Officiele publicatie

Subsidieverordening Regionaal Investeringsfonds (RIF) Regio Rivierenland

Het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland,

Overwegende dat

  • -
    ons bestuur in de vergadering van 25 mei 2016 het regionaal Ambitiedocument 2016-2020 heeft vastgesteld;
  • -
    ter uitvoering van dit Ambitiedocument een uitvoeringsinstrument gewenst is;
  • -
    deze verordening tot doel heeft het verlenen van subsidies voor regionale projecten die een bijdrage leveren aan het bereiken van de ambities van eerdergenoemd Ambitiedocument;

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 3, 5, en 7 van de Regeling Regio Rivierenland, zoals deze luidt na de 45e wijziging;

Op voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 8 februari 2017;

BESLUIT:

Vast te stellen de navolgende Subsidieverordening Regionaal Investeringsfonds (RIF) Regio Rivierenland

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.

Artikel 1 Definities.

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a)
    Aanvrager: een privaatrechtelijke rechtspersoon, ingeschreven in het handelsregister (Kamer van Koophandel), die de subsidie formeel aanvraagt en de verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering en afwikkeling van het project.
  • b)
    Ambitiedocument 2020: het door stakeholders uit onderwijs, overheden en bedrijfsleven gedragen Regionaal Ambitiedocument 2016-2020 zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland op 25 mei 2016 om de regio op drie speerpunten te laten excelleren.
  • c)
    Economic Board: de adviescommissie, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening,
  • d)
    Project: het samenhangende geheel van activiteiten, waarvoor een bijdrage vanuit het RIF wordt gevraagd.
  • e)
    RIF: Regionaal Investeringsfonds.
  • f)
    RIF-Rivierenland:de middelen uit het Regionaal Investeringsfonds die kunnen worden ingezet met het oog op het bereiken van de ambities uit het Ambitiedocument 2020.
  • g)
    Rivierenlandgebied: het geografische gebied dat betrekking heeft op alle deelnemende gemeenten, aan de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland.
  • h)
    Subsidie:een subsidie uit het RIF-budget voor projecten die zijn gericht op het bereiken van de ambities uit het Ambitiedocument 2020.
  • i)
    Uitvoerder: de privaatrechtelijke rechtspersoon die in opdracht van de aanvrager belast is met de feitelijke uitvoering, dan wel in samenwerkingsverbanden het grootste aandeel heeft in de feitelijke uitvoering, van het gedefinieerde project.
  • j)
    Verdelingsysteem: subsidieverdelingssysteem, waarbij aanvragen voor een bepaald tijdstip moet worden ingediend, waarna alle aanvragen gelijktijdig worden beoordeeld en op grond van kwalitatieve criteria een rangorde voor subsidieverlening kan worden bepaald.
  • k)
    VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2 Reikwijdte van de verordening.

1.

Doel van deze verordening is om middels het verstrekken van subsidie te stimuleren dat de ambities uit het Ambitiedocument 2020 worden bereikt.

2.

Deze verordening is van toepassing op de aanvragen voor projecten ingediend voor een subsidiebijdrage uit het RIF.

3.

De subsidie kan verleend worden voor:

  • a.
    uitvoeringsgerichte projecten;
  • b.
    studies, verkenningen, voorbereiding en pilots;
4.

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere regels vast te stellen ter uitwerking van deze verordening, waarin regels kunnen worden vastgelegd rondom de aanvraag, zoals de vorm en inhoud van het aanvraagformulier, alsmede regels omtrent selectiecriteria, de hoogte van de subsidie en de beoordeling van aanvragen.

Artikel 3 Bevoegdheid subsidieverlening

1.

Het Dagelijks bestuur is bevoegd subsidies te verlenen voor projecten die passen binnen het Ambitiedocument 2020.

2.

Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, eerste lid, VWEU, kan subsidie slechts worden verleend binnen de minimisregelgeving, dan wel na kennisgeving aan, dan wel na goedkeuring door de Europese Commissie, in overeenstemming met de geldende staatssteunregelgeving.

Artikel 4 Verdeling van het jaarlijks beschikbaar budget.

1.

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om binnen het door het Algemeen Bestuur jaarlijkse beschikbaar gestelde bedrag voor voeding van het RIF Regio Rivierenland, een of meer subsidieplafonds vast te stellen. De subsidieplafonds worden voorafgaand aan de sluitingdsdata bekend gemaakt in het blad gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland.

2.

Bij de verdeling van het beschikbare bedrag krijgen de projecten voorrang die het Dagelijks Bestuur het meest geschikt acht voor het doel waarvoor het RIF ter beschikking is gesteld.

3.

Het Dagelijks Bestuur kan een subsidieplafond onderverdelen ten behoeve van verschillende activiteiten.

4.

Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, dan heeft het Dagelijks Bestuur de keuze het overschot over te hevelen naar het daaropvolgende tijdvak.

5.

Het Dagelijks Bestuur kan het jaarlijks beschikbare bedrag naar eigen inzicht verdelen, met dien verstande dat op jaarbasis maximaal 60% wordt bijgedragen aan uitvoeringsgerichte projecten en tot maximaal 40% aan studies, verkenningen, voorbereiding en pilots.

6.

Het Dagelijks Bestuur bepaalt de tijdvakken. Per tijdvak stelt het Dagelijks Bestuur een sluitingsdatum vast waarop aanvragen uiterlijk ingediend kunnen worden.

Artikel 5 Economic Board.

1.

Er is een Economic Board, dat bij separaat instellingsbesluit wordt ingesteld.

2.

Het Dagelijks Bestuur bepaalt de samenstelling van de Economic Board en benoemt de leden.

3.

De Economic Board adviseert het Dagelijks Bestuur over de verlening van subsidies aan projecten als bedoeld in deze verordening.

4.

Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag nadat de Economic Board advies heeft uitgebracht na consultatie van het Algemeen Bestuur.

Hoofdstuk 2 Projectsubsidies.

Paragraaf 1 Algemene subsidievoorwaarden.

Artikel 6 Algemeen.

Voorafgaand aan de subsidievaststelling, wordt een beschikking tot subsidieverlening afgegeven.

Artikel 7 Subsidiabele kosten en hoogte.

1.

Per project bedraagt de subsidie maximaal 15% van de subsidiabele kosten voor uitvoeringsgerichte projecten met een maximum van € 200.000.

Voor uitvoeringsgerichte projecten die de aanvrager samen met een of meer andere rechtspersonen uitvoert is maximaal 20% subsidie mogelijk, onverminderd voornoemd maximum, en mits de Economic Board positief adviseert over deze verhoging.

2.

Voor studies, verkenningen, voorbereiding en pilots, is de subsidie maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000 per project.

3.

Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:

  • a.
    de vaste personeelslasten van de aanvrager;
  • b.
    de kosten van huisvesting, apparatuur en deskundigheid waarover de aanvrager permanent beschikt;
  • c.
    andere kosten die behoren tot de normale exploitatiekosten van de aanvrager;
  • d.
    de kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of herstelkosten.
4.

De Economic Board beoordeelt in welke vorm de subsidie voor een project het beste kan worden verstrekt. Het kan gaan om een reguliere subsidie, een garantstelling, een (gedeeltelijke) revolverende bijdrage of renteloze lening. De Economic Board neemt dit op in het advies.

Artikel 8 Selectie- en wegingscriteria.

1.

Projecten worden getoetst op hun uitstraling voor de regio en bijdrage aan de verwezenlijking van de ambities uit het Ambitiedocument 2020. Projecten komen slechts voor subsidie uit het RIF in aanmerking indien deze naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur een aantoonbare bijdrage leveren aan het bereiken van de regionale ambities en deze een meerwaarde hebben voor het Rivierenlandgebied.

2.

De efficiency van een project wordt getoetst in termen van het gevraagde subsidiepercentage en het uitgelokte investeringsvolume bij met name private partijen.

3.

De lange termijn impact en het draagvlak worden getoetst door een beoordeling van de inhoudelijk en financieel betrokken partijen, alsmede de kans op continuïteit van het project na afloop van de subsidie.

4.

Projecten moeten leiden tot aantoonbare economisch en maatschappelijk toegevoegde waarde, in de vorm van (in volgorde van voorkeur):

  • a.
    nieuwe werkgelegenheid, of
  • b.
    behoud van bedreigde werkgelegenheid, of
  • c.
    innovatieve methoden en technieken, of
  • d.
    versterking van de concurrentiepositie van het regionale bedrijfsleven, of
  • e.
    verbetering van het vestigingsklimaat, of
  • f.
    stimulering van duurzame ontwikkeling in de regio.

Artikel 9 Algemene weigeringsgronden.

1.

Een subsidie wordt in ieder geval geheel geweigerd, indien;

  • a.
    de aanvrager geen privaatrechtelijk rechtspersoon is met een inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • b.
    het project niet past binnen de kaders uit het Ambitiedocument 2020;
  • c.
    de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op het Rivierenlandgebied of haar ingezetenen dan wel niet of onvoldoende ten goede komen aan de regio of haar ingezetenen;
  • c.
    het project op de afzonderlijk onderdelen ‘ambities’, ‘financiën’, ‘lange termijn-impact en draagvlak’ en ‘economisch en maatschappelijk toegevoegde waarde’ van een hiervoor ontwikkeld scoreformulier minder dan twee van de maximale zes punten scoort, danwel op de totaalscore minder dan tien van de maximale 24 punten haalt, zulks ter beoordeling van het Dagelijks Bestuur op advies van de Economic Board;
  • d.
    de looptijd langer dan drie jaar bedraagt, danwel het beoogde resultaat niet binnen drie jaar zal worden bereikt.
2.

Voorts wordt de subsidie geweigerd, indien:

  • a.
    het te verlenen bedrag minder dan € 2.500 zou bedragen voor projecten, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, en minder dan € 5.000 voor uitvoeringsgerichte projecten;
  • b.
    voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is verstrekt op grond van een regeling in het Rivierenlandgebied;
  • c.
    de aanvrager de activiteiten ook zonder de gevraagde subsidie kan verrichten;
  • d.
    de subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun overeenkomstig de Europese regelgeving of het oordeel van de Europese Commissie.
3.

Subsidie kan worden geweigerd:

  • a.
    als met de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd, reeds is begonnen voordat de aanvraag is ingediend.
  • b.
    indien dezelfde aanvrager, al dan niet zelfstandig, eerdere aanvragen in het Rivierenlandgebied heeft ingediend voor vergelijkbare projecten.

Paragraaf 2: De subsidieverlening.

Artikel 10 Aanvraag.

1.

De aanvraag wordt ingediend vόόr de door het Dagelijks Bestuur bepaalde sluitingsdatum.

2.

Het Dagelijks Bestuur zendt de aanvrager een bevestiging van ontvangst van de aanvraag.

3.

Een aanvraag dient te geschieden door middel van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, dat daartoe door het Dagelijks Bestuur beschikbaar wordt gesteld.

Daarin moet worden opgenomen:

  • a.
    doel van het project;
  • b.
    beoogd eindresultaat;
  • c.
    plan van aanpak met specificatie van activiteiten;
  • d.
    uitvoerende partijen per activiteit;
  • e.
    kosten per activiteit en kostensoort;
  • f.
    financiering.
4.

Bij het aanvraagformulier worden de volgende bescheiden gevoegd:

  • a.
    een gespecificeerde begroting;
  • b.
    alle toezeggingen of beschikkingen voor cofinanciering;
5.

Een aanvraag kan per project slechts worden ingediend door één aanvrager, zijnde een rechtspersoon, die ook als contactpersoon zal optreden. Indien sprake is van samenwerking met anderen, wordt dit toegelicht in de aanvraag en worden bijlagen toegevoegd waaruit de mate van samenwerking blijkt.

6.

De aanvraag dient voorzien te zijn van een sluitende begroting, die voldoende zekerheid biedt van cofinanciering door overige financiers. Daarnaast dient een onderbouwd projectvoorstel of businessplan te worden bijgevoegd.

7.

Verwachte inkomsten in een project moeten aan de financieringszijde van de begroting tot uitdrukking worden gebracht.

8.

Indien er sprake is van gekapitaliseerde ureninbreng in een project, dan dienen deze uren aantoonbaar additioneel te zijn aan het project en te worden gewaardeerd tegen een maximumbedrag van €50 per uur. Uurtarieven dienen altijd in het projectplan gespecificeerd en onderbouwd te worden.

9.

Het Dagelijks Bestuur kan verzoeken de aanvraag te voorzien van een nadere toelichting en overige bescheiden.

Artikel 11 Onvolledige aanvraag.

1.

Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze alsnog aan te vullen binnen een door het Dagelijks Bestuur gestelde termijn.

2.

Indien de aanvraag binnen de gestelde termijn niet of niet volledig is aangevuld, kan het Dagelijks Bestuur besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.

3.

Indien sprake is van een onvolledige aanvraag die binnen drie weken voor de sluitingsdatum wordt ingediend, zijn de consequenties van de onvolledigheid voor risico van de aanvrager.

Artikel 12 Beslissing op de aanvraag.

1.

Na de sluitingstermijn, worden alle volledige aanvragen verzameld en ter beoordeling voorgelegd aan de Economic Board.

2.

Een aanvraag voor een project beoordeelt de Economic Board op:

  • a.
    de aansluiting bij de ambities uit het Ambitiedocument 2020;
  • b.
    de inhoud van deze verordening;
3.

Aan de hand van de toetsing zoals bedoeld in het tweede lid, beoordeelt de Economic Board of een aanvraag voor toekenning in aanmerking komt. Te honoreren aanvragen worden opgenomen in een voorgestelde rangorde voor honorering.

4.

De rangorde wordt bepaald door de scores van het project op de indicatoren ‘ambities’, ‘financiën’, ‘lange termijn-impact en draagvlak’ en ‘economisch en maatschappelijk toegevoegde waarde’.

5.

Ten aanzien van de gerangschikte projecten adviseert de Economic Board positief voor zover het subsidieplafond voor het betreffende tijdvak dat toelaat.

6.

Aanvragen om subsidie die het Dagelijks Bestuur afwijst, óf om inhoudelijke redenen, danwel wegens het bereiken of overschrijden van het subsidieplafond, dingen niet mee bij het volgende tijdvak. Het staat de aanvrager vrij om een nieuwe aanvraag in te dienen.

Artikel 13 Advies.

1.

De Economic Board stelt een samenhangend advies op aan het Dagelijks Bestuur over de in de betreffende verdelingsperiode ingediende volledige aanvragen.

2.

Het in het eerste lid bedoelde advies maakt onderscheid tussen te honoreren, af te wijzen en voor het inwinnen van nadere informatie aan te houden aanvragen.

3.

Het Dagelijks Bestuur neemt op basis van het advies, een besluit over de ingediende aanvragen.

4.

Indien het Dagelijks Bestuur afwijkt van het advies van de Economic Board, motiveert zij dit en wordt de Economic Board hierover ingelicht.

Artikel 14 Beslistermijn.

1.

Het Dagelijks Bestuur beschikt binnen twaalf weken na de sluitingsdatum.

2.

De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd.

3.

De verlenging wordt gelijktijdig schriftelijk medegedeeld aan de aanvragers.

Artikel 15 Besluit tot verlening.

1.

Het besluit tot subsidieverlening vermeldt minimaal:

  • a.
    de start- en einddatum van het project;
  • b.
    de maximale subsidiebijdrage;
  • c.
    de financieringsopzet;
  • d.
    de totale projectkosten die als basis voor de berekening van de subsidie dienen.
  • e.
    de eventuele uitvoerder van het project.
2.

Het besluit tot verlening van subsidie kan tevens de kwalitatieve en kwantitatieve doelstelling van het project vermelden.

3.

Voorts vermeldt het besluit de wijze van beschikbaarstelling van de subsidie en de aan de subsidie verbonden verplichtingen, inclusief de wijze van verantwoording door de aanvrager.

Artikel 16 Beschikbaarstelling van de subsidie: Bevoorschotting.

Voorschotten worden per project verstrekt volgens de in de beschikking genoemde procedure.

Artikel 17 Verplichtingen verbonden aan de subsidie.

1.

Het Dagelijks Bestuur verbindt aan de subsidie ten minste de volgende verplichtingen:

  • a.
    de aanvrager of uitvoerder handelen in overeenstemming met de Europese of nationale regelgeving;
  • b.
    de voortgang van de activiteiten waarvoor een bijdrage is verleend, geschiedt in overeenstemming met de bij de aanvraag verschafte gegevens;
  • c.
    het bij de verlening vermelde bedrag zal worden uitgegeven aan de in de beschikking genoemde activiteiten;
  • d.
    de aanvrager draagt zorg voor een projectadministratie, die voldoet aan de in artikel 18 gestelde eisen;
  • e.
    de aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het project conform het bepaalde in artikel 19;
  • f.
    de aanvrager werkt mee aan financiële en fysieke controles en evaluatieonderzoeken door of namens het Dagelijks Bestuur;
  • g.
    de aanvrager werkt mee aan communicatie en publiciteit over het project conform het bepaalde in artikel 21;
2.

Het project dient uiterlijk binnen zes maanden na verlening van de subsidie te starten, waarbij de datum zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening bepalend is.

3.

Onder start van een project wordt verstaan het aangaan van (betaling-)verplichtingen.

4.

De termijn van zes maanden kan op basis van een gemotiveerd schriftelijk verzoek van de aanvrager worden verlengd ingeval van bijzondere omstandigheden.

Artikel 18 Administratievoorschriften.

1.

De aanvrager draagt er zorg voor dat een afzonderlijke projectadministratie op verplichtingen- en kasbasis wordt gevoerd, waarin alle noodzakelijke gegevens tijdig, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en zijn te verifiëren met bewijsstukken.

2.

De administratie dient aldus te zijn opgezet dat deze voldoende waarborg biedt voor correcte en adequate tussentijdse rapportages.

3.

De administratie biedt voldoende mogelijkheden voor een adequate accountantscontrole op rechtmatigheid en doelmatigheid en voor een controle op de juiste naleving van de voorwaarden.

4.

Indien de administratie niet in eigen beheer wordt uitgevoerd, wordt bij de aanvraag opgave gedaan van de instelling die de administratie voert. Op de administratie van deze instelling is het hiervoor bepaalde eveneens van toepassing.

Artikel 19 Rapportagevoorschriften.

1.

De aanvrager rapporteert over de financiële en inhoudelijke status van het project conform het bepaalde in de subsidiebeschikking.

2.

Rapportage geschiedt door volledige en waarheidsgetrouwe informatie te geven over de voortgang van het project waarvoor subsidie is verleend. De aanvrager gebruikt hiervoor het door het Dagelijks Bestuur vastgestelde rapportageformulier.

3.

Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder is van het project, dient de aanvrager ervoor zorg te dragen dat de uitvoerder dezelfde medewerking verleent als in voorgaande leden bedoeld. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, ook nadat het project financieel is afgerond, uiterlijk tot een jaar na de subsidievaststelling.

4.

Binnen twee maanden na ontvangst van de rapportage als bedoeld in het eerste lid, reageert het Dagelijks Bestuur daarop. Het Dagelijks Bestuur deelt daarbij tevens mede of het voornemens is gebruik te maken van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 19 van deze verordening.

Artikel 20 Controle.

1.

Het Dagelijks Bestuur heeft het recht om de rechtmatige besteding van de subsidie te (laten) controleren, de administratie in te zien en daarvan kopieën te maken.

2.

Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder is van het project, verplicht de aanvrager de uitvoerder tot dezelfde medewerking. Hieronder valt ook de medewerking aan het rapporteren over de inhoudelijke voortgang, ook nadat het project financieel is afgerond, tot uiterlijk een jaar na de datum van subsidievaststelling.

Artikel 21 Voorschriften met betrekking tot communicatie en publiciteit.

1.

De aanvrager verleent zijn medewerking aan communicatie en publiciteit, hetgeen inhoudt dat bij iedere uiting naar buiten wordt gemeld dat een subsidie voor het project wordt verkregen van Regio Rivierenland. Dit betreft zowel een vermelding bij schriftelijke uitingen als ook bij het plaatsen van een bord bij het realiseren van fysieke projecten. Er wordt gebruik gemaakt van de volgende tekst: “Dit project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage uit het Regionaal Investeringsfonds van Regio Rivierenland”. Het logo dient daarbij duidelijk zichtbaar te zijn.

2.

Indien de aanvrager niet tevens de uitvoerder is van het project, verplicht de aanvrager de uitvoerder dezelfde medewerking te verlenen.

Paragraaf 3 Vaststelling van de subsidie.

Artikel 22 Aanvraag om vaststelling van de subsidie.

1.

De aanvrager dient binnen drie maanden na de einddatum zoals opgenomen in de beschikking van het project, een aanvraag om vaststelling van de subsidie in bij het Dagelijks Bestuur.

2.

De vaststellingsaanvraag dient voorzien te zijn van:

  • a.
    een financieel en inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat aan alle verplichtingen is voldaan;
  • b.
    Ingeval de verleende subsidie minimaal € 125.000 bedraagt, tevens een accountantsverklaring.
3.

Het Dagelijks Bestuur kan op schriftelijk verzoek van de aanvrager de in het eerste lid vermelde termijn, met maximaal drie maanden verlengen.

4.

Het verzoek als bedoeld in het vorige lid dient binnen de in het eerste lid genoemde termijn van drie maanden te zijn ingediend.

Artikel 23 Beslistermijn.

Het Dagelijks Bestuur neemt binnen drie maanden na ontvangst van de vaststellingsaanvraag een besluit over de subsidievaststelling.

Artikel 24 Inhoud besluit tot vaststelling.

1.

Het besluit tot vaststelling vermeldt het bedrag van de subsidie.

2.

In geval de subsidie lager is vastgesteld dan eerder verleend, vermeldt het Dagelijks Bestuur de reden daarvan.

Artikel 25 Beschikbaarstelling: uitbetaling.

1.

De uitbetaling van de vastgestelde subsidie vindt plaats onder verrekening van uitbetaalde voorschotten.

2.

De vastgestelde subsidie alsmede de toegekende voorschotten worden uitbetaald aan de aanvrager.

Artikel 26 Verplichtingen verbonden aan de subsidievaststelling.

De aanvrager bewaart tot vijf jaar na vaststelling van de subsidiealle bewijsstukken inzake betalingen, ontvangsten en uitgaven betreffende het project.

Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotbepalingen.

Artikel 27 Hardheidsclausule.

1.

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen op basis van zwaarwegende motieven af te wijken van het bepaalde in deze verordening.

2.

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het Dagelijks Bestuur.

Artikel 28 Rapportage.

Het Dagelijks Bestuur doet, in samenspraak met het Algemeen Bestuur, in de eerste helft van elk jaar verslag aan de raden van de tien deelnemende gemeenten over de werking van deze verordening in het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Hierbij wordt ingegaan op de voortgang in de gehonoreerde projecten en de wijze waarop projecten een bijdrage leveren aan de ambities uit het Ambitiedocument 2020. Voorts doet het Dagelijks Bestuur verslag van de gehanteerde selectiecriteria en de eventuele uitzonderingssituaties.

Artikel 29 Citeertitel.

Deze verordening kan worden aangehaald als “Subsidieverordening Regionaal Investeringsfonds (RIF) Regio Rivierenland”.

Artikel 30 Bekendmaking en inwerkingtreding.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 10 maart 2017.

de secretaris, a.i.
W.J. Stegeman
de voorzitter,
ir.J. Beenakker