Officiele publicatie

Financiële verordening Omgevingsdienst Rivierenland 2016

Het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Rivierenland,

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

gelet op artikel 216 van de Provinciewet;

gelet op de Gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland;

besluit vast te stellen de:

Financiële Verordening 2016 van de Omgevingsdienst Rivierland vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Financiële verordening Omgevingsdienst Rivierenland.

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. afdeling:

iedere organisatorische eenheid binnen de omgevingsdienst Rivierenland (hierna genoemd: 'de omgevingsdienst') met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het dagelijks bestuur.

b. administratie:

het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de omgevingsdienst en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Hoofdstuk II Begroting en verantwoording

Artikel 2. Programma-indeling

  • 1.
    Het algemeen bestuur stelt de Begroting en de programma-indeling vast.
  • 2.
    Het algemeen Bestuur stelt op voorstel van het DB de Taakvelden per programma vast. 
    Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
  • 1.
    Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven.
  • 2.
    Als bijlage bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven.
  • 3.
    In de begroting wordt de vorming, besteding en omvang van de reserves en voorzieningen behandeld alsook de toerekening en verwerking van rente over voorzieningen welke gewaardeerd zijn tegen contante waarde. Dit alles in relatie tot de paragraaf weerstandsvermogen.
  • 4.
    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.  
    Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen
  • 1.
    Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, de overzichten overhead en onvoorzien
  • 2.
    Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan voor welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
  • 3.
    Indien het dagelijks bestuur voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het dagelijks bestuur in de eerstvolgende algemeen bestuur vergadering aan het algemeen bestuur gemeld. Het dagelijks bestuur voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid.
  • 4.
    Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het dagelijks bestuur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor.

 

Artikel 5. Tussentijdse rapportage

  • 1.
    Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van één tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de omgevingsdienst over de eerste zes maanden van het begrotingsjaar.
  • 2.
    In de tussenrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 25.000 toegelicht. 
    Hoofdstuk III Financieel beleid
     
    Artikel 6. Waardering & afschrijving vaste activa
    1.  Het algemeen bestuur stelt de regels vast voor de waardering en afschrijving op vaste activa.
    2. Het dagelijks bestuur doet voorstellen aan het algemeen bestuur met betrekking tot de wijze waarop vaste activa worden gewaardeerd en afgeschreven.
    3. De voorstellen bevatten in elk geval regels voor de waarderingsgrondslag, de methode van afschrijven en een overzicht van de afschrijvingstermijnen.
    Artikel 7. Kostprijsberekening
  • 1.
    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen.
  • 2.
    Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa.
  • 3.
    Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
  • 4.
    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs goederen en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het tweede en derde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
  • 5.
    In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend.

 

Artikel 8. Vaststelling prijzen

  • 1.
    Het algemeen bestuur stelt de kaders vast voor de prijzen van de door de omgevingsdienst geleverde diensten.
  • 2.
    De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan het algemeen bestuur aangeboden.
  • 3.
    Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten van niet-wettelijke taken. Een winst op deze “commerciële” activiteiten wordt terugbetaald aan de opdrachtgevers zodat deze de nacalculatorische kostprijs in rekening hebben gekregen.   
    Artikel 9. Financieringsfunctie
  • 1.
    Het dagelijks bestuur zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor:
  • 1.
    het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;
  • 2.
    het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
  • 3.
    het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende rendement op uitzettingen;
  • 4.
    het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
    2. Het dagelijks bestuur neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht, zoals opgenomen in het treasurystatuut.

  

Hoofdstuk IV Financieel beheer en interne controle

 

Artikel 10. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor:

  • 1.
    het sturen en het beheersen van activiteiten en processen van de omgevingsdienst als geheel en van de afdelingen;
  • 2.
    het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, en contracten;
  • 3.
    het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; 
    Artikel 11. Interne controle
    Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur maatregelen tot herstel.
     
    Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik
    Het dagelijks bestuur kan vaststellen de “regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de regelingen van de dienst en eigendommen”.
     
    Hoofdstuk V Financiële organisatie
     
    Artikel 13. Financiële organisatie
  • 1.
    Het dagelijks bestuur zorgt voor en legt vast:
  • 1.
    een eenduidige indeling van de dienstorganisatie en een eenduidige toewijzing van de taken van de omgevingsdienst aan de afdelingen;
  • 2.
    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;
  • 3.
    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
  • 4.
    de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
  • 5.
    de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productraming en de productrealisatie. 
    Artikel 13a. Inkoop en aanbesteding
    Het dagelijks bestuur zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van werken, leveringen en diensten.
     
    Hoofdstuk VI Slotbepalingen
     
    Artikel 14. Bekendmaking en inwerkingtreding
  • 1.
    Deze verordening treedt in werking de dag volgend op de dag van bekendmaking.
  • 2.
    Het artikel 8 Vaststelling prijzen lid 3 geldt voor het boekjaar 2016 en volgende jaren.
  • 3.
    De “financiele verordening Omgevingsdienst Rivierenland” wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2016 en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2017.

 

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Financiële verordening Omgevingsdienst Rivierenland 2016”.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Rivierenland op 19 december 2016,

 

de voorzitter, de secretaris,

     

C.A.H. Zondag A. Schipper

   

Wijzigingen en toelichting

 

Artikel 2

Toegevoegd lid 2

  • 1.
    Het AB stelt op voorstel van het DB de taakvelden per programma vast.

 

Artikel 3

Was

  • 1.
    Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma’s.

Wordt

Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven.

 

Toelichting:

Het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording kent taakvelden deze worden hiermee vastgesteld.

 

Artikel 4

Was

  • 1.
    Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen.

 

Wordt

  • 1.
    Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, de overzichten overhead en onvoorzien

 

Toelichting:

De structuur en opzet van de begroting en jaarrekening zijn aangepast conform het Besluit begroting en verantwoording

  

Artikel 7

Was

Artikel 7. Kostprijsberekening

  • 1.
    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de omgevingsdienst verleende diensten. 
  • 1.
    In de begroting wordt een systematiek van renteomslag opgenomen.

  

Wordt

Kostprijsberekening

 

  • 1.
    Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen. 
  • 1.
    Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
  • 2.
    Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs goederen en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het tweede en derde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
  • 3.
    In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend.

 

Toelichting:

Zie onder artikel 8

   

Artikel 8

Toegevoegd

 

  • 1.
    Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten van niet-wettelijke taken. Een winst op deze “commerciële” activiteiten wordt terugbetaald aan de opdrachtgevers zodat deze de nacalculatorische kostprijs in rekening hebben gekregen.  
    Toelichting:
    Vanuit de landelijke wetgeving in het kader van de vennootschapsbelasting (Vpb) is de kostprijsberekening nader omschreven.
    Op basis van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldt per 1 januari 2016 belastingplicht voor overheidsondernemingen. Overheden zullen in dat kader per activiteit moeten beoordelen of met de uitoefening van de betreffende activiteit een onderneming in fiscaalrechtelijke zin wordt gedreven.
    Door de aanpassing van dit artikel wordt voorkomen dat de omgevingsdienst Vpb moeten betalen en een fiscale administratie moeten voeren in relatie met artikel 7
      
    Artikel 14 toegevoegd
     
  • 1.
    Het artikel 8 Vaststelling prijzen lid 3 geldt voor het boekjaar 2016 en volgende jaren.
  • 2.
    De “financiele verordening Omgevingsdienst Rivierenland” wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2016 en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2017.

  

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: “Financiële verordening Omgevingsdienst Rivierenland 2016”.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Rivierenland op 19 december 2016.

-----------------------------------