voor vergunningsvrije (kleine) evenementen wordt uitgegaan van een equivalente grenswaarde van 60 dB(A) bij woningen.
  • -
    Voor vergunningsplichtige evenementen (middelgrote- en grote) evenementen bedraagt de grenswaarde 70 dB(A) nabij gevels van woningen.
  • -
    Bij grote muziekevenementen kan, in plaats van een grenswaarde bij de gevels van woningen, een grenswaarde worden gesteld 80 dB(A) aan het einde van het publieksdeel.
  • -
    In bijzondere situaties kan de burgemeester afwijken van de hierboven genoemde grenswaarden.

Indien er sprake is van muziekevenementen in het housespectrum, wat gekenmerkt wordt door de lage tonen, kan als aanvullend vergunningsvoorschrift opgenomen worden dat het verschil in het dB(C) - dB(A) niveau niet meer dan 14 d(B) mag bedragen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wens van het publiek naar meer lage tonen in de muziek maar wordt de onnodige emissie van teveel lage tonen aan banden gelegd.

Geluidsoverlast in de nacht in verband met de op- en afbouw van evenementen dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Er dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met omwonenden. De geluidhinder die voortvloeit uit de op- of afbouw van evenementen kan ontheffing worden verleend in de vergunningsvoorschriften.

5.4 Beveiliging

De vergunninghouder is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van bezoekers op de locatie van het evenement of het evenemententerrein en moet daarom zorgen voor voldoende beveiliging. De trend is dat de politie zich steeds verder terugtrekt bij de beveiliging van evenementen. Bestuur (Regionaal College) en Politie is meer en meer van mening dat beveiliging bij evenementen geen taak van de politie maar de verantwoordelijkheid van de organisator is. Beveiliging kan alleen worden uitgeoefend door gecertificeerde beveiligers. In beginsel moeten gecertificeerde beveiligers worden ingezet. Beveiligers hebben bevoegdheden op het evenemententerrein en in de directe omgeving daarvan. Soms kan ook worden volstaan met toezicht. Toezicht kan geschieden door toezichthouders, (bijvoorbeeld vrijwilligers). Toezichthouders zijn niet gecertificeerd en hebben geen bevoegdheden. Toezichthouders houden toezicht en zijn geen beveiligers. Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen vrijwilligers dit toezicht uitoefenen of moet er een (door de minister van justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf worden ingehuurd voor beveiliging. Bij grote evenementen geldt dat altijd gecertificeerde beveiligers moeten worden ingezet.

5.4.1 Norm gecertificeerde beveiligers

De norm is dat per 100 gelijktijdig aanwezige bezoekers één beveiliger aanwezig is. Bij belastende evenementen moeten altijd beveiligers worden ingezet. Van deze norm kan afgeweken worden op advies van politie en bureau Integrale Veiligheid en Rampenbestrijding als de aard van het evenement dit vereist of toelaat. Het exacte aantal in te zetten beveiligers zal uiteindelijk per evenement worden vastgelegd in de te verstrekken evenementenvergunning.

Tijdens het evenement moet de vergunninghouder of een door hem aangewezen leidinggevende op het evenemententerrein aanwezig zijn. De vergunninghouder of leidinggevende fungeert als eerste aanspreekpunt voor hulpdiensten. Het is daarom van belang dat op het aanvraagformulier een telefoonnummer is ingevuld waarop de organisatie gedurende het gehele evenement, inclusief op en afbouw, te bereiken is. Het is van belang dat de organisatie te allen tijde en direct aanwijzingen van politie, brandweer en gemeente opvolgt. Zo kan voorkomen worden dat het evenement moet worden stilgelegd.

5.5 EHBO

Omdat elk evenement anders is en de inzet afhankelijk is van de activiteiten die plaatsvinden, het aantal bezoekers en de aard van het publiek, de bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, de plaats en het tijdstip zal voor ieder evenement, waarbij dat noodzakelijk is, door het GHOR-bureau Gelderland Zuid (Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen) een advies worden uitgebracht. De gemeente kan beoordelen aan de hand van een checklist of bij de GHOR advies moet worden aangevraagd. Indien dit niet nodig is, kan het standaardadvies opgenomen worden in de vergunning.

5.6 Brandveiligheid

De Veiligheidsregio Gelderland Zuid, sector Brandweer, Cluster Geldermalsen, Neerijnen, Lingewaal – afdeling Risicobeheersing (brandweer) stelt nadere eisen op het gebied van brandveiligheid. Zo worden onder andere eisen gesteld aan de onderlinge afstand van (tijdelijke) bouwwerken, het plaatsen van brandblussers en de breedte van nooduitgangen. De algemene brandveiligheidsvoorschriften worden in de vergunning opgenomen of aan de vergunning toegevoegd.

Uiteraard kunnen er ook extra voorschriften specifiek voor een evenement in de vergunning worden opgenomen. Hierbij valt te denken aan de veiligheid van de tijdelijke bouwconstructies.

5.7 Bereikbaarheid hulpverleningsdiensten

Ieder evenement moet goed bereikbaar zijn voor de hulpverleningsdiensten. Als het terrein waarop het evenement is gepland, in slechte staat is, kan de eis worden gesteld dat er rijplaten worden neergelegd. Daarnaast moet gezorgd worden voor een calamiteitenroute op en eventueel naar het evenemententerrein.

In verband met de bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten worden de volgende eisen aan het evenemententerrein gesteld:

  • -
    het terrein moet beschikken over minimaal 2 ontsluitingswegen;
  • -
    minimale doorrijbreedte 3,5 meter;
  • -
    minimale doorrijhoogte 4,2 meter;
  • -
    brandkranen en overige bluswatervoorzieningen moeten worden vrijgehouden (minimaal 1 meter);
  • -
    uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden (minimaal 2 meter);
  • -
    bij tentfeesten dient een voor het publiek afgeschermde opstelplaats voor voertuigen van hulpdiensten en politie te worden gecreëerd waarop door de organisatie toezicht wordt uitgeoefend om vernieling aan de voertuigen te voorkomen en daarmee de bedrijfszekerheid te garanderen.

Bij de inrichting van het evenemententerrein moet de organisator ook zorgen dat het publiek tijdens een incident het terrein zo snel en veilig mogelijk kan verlaten. Daarom zijn bij grootschalige evenementen en tentfeesten duidelijk gemarkeerde vluchtwegen vereist. Het aanwezige personeel moet bovendien goede instructies krijgen over de vluchtroutes. De brandweer kan hierin adviseren.

5.8 Verkeer

Evenementen kunnen door hun omvang veel invloed hebben op het verkeer.

Ook kan het zo zijn dat er zodanige verkeersoverlast of parkeeroverlast zal worden ondervonden door het geplande evenement dat sprake is van verstoring van de openbare orde of de openbare veiligheid. Bij evenementen die meer in het belang zijn van de deelnemers dan van de gemeenschap en/of bezoekers, kan de locatie een punt van afweging zijn. In dat geval kan de burgemeester de vergunning weigeren.

Bij grootschalige evenementen dienen aankomst en vertrek van de bezoekersstromen, de wegafsluitingen en omleidingen uitgewerkt te zijn in een verkeerscirculatieplan, welke moet zijn goedgekeurd door politie en Avri. Ook bij kleinere evenementen die op de openbare weg plaatsvinden of die invloed hebben op de doorstroming van het verkeer kan een verkeersplan worden verlangd.

5.8.1 Verkeersmaatregelen

De afsluiting van wegen start vaak voorafgaand aan een evenement, om zo parkeren van voertuigen tegen te gaan en met de opbouw van een evenement te kunnen beginnen.

Het is wenselijk de tijden dat wegen afgesloten worden zoveel mogelijk te beperken. In sommige gevallen is afsluiting niet nodig. Ook kan het zo zijn dat afsluiting van een andere straat voor veel minder overlast zorgt. In dat geval zal in overleg met de organisator naar een alternatief gekeken worden. De gevraagde afsluitingen worden ter advisering aan de politie en de brandweer voorgelegd. Binnen de gemeentelijke organisatie wordt informatie ingewonnen bij het Avri. Het is mogelijk dat, wanneer (een groot deel van) een kern wordt afgesloten voor een evenement, waarbij inrij- en parkeerverboden gelden, er een verkeersbesluit zal moeten worden genomen.

Parkeren

Indien een evenement daartoe aanleiding geeft, dient de organisatie ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers is. Indien de parkeerruimte in de directe omgeving van het evenement onvoldoende is, zal verwezen moeten worden naar een verder weg gelegen parkeergelegenheid. Bij de parkeergelegenheid dienen in overleg met de gemeente verkeersregelaars aanwezig te zijn om het parkeren in goede banen te leiden en toezicht te houden. In verband met de aanstellingstermijn dient hierover 14 weken voor het evenement overleg worden gepleegd met de gemeente. Ook dient de organisator te zorgen voor het aanbrengen van voldoende bewegwijzering naar een parkeerterrein. Om één en ander in goede banen te kunnen leiden, kan de gemeente vragen om een verkeers(circulatie)plan.

Beperken van de overlast

Omwonenden mogen gedurende de evenementen geen overmatige overlast ondervinden van geparkeerde auto’s van bezoekers. De organisator van een evenement dient er voor te zorgen dat omwonenden die met een wegafzetting te maken krijgen tenminste twee weken voorafgaand aan dat evenement hiervan schriftelijk in kennis worden gesteld.

Bereikbaarheid hulpverleningsdiensten

De hulpverleningsdiensten en het openbaar vervoer dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben, eventueel via een alternatieve route. Indien noodzakelijk zal de organisatie de weg vrij moeten geven voor hulpverleningsdiensten zodat zij toegang krijgen tot het evenemententerrein waarop het evenement plaatsvindt.

5.9 Afval

Bij veel evenementen ontstaat een hoop afval. De organisator van een evenement is verantwoordelijk dat alle afval tijdens en na afloop van het evenement wordt opgeruimd. Door het plaatsen van voldoende afvalbakken kan ervoor worden gezorgd dat het publiek afval niet op de grond gooit. Hierbij moet minimaal gerekend worden op een liter afval per bezoeker tijdens een evenement dat 4 uur duurt. Ook overgebleven spullen van rommelmarkten en afval van cateraars, organisatie en standhouders moeten worden opgeruimd.

5.10 Bodem en Groen

Met name bij evenementen in parken of op onverhard terrein zijn maatregelen om eventuele schade aan bodem en groen te beperken van belang. Maar ook bij het plaatsen van grote objecten (zoals kermisattracties) zijn maatregelen noodzakelijk om schade aan bestrating te voorkomen.

Als voorschrift kan bij de vergunning worden opgenomen dat schade aan gemeentelijke eigendommen door de gemeente op kosten van de vergunninghouder wordt hersteld.

5.10.1 Voor- en naschouw

Om onenigheid over de hierboven bedoelde schade te voorkomen, kan de gemeente een voor- en naschouw van het terrein doen. Als een evenement georganiseerd wordt op een locatie waar een reële kans op schade aan het evenemententerrein bestaat, zal de gemeente dit altijd doen. Deze voor- en naschouw wordt verricht door medewerkers van het Avri. De voorschouw vindt zo kort mogelijk vóór het evenement plaats en de naschouw zo kort mogelijk na het evenement. Als schade wordt geconstateerd aan de bodem of aan het groen, die veroorzaakt is door het evenement, verhaalt de gemeente de schade op de organisator van het evenement. De organisator wordt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen geïnformeerd over eventuele schade. De gemeente kan ook voordat het terrein in gebruik wordt genomen een waarborgsom of bankgarantie vragen.

5.10.2 Slecht weer

Regen kan het evenemententerrein veranderen in een modderpoel, waardoor de bodem veel schade kan ondervinden. Vooral op plaatsen waar de catering plaatsvindt, veel publiek samenkomt of veel kuilen in het terrein zitten, is het noodzakelijk eventuele schade te voorkomen. Voor noodgevallen is het handig om houtkrullen, houtsnippers, strooisel, zand en dergelijke achter de hand te hebben om wateroverlast aan te pakken.

Sneeuw of storm kunnen er voorts voor zorgen dat de doorgang van een gepland evenement wordt bemoeilijkt of belemmerd. De burgemeester kan in een dergelijk voorkomend geval bepalen dat een evenement, ondanks dat daarvoor vergunning is verleend, niet doorgaat. Als gevolg van extreem weer, zoals onweer of zware windstoten, gevaar optreedt voor mensen, dieren of materieel kan de burgemeester bepalen dat het evenement, ondanks dat daarvoor een vergunning is verleend niet doorgaat. Verder kan de burgemeester het evenement, in geval van extreme weersomstandigheden, voortijdig laten beëindigen.

5.10.3 Voorkomen bodemverontreiniging

Het evenement mag geen bodemverontreiniging veroorzaken. Om bodemverontreiniging te voorkomen dienen alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te worden getroffen. De vergunninghouder moet voorkomen dat benzine, oliën of vetten worden gemorst als gevolg van tanken, doorsmeren of lekkage aan de leidingen etc. van het materieel. Desondanks gemorste benzine, oliën of vetten dienen op eigen kosten te worden verwijderd door het afgraven van vervuilde gebied ter plaatse, het afvoeren van vervuilde grond en het aanvullen met schone grond. Verder dienen onder apparaten zoals aggregaten lekbakken te worden geplaatst. Eventueel te water geraakte materialen afval en dergelijke moet direct worden verwijderd. De Omgevingsdienst Rivierenland laat de verontreiniging opruimen op kosten van de vergunninghouder als dit niet gebeurt binnen de door de Omgevingsdienst genoemde termijn of bij grote spoed (vanwege de aard en omvang van de verontreiniging).

5.10.4 Zwaar verkeer

Tijdens de opbouw en afbraak van een evenement moet soms zwaar verkeer heen en weer rijden voor de aan- en afvoer van bijvoorbeeld materialen als tenten en podia. Vooral dit zware verkeer, maar ook busjes of gewone auto’s kunnen veel schade opleveren aan de bodem. Rijsporen zijn vaak nog lange tijd te zien. Om schade aan de bodem te voorkomen, is het van belang om zwaar en intensief verkeer om te leiden langs verharde wegen. Is dat niet mogelijk, dan moeten stevige rijplaten of rolmatten worden neergelegd op de routes die het meest worden gebruikt. Hoe zachter de bodem, hoe breder en langer de rijplaten moeten zijn.

5.11 Sanitaire voorzieningen

Het is nodig om bij evenementen te zorgen voor sanitaire voorzieningen. Het is echter niet toegestaan om de afvoer van deze sanitaire voorzieningen te lozen op het slotenstelsel. Plaatsing van sanitaire voorzieningen dient altijd te gebeuren in overleg met Avri.

6 Overige toestemmingen en aandachtspunten

Bij het organiseren van een evenement komt zeer veel kijken, meer dan organisatoren soms beseffen. Hieronder staat een overzicht van mogelijke toestemmingen die nodig kunnen zijn bij een evenement.

6.1 Algemene plaatselijke verordening (APV)

In de APV zijn diverse bepalingen opgenomen die gerelateerd kunnen worden aan de beleidsregels evenementen. Het is van belang dat alle activiteiten genoemd worden in de aanvraag, omdat hiervoor diverse toestemmingen verkregen moeten worden. Denk daarbij aan:

  • Vuurwerk (rond jaarwisseling)
  • Reclame
  • Snuffelmarkten
  • Overnachtingen in de open lucht
  • Kennisgeving incidentele festiviteit (Geluidsontheffing voor inrichtingen)
  • Verruiming openingstijden
  • Carbid schieten

6.2 Drank- en Horecawet

Als er tijdens het evenement zwakalcoholische dranken worden verkocht en het evenement vindt niet plaats in een openbare inrichting of lokaliteit met een drank- en horecavergunning, heeft de persoon die de alcohol verstrekt een ontheffing van de burgemeester op basis van artikel 35 Drank- en Horecawet, nodig. De burgemeester kan ontheffing verlenen voor bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Met deze ontheffing mag enkel zwakalcoholische dranken, dat wil zeggen dranken met maximaal vijftien volumeprocent alcohol worden geschonken. De leidinggevende (onder wiens direct toezicht wordt geschonken) dient minimaal 21 jaar oud te zijn, mag niet onder curatele staan of uit het ouderlijk gezag of voogdij zijn ontzet of van slecht levensgedrag zijn. Bovendien moet hij in het bezit zijn van een diploma of verklaring Sociale Hygiëne. De leidinggevende dient toe te zien op een goede alcoholverstrekking, zoals het niet schenken aan jongeren onder 18 jaar en het voorkomen van overmatig drankgebruik.

Er is geen ontheffing nodig als aan elk van de volgende vereisten wordt voldaan:

  • A)
    het is een besloten feest;
  • B)
    er wordt geen entree geheven; en
  • C)
    er wordt gratis (zwak) alcohol verstrekt.

In verband met het milieu en de veiligheid van de bezoekers kan voor belastende evenementen daarbij bovendien de voorwaarden worden gesteld dat drank uitsluitend in plastic glazen of in duurzame kunststof bekers mag worden geschonken.

Bij evenementen die in hoofdzaak gericht zijn op jongeren onder de 18 jaar zoals kindervakantie-activiteiten wordt geen ontheffing voor het schenken van alcoholische dranken verleend.

6.3 Wet op de kansspelen

Indien tijdens een evenement een kansspel wordt georganiseerd moet hiervoor toestemming op grond van de Wet op de kansspelen worden aangevraagd. Het gaat hierbij om loterijen en kleine kansspelen (bingo, rad van fortuin e.d.).

6.4 Bouwbesluit 2012

Voor het gebruik van bouwwerken waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn en die nog niet eerder door de brandweer zijn gecontroleerd, dient naast een melding evenement of evenementenvergunning, een gebruiksmelding te worden gedaan. Deze gebruiksmelding dient uiterlijk vier weken vóórdat het gebouw voor een dergelijk evenement zal worden gebruikt.

6.5 Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De meetmethoden genoemd in de handleiding “Meten en rekenen van industrielawaai, internetuitgave 2004” worden gehanteerd bij het doen van geluidsmetingen tijdens evenementen.

6.6 Wet milieubeheer

Indien evenementen worden gehouden in inrichtingen die een vergunning hebben op grond van de Wet milieubeheer of vallen onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) gelden de in deze regelgeving genoemde geluidsvoorschriften. Veel (kleinere) bedrijven, waaronder de horeca, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht op grond van de Wet milieubeheer, maar moeten voldoen aan algemene regels uit het Activiteitenbesluit. Op grond van het Activiteitenbesluit gelden er eisen met betrekking tot o.a. geluid en licht. Voor collectieve en incidentele festiviteiten in inrichtingen als bedoeld in het Activiteitenbesluit, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van geluidsnormen voor zover naleving hiervan redelijkerwijs niet kan worden gevergd.

6.7 Wegenverkeerswet 1994 (WVW)

Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet en het daarop gebaseerd Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en/of eigendom van de gemeente of andere wegbeheerders zijn, af te sluiten ten behoeve van een evenement.

6.8 Regeling verkeersregelaars 2009

Verkeersregelaars kunnen worden ingezet om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden. In de regeling verkeersregelaars worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars dienen te voldoen. Evenementenverkeersregelaars dienen een instructie van de politie te krijgen en verzekerd te zijn. Hiervoor bestaan speciale evenementenverzekeringen. Tevens dienen de evenementenverkeersregelaars door de burgemeester te zijn aangesteld.

6.9 Zondagswet

Indien op zondag evenementen plaatsvinden in de nabijheid van kerken en dergelijke gebouwen mag er gelet op de Zondagswet geen sprake zijn van hinder voor de godsdienstuitoefening. Uitgangspunt is dat op zondag voor 13.00 uur geen openbare vermakelijkheden (evenementen) plaatsvinden. Van dit verbod kan de burgemeester ontheffing verlenen indien er geen verstoring van de zondagsviering of de zondagsrust is te verwachten (bv. evenementen zonder muziek of festiviteiten zonder (geluids)hinder). Op zondag mag ook geen gerucht worden verwekt dat verder hoorbaar is dan 200 meter van de bron (uitzondering kerkdiensten, betogingen en vergaderingen). De burgemeester kan hiervan zondags na 13.00 uur ontheffing verlenen. De besluiten van de burgemeester mogen geen beletselen inhouden voor sportbeoefening of andere vormen van ontspanning op zondag, die niet als openbare vermakelijkheden (evenementen) worden beschouwd.

6.10 Winkeltijdenwet

De Winkeltijdenwet geeft aan op welke tijden detailhandel (winkels en uitstallingen langs de weg) toegestaan is. De wet schrijft voor een winkel geopend mag zijn op alle doordeweekse dagen van 06:00 uur tot 22:00 uur, inclusief de zaterdagen. Een winkel mag niet geopend zijn op doordeweekse dagen voor 06:00 uur en na 22:00 uur, zondagen, Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag na 19:00 uur, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, 24 december na 19:00 uur (Kerstavond), eerste en tweede Kerstdag, 4 mei na 19:00 uur.

Indien er ten behoeve van een evenement buiten deze tijden om, behoefte aan detailhandel bestaat kent de Winkeltijdenwet daarvoor een aantal vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden.

6.11 Gezondheids- en welzijnswet dieren en Wet dieren

Indien dieren bij een evenement betrokken worden, bijvoorbeeld bij een circus, zijn de regels van de Gezondheids- en Welzijnswet dieren en de Wet dieren (mogelijk) van toepassing.

6.12 Luchtvaartwet

Op grond van de Luchtvaartwet (1958) en de Wet luchtvaart (1992) gelden er eisen voor het opstijgen en landen van hefschroefvliegtuigen (helikopters), het opstijgen en landen met luchtballonnen, zweefvliegtuigen, landbouwvliegtuigen en ultralight-vliegtuigen. In het kader van evenementen dient de Provincie Gelderland een TUG-ontheffing (Tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaartuigen) af te geven. Hiervoor is een afstemming met de burgemeester vereist. De verklaring van deze afstemming hiervan dient te worden toegevoegd aan de aanvraag voor een TUG-ontheffing. De aanvraag om een TUG-ontheffing dient vier weken voordat hiervan gebruik gaat worden gemaakt, bij Gedeputeerde Staten te zijn ingediend.

6.13 Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen

De beoordeling van de veiligheid van installaties die vallen onder het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen ligt bij de Voedsel en Waren Autoriteit.

Op grond van dit besluit moeten speeltoestellen veilig zijn, waarbij voor nieuwe toestellen geldt dat ze van een certificaat van typekeuring moeten zijn voorzien. De reikwijdte van het Warenwetbesluit is in de loop der jaren uitgebreid met inrichtingen ten behoeve van bungy-jumpen, air diving, abseilen en tokkelen, maar ook speelinrichtingen, trampolines, skateboardbanen en speeltoestellen voor gehandicapten. Later dienden ook watertoestellen, inclusief waterglijbanen van een keurmerk te worden voorzien. Al deze objecten moeten, evenals speeltoestellen die zijn gebouwd na 26 maart 1997, worden gecertificeerd door een van de keuringsinstellingen die de overheid heeft aangewezen.

De toetsing van de burgemeester op veiligheid zal zich in dit verband beperken tot de plaats van attracties ten opzichte van elkaar en op de aanwezigheid van een veiligheidscertificaat.

6.14 Vuurwerkbesluit

Op grond van het Vuurwerkbesluit mogen particulieren alleen vuurwerk afsteken rond de jaarwisseling van 18:00 uur tot 02:00 uur. Vergunning of ontheffing voor andere tijden is niet mogelijk. Het afsteekverbod geldt niet voor fop- en schertsvuurwerk. Vuurwerk dat tijdens evenementen wordt afgestoken valt onder de categorie professioneel vuurwerk en mag alleen worden afgestoken door een gecertificeerd bedrijf dat beschikt over een vergunning van Gedeputeerde Staten van de provincie. Voor het afsteken dient vergunning te worden aangevraagd bij het college van Gedeputeerde Staten, dat de burgemeester in de gelegenheid stelt advies uit te brengen. Indien de burgemeester een negatief advies uitbrengt (de verklaring van geen bezwaar weigert) zal Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning weigeren. Voor het afsteken van theatervuurwerk tot 20 kg en consumenten vuurwerk tot 200 kg hoeft geen vergunning te worden verleend, maar kan worden volstaan met een melding aan Gedeputeerde Staten. De burgemeester wordt door Gedeputeerde Staten in kennis gesteld van de melding.

6.15 Wet wapens en munitie

Het bezit van wapens verhoogt de kans op ongelukken en geweld. Daarom geldt er in Nederland een verbod op wapens. Er zijn wel uitzonderingen op dit verbod. Ook is het voor jagers, sportschutters en wapenverzamelaars mogelijk een vergunning voor een wapen aan te vragen. Op illegaal wapenbezit en illegale handel in wapens staan in Nederland forse boetes en gevangenisstraffen. Personen die een wapen hebben, moeten in het bezit zijn van een verlof tot het voorhanden hebben hiervan dat is afgegeven door de minister van Justitie. De korpschef van de politie adviseert de minister hierbij. Een vaste schietinrichting moet voldoen aan de eisen uit de Wet milieubeheer. Bij incidentele schietactiviteiten, zoals het vogelschieten tijdens de kermis of het in optocht meevoeren van wapens, worden, nadat een vergunning hiervoor is verleend door de Minister van Veiligheid en Justitie, door de burgemeester in de evenementenvergunning veiligheidsvoorschriften opgelegd.

6.16 Verordening aansluitvoorwaarden riolering

In deze verordening is geregeld dat het niet is toegestaan om zonder een vergunning afvalwater te lozen op openbaar riool. Indien er tijdens evenementen toiletwagens worden geplaatst die het afvalwater lozen op het gemeenteriool, zal in de evenementenvergunning worden bepaald of dit is toegestaan, onder welke voorwaarden en op welke locaties(s) dit mogelijk is.

6.17 Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet)

Werkgevers en ook de organisatoren van evenementen zijn op grond van de Arbo-wet en de daarop gebaseerde regelingen verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden van hun werknemers / vrijwilligers. Ook bestaat er een aantal zorgplichten richting het publiek.

6.18 Legesverordening

Onder de naam “leges” worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten en/of het gebruik van overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeente bezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn.

Voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag betalen organisatoren van evenementen leges. Non-profitinstellingen en instellingen die het algemeen nut beogen zijn zijn vrijgesteld van het betalen van leges voor een aanvraag evenementenvergunning. Jaarlijks wordt binnen de gemeente Neerijnen de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel vastgesteld.

7 Handhaving

Goed evenementenbeleid staat of valt met een adequate handhaving, zowel repressief als preventief. Voor een succesvolle handhaving is de medewerking nodig van alle betrokkenen. Dit geldt zowel voor de politie en gemeente als voor de organisatoren en bewoners.

7.1 Meldingen en monitoring

Vaak worden overtredingen pas opgemerkt wanneer ze nadien gemeld worden bij de gemeente. Indien acuut handhaven gewenst is, dienen omwonenden echter contact op te nemen met de politie (0900-8844). Meldingen die niet spoedeisend zijn, kunnen schriftelijk of telefonisch gedaan worden bij team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR (0345-634000). Meldingen/klachten die na het evenement ontvangen worden, zullen worden meegenomen tijdens de evaluatie van het evenement. Daarnaast kan het consequenties hebben voor eventuele toekomstige edities van het evenement.

7.1.1 Monitoring

De monitoring van de klachten en meldingen gebeurt door team Dienstverlening en Beleid, bureau IVR. Deze legt jaarlijks een overzicht van de klachten die bij politie, provincie en de gemeente zijn binnengekomen ter bespreking voor in een evenementenoverleg. Het evenementenoverleg adviseert het bestuur indien de klachten aanleiding geven tot aanpassing van het beleid.

7.2 Bestuursrechtelijke handhaving

Bij overtreding van voorschriften heeft de burgemeester op grond van de gemeentewet de bevoegdheid een einde te maken aan de situatie. In beginsel is dit een schriftelijke procedure tenzij sprake is van een spoedeisende situatie. Een andere mogelijkheid is het opleggen van een (preventieve) last onder dwangsom op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure kan uitsluitend schriftelijk worden gevolgd.

7.3 Strafrechtelijke handhaving

Overtreding van vergunningvoorschriften is in de Algemene plaatselijke verordening strafbaar gesteld. Dit betekent dat politieambtenaren of andere bevoegde ambtenaren kunnen bevelen of vorderen dat de overtreding gestaakt wordt. Zo nodig kan de desbetreffende ambtenaar eigenhandig de overtreding beëindigen. Daarnaast hebben zij de bevoegdheid een proces-verbaal op te maken.

Een strafrechtelijke aanpak heeft op het moment dat de overtreding wordt begaan, gezien de effectiviteit hiervan, de voorkeur. Overtredingen worden niet altijd opgemerkt, waardoor meldingen uit de omgeving noodzakelijk zijn. Bij overtreding van geluidsnormen en/of eindtijden krijgt de organisator eenmaal de gelegenheid om de overtreding ongedaan te maken. Als hij deze gelegenheid niet benut, wordt proces-verbaal opgemaakt en wordt het evenement stilgelegd. Hierbij wordt overigens opgemerkt dat stillegging mogelijk is mits een dergelijk optreden niet leidt tot andere ernstigere vormen van verstoring van de openbare orde en veiligheid (rellen e.d.).

Als er overtredingen zijn geconstateerd, is bij het organiseren van hetzelfde of een vergelijkbaar evenement in de toekomst een bestuursrechtelijke aanpak van de problematiek geboden. Aan de hand van de opgedane ervaringen, zal bij nieuwe aanvragen al naar gelang de omstandigheden gekozen worden voor een of meer van de volgende bestuursrechtelijke acties:

  • -
    het evenement niet meer toestaan;
  • -
    strengere voorschriften verbinden aan de te verlenen vergunning;
  • -
    opleggen van een preventieve last onder dwangsom.

7.4 Handhaving en gevolgen van overtreding

Voor een goede handhaving is medewerking van alle betrokkenen nodig. Daarbij wordt vooral een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van organisatoren. Waar nodig zullen politie, brandweer en/of gemeentefunctionarissen actief optreden.

Bij constatering van overtreding van één of meer vergunningvoorschriften wordt de organisator gewaarschuwd. Indien noodzakelijk zal proces-verbaal worden opgemaakt. Eventueel kan, als de situatie daarom vraagt, het evenement worden stilgelegd (zie hiervoor). Constatering van overtreding van de vergunningvoorschriften kan bovendien gevolgen hebben voor de verlening van vergunningen voor andere of toekomstige evenementen van de betreffende organisator.

Gevolgen

Van evenementen waarbij overtredingen worden geconstateerd, vindt er door of namens de burgemeester, altijd een evaluatiegesprek plaats met de organisator. Hiervan wordt een schriftelijk verslag gemaakt. De uitkomst van deze evaluatie kan de volgende gevolgen hebben bij een volgende aanvraag:

Er worden voor de volgende keer strengere eisen verbonden aan de vergunning;

In de toekomst worden voor het desbetreffende evenement geen vergunningen meer verleend;

Er wordt een preventieve dwangsom opgelegd;

Er is geen beletsel voor een volgende vergunning verlening.

7.5 Evaluatie

Jaarlijks worden in ieder geval de grotere B-evenementen geëvalueerd. Bij beoordeling van de vergunningverlening voor het daaropvolgende seizoen wordt rekening gehouden met de uitkomst van de evaluatie.

8 Inwerkingtreding

Vergunningsaanvragen voor evenementen worden aan de vier weigeringsgronden van de APV 2016 getoetst, te weten openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu. Aanvragen die na inwerkingtreding zijn ingediend worden tevens getoetst aan het Evenementenbeleid 2016 en de daarin opgenomen beleidsregels. Kenmerkend voor evenementen is echter dat niet alle mogelijke situaties zijn te voorzien. Onvermijdelijk zullen zich jaarlijks onvoorziene situaties voordoen die het wellicht nodig maken af te wijken van het bestaande beleid. Dit blijft mogelijk mits dit goed gemotiveerd kan worden. Hiertoe kan besloten worden indien de toegevoegde waarde van het evenement groter is dan de te verwachten overlast. De burgemeester is bevoegd hierover een besluit te nemen.

Het Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen met de daarin opgenomen beleidsregels treden in werking op de 8e dag na de bekendmaking (publicatie) hiervan. De beleidsregels zijn in werking getreden op 15 april 2016.

9 Tot slot

Het is van belang dat de inhoud van het Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen met de daarin opgenomen beleidsregels in de praktijk zijn waarde krijgt. Het beleid is zo ingericht dat de doelstellingen, enerzijds het verminderen van overlast voor omwonenden en anderzijds het levendig houden van de gemeente Neerijnen, bereikt kunnen worden. Randvoorwaarde is echter dat alle betrokkenen zich hiervoor inzetten, waarbij een goede communicatie tussen partijen essentieel is voor het slagen van dit beleid. Handhaving van de voorschriften vormt daarbij het sluitstuk.

Vaststelling en ondertekening,

door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Neerijnen, ieder voor zover bevoegd

Neerijnen, 29 maart 2016

De burgemeester van Neerijnen,

H.H. de Vries

Burgemeester en wethouders van Neerijnen,

De secretaris,

P.W. Wanrooij

de burgemeester,

H.H. de Vries

10 Bijlage

Samenvatting belangrijkste veranderingen Evenementenbeleid 2016 Gemeente Neerijnen.

Gelijktijdige sluiting van de kermissen en de bijbehorende feesten

Jaarlijks vinden er in Neerijnen 6 grotere B-evenementen plaats waarbij extra aandacht moet worden besteed aan handhaving, deze betreffen evenementen waarbij op de evenementenlocatie een kermis en een tent is neergezet waar een feest plaatsvindt. Nu is het zo dat de kermis om 0:00 uur gesloten dient te zijn en dat het feest om 1:00 dient te zijn beëindigd. De sluitingstijden van de kermis en het bijbehorende feest worden gelijkgetrokken.

Zowel de kermis als het feest zal om 1:00 uur eindigen, met een cooling down periode voor de bezoekers om rustig te kunnen vertrekken tot uiterlijk 1:30 uur. Na 1:30 uur dient het evenemententerrein dan ook te zijn verlaten.

Een cooling down periode is een periode na de beëindiging van het evenement waarbij de productie van geluid / muziek gestaakt moet zijn en gestaakt moet worden gehouden en er geen alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. De lichten zullen dan ook aan gaan als teken dat het evenement echt beëindigd is.

Feesten op bedrijfslocaties

Soms kan het voor ondernemers praktisch zijn om een feest te organiseren op hun eigen bedrijfslocatie. Een ondernemer mag maximaal vier keer per jaar een feest organiseren op zijn bedrijfslocatie of bedrijfsterrein. Bijvoorbeeld de kerstviering, een nieuwjaarsbijeenkomst, en een zomerfeest. Een bedrijf houdt dan nog één bijeenkomst over voor een incidentele festiviteit zoals een jubileum of receptie. Voorwaarde die hierbij gesteld wordt is dat het evenement bestemd is voor medewerkers en / of relaties van het betreffende bedrijf. Dit om oneerlijke concurrentie met horeca gelegenheden te voorkomen.

Aanwijzen van collectieve feestdagen

Er worden twee collectieve feestdagen en de daarin opgenomen beleidsregels vastgesteld. Dit betreffen oudejaarsnacht en Koningsdag. Op oudejaarsnacht mogen de feesten in de horecagelegenheden op 1 januari van het nieuwe jaar tot uiterlijk 06:00 uur doorgaan. Op Koningsdag dienen de kermissen en de bijbehorende feesten gelijktijdig te worden beëindigd om 1:00 uur met een cooling down periode van een half uur. Om 1:30 dienen de betreffende feesten echt beëindigd te zijn en moet het evenemententerrein ook zijn verlaten. Met deze tijden wordt ook aangesloten op de eindtijden van evenementen bij buurgemeente Lingewaal.

Aanwijzen van Koningsnacht als collectieve feestavond

Koningsnacht zal als pilot in het jaar 2017 worden aangewezen als collectieve feestavond. Koningsnacht valt in de avond van woensdag 26 april op donderdag 27 april 2017. De viering van Koningsnacht zal niet op een zondag avond vallen. Tijdens deze avond dienen de kermissen en bijbehorende feesten gelijktijdig te worden beëindigd om 1.00 uur met een cooling down periode van een half uur. Om 1:30 uur dienen de betreffende feesten echt beëindigd te zijn en moet het evenemententerrein ook zijn verlaten. Mocht de viering van de Koningsnacht niet succesvol zijn verlopen, dan zal deze nacht het daarop volgende jaar niet worden aangewezen als collectieve feestavond.

Vergunningverstrekking kermis en tentfeesten 

De vergunningen voor het organiseren van de kermis en de tentfeesten zullen niet meer worden verstrekt aan alleen de Oranjeverenigingen. De Oranjevereniging en de kermisexploitant dienen separaat een evenementenvergunning aan te vragen. De beide evenementen worden dus, ondanks dat zowel het feest, met daarbij de kermis samen worden gehouden op het zelfde evenemententerrein, apart benoemd en apart vergund.

Norm beveiligers

De politie hanteert een norm van 1 beveiliger op 250 bezoekers met een minimum van twee beveiligers. Aangezien er naast het handhaven van de orde tijdens het evenement meer van de beveiligers wordt gevraagd in het kader van alcohol- en drugspreventie wordt een norm gehanteerd van 1 beveiliger op 100 bezoekers.