Officiele publicatie

Regeling bezwarenadviescommissie personeelsaangelegenheden Avri

Het dagelijks bestuur van Avri,

gelet op artikel 125 Ambtenarenwet, artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 160 Gemeentewet;

besluit;

vast te stellen de navolgende Regeling bezwarenadviescommissie personeel Avri

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

Bestuursorgaan: het Dagelijks Bestuur van Avri;

CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeenten;

Commissie: de bezwarencommissie personeel als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

(Plaatsvervangend) lid: een persoon die is aangewezen om zitting te nemen in de commissie en die geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan;

medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid 1, onder a, van de CAR-UWO;

Rechtspositiebesluiten de besluiten betreffende de verhouding tussen werkgever en werknemer, daaronder begrepen besluiten tot vaststelling van de functiebeschrijving en -waardering van de functie die de werknemer vervult;

Voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van deze regeling.

Artikel 2 Commissie en taak

1.

Er is een bezwarencommissie personeel als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb.

2.

De commissie is belast met de voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren tegen rechtspositiebesluiten van het bestuursorgaan.

Artikel 3 Samenstelling commissie

1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het Dagelijks bestuur.

2.

De voorzitter wordt benoemd , op voordracht van de leden genoemd in de leden 3 en 4.

3.

Eén lid wordt benoemd op voordracht van het Georganiseerd Overleg.

4.

Eén lid wordt voorgedragen door het Dagelijks Bestuur.

5.

De voorzitter en de leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van Avri.

6.

Voor elke participant in de bezwarencommissie wordt tevens een plaatsvervanger benoemd.

Artikel 4 Secretaris

1.

Bij de behandeling van bezwaarschriften wordt de commissie ondersteund door een ambtelijk secretaris.

2.

De secretaris is geen lid van de commissie en kan deelnemen aan de beraadslaging, maar heeft geen stemrecht.

Artikel 5 Zittingsduur

1.

De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor de duur van vier jaar. De aftredende leden zijn eenmaal herbenoembaar voor de duur van vier jaar.

2.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

3.

De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij zij daartoe niet in de gelegenheid zijn.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1.

Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2.

Het bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Overdracht bevoegdheden

De volgende bevoegdheden worden door de secretaris uitgeoefend namens en in overeenstemming met de voorzitter van de commissie:

  • a.
    een schriftelijke machtiging verlangen van een gemachtigde;
  • b.
    de indiener van een bezwaarschrift de gelegenheid geven een verzuim te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn;
  • c.
    de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de gemachtigde toezenden, indien een bezwaarmaker zich laat vertegenwoordigen.

Artikel 8 Vooronderzoek

1.

De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2.

Het bestuursorgaan overlegt alle stukken aan de commissie die betrekking hebben op of relevant zijn in samenhang met het bestreden besluit. Daarnaast dient het bestuursorgaan .een verweerschrift in waarin een reactie staat op de gronden van het bezwaar.

Artikel 9 Hoorzitting

1.

De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de medewerker(s) en een vertegenwoordiging van het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

2.

De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 (afzien van horen) van de Awb.

3.

Indien de voorzitter, op grond van het in het tweede lid genoemde artikel, besluit van het horen af te zien, doet de secretaris daarvan mededeling aan de indiener(s) van het bezwaar en het verwerende orgaan.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

1.

De secretaris deelt de indiener(s)van het bezwaar en het bestuursorgaan twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de hoorzitting.

2.

De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 11 Quorum

1.

Voor het houden van een hoorzitting is vereist, dat tenminste de voorzitter en één lid aanwezig zijn.

2.

De commissie kan, overeenkomstig artikel 7:13, vierde lid, Awb het horen opdragen aan de voorzitter of een lid.

Artikel 12 Niet deelneming aan de behandeling

Een voorzitter of een ander lid maakt geen deel uit van de commissie, indien hij bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest, een persoonlijk belang heeft bij de zaak of in een bijzondere relatie tot de indiener van het bezwaar staat.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

De hoorzittingen van de commissie zijn niet openbaar.

Artikel 14Verslaglegging

1.

Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

2.

Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3.

Indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4.

Het verslag verwijst naar de op de zitting overlegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

5.

Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 15 Nader onderzoek

1.

Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de commissie, dit onderzoek instellen.

2.

De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het Dagelijks Bestuur en de belanghebbenden(n) toegezonden.

3.

De leden van de commissie, het Dagelijks Bestuur en de belanghebbende(n) kunnen binnen een week na verzending van de in het tweede lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter neemt een beslissing op een dergelijk verzoek.

4.

Op een nieuwe hoorzitting zoals bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen uit deze regeling, die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

1.

De voltallige commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

2.

De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3.

Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt indien de minderheid dat verlangt.

4.

Het uit te brengen advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het ingestelde bezwaar.

5.

Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 Uitbrengen advies

Het advies wordt, met verzending van het verslag en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan.

Artikel 18 Bemiddeling

De secretaris kan, in overleg met de voorzitter en na overleg met het bestuursorgaan, onderzoeken of het bezwaar in der minne kan worden bijgelegd en daartoe de nodige handelingen verrichten.

Artikel 19 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan het bestuursorgaan een bijzondere voorziening treffen.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop deze regeling bekend wordt gemaakt.

Artikel 21 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling bezwarenadviescommissie personeel Avri”.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur op 16 december 2015
De secretaris,
E.J. de Vries
de voorzitter,
L. Verspuij