Officiele publicatie

Regeling Generatiepact Regio Rivierenland

Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland,

Overwegende dat het LOGA in de cao 2013-2015 aan gemeenten heeft geadviseerd om de mogelijkheden van een generatiepact te benutten. Hiermee biedt een organisatie oudere medewerkers de mogelijkheid om minder te werken met naar rato behoud van salaris om zo ruimte te maken voor jongere medewerkers.

gelet op artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 125 van de Ambtenarenwet;

gelezen het LOGA advies in de circulaire ECWGO/U201401849

In overeenstemming met het Georganiseerd Overleg op d.d. 30 november 2016;

besluit

Vast te stellen de navolgende Regeling Generatiepact Regio Rivierenland

Artikel 1 Begripsbepalingen

CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitvoeringsovereenkomst voor de sector gemeenten;

Feitelijke werktijd: de werktijd van de medewerker vanaf het moment dat hij deelneemt aan deze regeling.

Generatiepact: de mogelijkheid voor medewerkers om vanaf de leeftijd van 60 jaar vrijwillig minder te gaan werken met behoud van oorspronkelijke pensioenopbouw, zoals beschreven in het beleid "Generatiepact Regio Rivierenland".

Medewerker: De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR-UWO.

Oorspronkelijk pensioen- de pensioenopbouw van de medewerker direct voorafgaand

opbouw aan het moment dat hij aan deze regeling deelneemt.

Oorspronkelijk salaris: het salaris van de medewerker direct voorafgaand aan het moment dat hij aan deze regeling deelneemt.

Artikel 2 Uitgangspunten

1.

De looptijd gedurende welke de medewerker deel kan nemen aan deze regeling, is van 1 januari 2017 tot 1 januari 2018.

2.

Samen met de ondernemingsraad wordt deze regeling en de besteding van het vrijgekomen budget geëvalueerd

3.

De gevolgen van deelname aan deze regeling voor de medewerker gelden tot aan het moment waarop de AOW gerechtigde leeftijd conform artikel 7a Algemene Ouderdomswet wordt bereikt of, indien eerder, bij het besluit op zijn ontslagaanvraag.

Artikel 3 Deelname

1.

Voor deelname is een aanvraagformulier vastgesteld dat door de medewerker tenminste acht weken voor de gewenste ingangsdatum ingediend wordt. Hierop wordt aangegeven dat de feitelijke werktijd per week wordt verlaagd, mits de feitelijke werktijd tenminste nog 18 uur per week bedraagt.

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten.

3.

Deelname gaat in met ingang van de eerste dag van een kalendermaand.

Artikel 4 Weigeringgronden

Het verzoek om deel te nemen aan het Generatiepact kan worden geweigerd indien:

  • a.
    De feitelijke werktijd na deelname per week minder dan 18 uur bedraagt.
  • b.
    Indien zwaarwegende dienstbelangen zich tegen het honoreren verzetten.
  • c.
    Indien de Belastingdienst de deelname op basis van het aantal arbeidsuren beschouwt als een regeling van vervroegde uittreding.

Artikel 5 Verdeling

1.

De pensioenpremies worden zowel door werkgever als door werknemer betaald in de normale verhouding zoals die door het ABP wordt vastgesteld.

2.

De uren die minder worden gewerkt worden voor de helft uitbetaald en voor de helft als onbetaald verlof verleend.

3.

Het recht op vakantieverlof en leeftijdsverlof wordt naar rato van de resterende feitelijke werktijd toegekend.

Artikel 6 Beëindiging

1.

Indien de deelnemende medewerker , langer dan 12 maanden zijn arbeid niet kan verrichten als rechtstreeks en objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, vervalt zijn deelname en wordt het in artikel 7:3 CAR-UWO genoemde percentage toegepast op het oorspronkelijke salaris.

2.

Beëindiging van deelname aan deze regeling vindt plaats conform het bepaalde in artikel 5 lid 1. Hervatting van deelname aan deze regeling is niet mogelijk.

3.

Beëindiging van deelname op verzoek van de medewerker is niet mogelijk.

Artikel 7 Nevenwerkzaamheden

1.

Deelnemende medewerkers mogen nevenwerkzaamheden verrichten mits en voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 15:1e CAR-UWO.

2.

Voor het buitengewoon verlof geldt dat er geen sprake mag zijn van een cumulatie van pensioenopbouw elders. Wanneer de werknemer deels elders gaat werken, kan dit gevolgen hebben voor de pensioenopbouw bij ABP .

Artikel 8 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, kan de directeur een bijzondere regeling treffen ten gunste van de medewerker.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.
    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Regeling generatiepact Regio Rivierenland’.
  • 2.
    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt op 1 januari 2018.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 december 2016 Het Dagelijks Bestuur,
de secretaris a.i,
W.J. Stegeman
de voorzitter,
J. Beenakker