Officiele publicatie

Regeling Individueel Keuzebudget (IKB) Regio Rivierenland

Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland,

gelet op artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet

gelet op hoofdstuk 3 , paragraaf 5 en 6 Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de uitvoeringsovereenkomst voor de sector gemeenten (CAR-UWO) zoals deze luidt vanaf 1 januari 2017;

met overeenstemming in het Georganiseerd Overleg d.d. 30 november 2016;

besluit

Vast te stellen de navolgende Regeling Individueel Keuzebudget Regio Rivierenland

Artikel 1 Begripsbepaling

CAR-UWO: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitvoeringsovereenkomst voor de sector gemeenten;

Individueel Keuzebudget:HetIKB, een maandelijks, in geld uitgedrukt, budget dat de medewerker naar keuze kan gebruiken voor de doelen, genoemd in artikel 4;

LAB-budgetLokaal Arbeidsvoorwaarden Budget

Medewerker:De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR/UWO;

Volledig dienstverband: een dienstverband van 36 uur per week;

Verlof: vakantieverlof als bedoeld in hoofdstuk 6 van de CAR-UWO;

Wettelijk verlof: het minimale verlofrecht gebaseerd op de CAR-UWO inhoudend dat elke werknemer per jaar recht heeft op vier weken doorbetaalde vakantie (bij een volledig dienstverband 144 uren per jaar).

Bovenwettelijk verlof: de verlofdagen die de medewerker bovenop het wettelijk verlof krijgt op grond van de CAR UWO.

Artikel 2 Algemeen IKB

1.

De medewerker heeft recht op een Individueel Keuzebudget, hierna te noemen IKB.

2.

Regio Rivierenland is beheerder van het IKB.

3.

Voor 1 januari 2018 wordt de huidige regeling geëvalueerd en waar nodig aangevuld.

Artikel 3 Opbouw IKB

  • 1.
    Het IKB wordt per maand opgebouwd, en bestaat uit een deel waarover pensioen wordt opgebouwd en een deel waarover geen pensioen wordt opgebouwd.
  • 2.
    Het deel van het IKB waarover pensioen wordt opgebouwd bedraagt:
    • a.
      8% van het salaris (vakantiegeld) dat geldt in de maand van opbouw plus de salaristoelagen genoemd in paragraaf 3, hoofdstuk 3 van de CAR-UWO; dit bedrag moet tenminste € 146,65 zijn bij een volledig dienstverband
    • b.
      6% van het salaris (eindejaarsuitkering) dat geldt in de maand van opbouw; dit bedrag moet tenminste € 145,83 zijn bij een volledig dienstverband
    • c.
      1,5% van het salaris (levensloopbijdrage) dat geldt in de maand van opbouw, voor de medewerker die geboren is na 31 december 1949: dit bedrag moet tenminste € 33,33 zijn bij een volledig dienstverband.
  • 3.
    Het deel van het IKB waarover geen pensioen wordt opgebouwd bedraagt 0,8% (financiële waarden van het bovenwettelijk verlof van 14,4 uur) van het salaris dat voor de medewerker geldt in de maand van opbouw;
  • 4.
    Indien in een maand het salaris of de salaristoelagen niet volledig zijn uitbetaald dan wordt het IKB in die maand berekend op basis van het uitbetaalde salaris en de uitbetaalde salaristoelagen. Ontvangt de medewerker in een maand geen salaris dan wordt in die maand geen IKB opgebouwd.
  • 5.
    Indien in een maand het salaris en de salaristoelagen niet volledig zijn uitbetaald op grond van artikel 7.3 lid 2 tot en met 4 van de CAR-UWO dan wordt in afwijking van lid 4 van dit artikel het IKB in die maand berekend op basis van het volledige salaris en de volledige salaristoelagen.
  • 6.
    Als extra bron voegt Regio Rivierenland het LAB- budget toe aan het IKB. Hierover wordt geen pensioen opgebouwd.
    Elk jaar zal op 1 januari de hoogte van het budget bepaald worden door het LAB- budget uit de begroting (inclusief de in de begroting gebruikte indexering) te delen door het aantal fte op dat moment in vaste dienst. Dit bedrag wordt in maandelijkse termijn toegevoegd aan het IKB.
    Medewerkers die later in dienst komen hebben tevens recht op deze bron, voor de resterende maanden van het kalenderjaar.

Artikel 4 Doelen IKB

De medewerker kan het IKB gebruiken voor:

  • 1.
    Het kopen van verlofuren, tot een maximum van vier maal de aanstellingsduur per week gedurende het kalenderjaar.
  • 2.
    Extra inkomen door uitbetaling van het IKB tot een maximum van het, tot aan de datum van uitbetaling, opgebouwde IKB.
  • 3.
    Het financieren van een opleiding, indien en voor zover deze niet door Regio Rivierenland wordt vergoed en mits de geldende fiscale regelgeving de besteding van het IKB aan dit doel belastingvrij toelaat.
  • 4.
    Het vergoeden van vakbondscontributie.
  • 5.
    De aanschaf van een fiets conform de in artikel 5 opgenomen fietsregeling.
  • 6.
    De fiscalisering van de reiskosten woon- werk verkeer, dit doel is alleen in de maand december inzetbaar. Wanneer op dat moment het IKB niet toereikend is mag hier ook het reguliere salaris van die maand voor gebruikt worden.

Artikel 5 Fietsregeling

Indien de medewerker ervoor kiest zijn IKB te gebruiken voor de vergoeding van de aanschaf van een fiets gelden de volgende regels:

  • 1.
    De vergoeding bedraagt maximaal € 2.000, inclusief btw, verzekering, eventuele fietsbonnen en accessoires.
  • 2.
    De vergoeding wordt alleen toegekend indien de medewerker in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het vergoedingsjaar geen fietsvergoeding heeft ontvangen of heeft deelgenomen aan de fietsregeling.
  • 3.
    De fiets dient in één keer betaald te worden vanuit het op dat moment opgebouwde IKB, op voorwaarde dat het budget toereikend is.
  • 4.
    Het te vergoeden bedrag wordt in mindering gebracht op het IKB . Regio Rivierenland neemt de gevolgen voor de loonheffing voor deze vergoeding voor zijn rekening.

Artikel 6 Waarde van een verlofuur

Indien een medewerker met toepassing van artikel 4a kiest voor de optie verlofuren te kopen, dan wordt zijn IKB per gekocht verlofuur verlaagd met het voor de medewerker geldende uurloon in de maand waarin hij de verlofuren koopt.

Artikel 7 Uitbetaling einde dienstverband

1.

Bij beëindiging van het dienstverband wordt het resterende IKB bij de laatste salarisbetaling aan de medewerker uitbetaald.

2.

Bij overlijden van de medewerker wordt het resterende IKB in aanvulling op de overlijdensuitkering uitbetaald aan de nagelaten betrekkingen zoals omschreven in artikel 3:23 lid 2 en 3 van de CAR-UWO.

Artikel 8 Vakantiegeld 2016

1.

Het vakantiegeld opgebouwd in de periode vanaf juni 2016 tot en met december 2016, wordt uitbetaald bij de salarisbetaling van mei 2017. Dit bedrag maakt geen onderdeel uit van het IKB.

2.

Indien de medewerker ontslag wordt verleend vóór 1 mei 2017 dan wordt de opgebouwde vakantietoelage over 2016 uitbetaald bij de laatste salarisbetaling.

Artikel 9 Overige bepalingen

1.

De medewerker kan elke maand een keuze maken om zijn IKB te gebruiken voor één van de doelen die in artikel 4 worden genoemd. Voor deze keuze is geen toestemming nodig.

2.

In verband met de salarisverwerking dient de medewerker zijn keuze uiterlijk op de tiende dag van de kalendermaand kenbaar te maken.

3.

Als de medewerker geen keuze maakt, of bij zijn keuze slechts een deel van zijn IKB gebruikt, dan wordt het IKB over die maand, of het resterende deel daarvan, gereserveerd. De medewerker kan het gereserveerde IKB op een later moment in het lopende kalenderjaargebruiken.

4.

Indien de medewerker na de sluitingsdatum van de salarisverwerking in december nog een restant IKB heeft , dan wordt dit bij de salarisbetaling van die maand uitbetaald.

5.

Besteding van het IKB kan alleen binnen het op het moment van keuze beschikbare budget. De medewerker 'spaart' budget voordat het kan worden besteed. De keuze voor een doel geldt alleen voor hetzelfde kalenderjaar.

6.

Bedragen die uit het IKB zijn gebruikt, kunnen niet meer worden teruggestort in het IKB.

Artikel 10 Verkoop van verlofuren

1.

De medewerker kan elk kalenderjaar een verzoek doen om ten hoogste 72 bovenwettelijke verlofuren te verkopen. Bij een deeltijd dienstverband is dit naar rato.

2.

Een verzoek als bedoeld in lid 1 wordt toegewezen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

3.

In geval van verkoop van verlofuren dient de medewerker voor 1 november, een door de leidinggevende voor akkoord ondertekend verzoek in bij P&O om in het daarop volgende kalenderjaar het aantal verlofuren te verminderen .

3.

De verlofuren worden verkocht op basis van het voor de medewerker geldende uurloon. Dit bedrag maakt geen onderdeel uit van het IKB.

Artikel 11 Wet en regelgeving

1.

Op het gebruik van het IKB zijn diverse wetten van toepassing, zodat het gebruik gevolgen kan hebben voor loonheffingen, pensioen en sociale verzekeringen. Van de medewerkers wordt verwacht dat zij zich hierover goed informeren en deze informatie betrekken op hun eigen specifieke financiële situatie.

2.

Wanneer de medewerker bijvoorbeeld kiest voor extra inkomen, door uitbetaling van het IKB, kan dat gevolgen hebben voor het toekennen van inkomensafhankelijke toeslagen van de overheid (zoals zorgtoeslag en huurtoeslag). Ook kan verandering van inkomen gevolgen hebben voor hypotheekverstrekking, berekening WW-rechten etc.

3.

Indien blijkt dat een bedrag uit het IKB ten onrechte belastingvrij is uitgekeerd doordat de ambtenaar onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, kan Regio Rivierenland de verschuldigde loonheffing of eventuele boetes op de medewerker verhalen.

4.

Indien een netto voordeel vervalt als gevolg van wijzigingen van wet- en regelgeving dan wordt dat niet gecompenseerd door Regio Rivierenland.

5.

Alle transacties uit het IKB zijn in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving.

Artikel 12 Intrekken oude regeling

Zodra deze regeling in werking treedt vervallen de volgende regelingen:

  • a.
    Cafetariamodel Regio Rivierenland, oktober 2007;
  • b.
    Nationale Fietsplan Fietsregeling;
  • c.
    Regeling Fietsplan Regio Rivierenland incl verklaring;
  • d.
    Regeling Koop en verkoop verlofuren Regio Rivierenland?;
  • e.
    Vakbondscontributie Regio Rivierenland;
  • f.
    Fiscalisering woon-werkverkeer.

Artikel Inwerkingtreding en citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling Individueel Keuzebudget Regio Rivierenland” en treedt in werking met ingang 1 januari 2017.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 december 2016 Het Dagelijks Bestuur,
de secretaris a.i,
W.J. Stegeman
de voorzitter,
J. Beenakker