Officiele publicatie

Regeling op de bezwarencommissie RIF Regio Rivierenland 2017

Het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland;

gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Subsidieverordening RIF Regio Rivierenland;

besluit:

vast te stellen de navolgende

Regeling op de bezwarencommissie RIF Regio Rivierenland 2017;

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze regeling wordt verstaan onder:

DB: het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland.

besluit: als bedoeld in artikel 1:3 van de wet; tevens wordt hiermee gelijkgesteld:

  • 1.
    de schriftelijke weigering een besluit te nemen;
  • 2.
    het niet tijdig nemen van een besluit

commissie: commissie van advies voor bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2;

indiener: natuurlijke persoon of andere dan natuurlijke persoon die zich met een bezwaar tot het bestuur van Regio Rivierenland wendt;

verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

wet: Algemene wet bestuursrecht

Artikel 2 Instelling commissie

Er is een bezwarencommissie RIF Regio Rivierenland ter voorbereiding van de beslissing op ingediende bezwaren tegen besluiten op grond van de Subsidieverordening Regionaal Investeringsfonds (RIF) Regio Rivierenland.

Artikel 3 Samenstelling commissie

1.

De commissie bestaat minimaal uit een voorzitter en twee leden. en een plaatsvervangend lid. met dien verstande dat de samenstelling van de commissie gelijk is aan de samenstelling van de bezwarencommissie van de gemeente Tiel

2.

De voorzitter en de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door het DB.

3.

Eén of meer van de leden, zulks ter bepaling door de commissie is plaatsvervangend voorzitter.

4.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de bestuursorganen van Regio Rivierenland danwel van deelnemende gemeenten .

5.

Het DB wijst een of meerdere secretarissen voor de commissie aan.

Artikel 4 Zittingsduur en ontslag

1.

De zittingsperiode van de voorzitter en de leden van de commissie, is in beginsel vier jaar, met dien verstande dat de duur van de benoeming gelijk is aan de duur van de benoeming van de voorzitter en de leden van de bezwarencommissie van de gemeente Tiel. Herbenoeming is mogelijk.

2.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen.

3.

De voorzitter en de leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

4.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen door het DB ontslagen worden indien zij niet naar behoren functioneren.

5.

De voorzitter en de leden van de commissie nemen geen deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 5 Procedure

1.

Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2.

Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 6 Overdracht bevoegdheden

1.

De volgende bevoegdheden die de wet toekent aan de bestuursorganen bij de behandeling van bezwaarschriften worden overgedragen aan de voorzitter van de commissie:

  • artikel 2:1 tweede lid;
  • artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de eisen als gesteld in artikel 6:5 van de wet of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar, kan worden hersteld;
  • artikel 6:14 eerste lid;
  • artikel 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;
  • artikel 7:4 tweede lid;
  • artikel 7:6 vierde lid.
2.

De voorzitter van de commissie kan de uitoefening van één of meer van de genoemde bevoegdheden mandateren aan de secretaris van de commissie.

Artikel 7 Vooronderzoek

1.

De voorzitter en leden van de commissie zijn in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

2.

De voorzitter en leden van de commissie kunnen in uitzonderingsgevallen uit eigen beweging bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen om in de zitting te verschijnen.

Artikel 8 Hoorzitting

1.

De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

2.

De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.

3.

Indien de commissie op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien, doet zij daarvan, onder opgaaf van redenen, mededeling aan:

  • a.
    de indiener;
  • b.
    de belanghebbenden;
  • c.
    het verwerend bestuursorgaan.

Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting

1.

De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

2.

De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijn als genoemd in het eerste lid.

3.

Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 10 Openbaarheid hoorzitting

1.

De zitting van de commissie is openbaar en wordt aangekondigd in een huis aan huis verschijnend nieuwsblad.

2.

De zitting van de commissie vindt met gesloten deuren plaats indien voor het betreffende streden besluit medische informatie is dan wel wordt gebruikt. In andere gevallen worden de deuren gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3.

Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen de openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

Artikel 11 Verslaglegging hoorzitting

1.

Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

2.

Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

3.

Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4.

Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

5.

Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 12 Nader onderzoek

1.

Indien na het horen, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

2.

De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het DB en de belanghebbenden toegezonden.

3.

De leden van de commissie, het DB en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het tweede lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

4.

Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze regeling, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 Raadkamer en advies

1.

De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2.
  • a.
    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen schriftelijk advies.
  • b.
    Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien de minderheid dit verlangt.
  • c.
    Indien bij stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
3.

Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

4.

Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 14 Uitbrengen advies

1.

Het advies wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier weken na de hoorzitting toegezonden aan de belanghebbenden en aan het DB. Bij het advies wordt het verslag als bedoeld in artikel 11 gevoegd en eventueel de door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag.

2.

Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing verzoekt hij het DB tijdig de beslissing te verdagen.

3.

Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Artikel 15 Terug melding genomen beslissing

Ingeval het DB een besluit neemt dat afwijkt van een door de commissie ter zake uitgebracht advies, zendt het DB een afschrift hiervan, inclusief de daaraan ten grondslag liggende motivering, ter kennisneming aan de commissie.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

2.

Deze regeling kan worden aangehaald als: "Regeling op de bezwarencommissie RIF Regio Rivierenland 2017".

Aldus vastgesteld in de vergadering van 28 juni 2017,
de secretaris, de voorzitter,
drs. L.H. Derksen ir. J. Beenakker