Officiele publicatie

Verordening Subsidie Continuïteit Jeugdzorg 2015 gemeente Neerijnen

De raad van de gemeente Neerijnen,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2014;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

Overwegende dat:

  • gemeenten op grond van artikel 2.4 van de Jeugdwet met ingang van 1 januari 2015 verantwoordelijk worden voor alle jeugdhulp;
  • de samenwerkende gemeenten in regio Rivierenland de Jeugdwet zo goed mogelijk willen uitvoeren door te zorgen voor voldoende passende en tijdig beschikbare jeugdhulp, maximale kwaliteit binnen het beschikbare budget en budget beschikbaar stellen voor transformatie en continuïteit;
  • de samenwerkende gemeenten in regio Rivierenland van Rijkswege zijn aangewezen als jeugdzorgregio voor de regionale jeugdzorgtaken en daarom hebben afgesproken om daar waar nodig samen te werken;
  • de gemeenten in regio Rivierenland een gezamenlijke visie “een samenredzame samenleving” hebben vastgesteld en als nadere uitwerking van deze visie de nota contouren voor een sociaal Rivierenland, de groeinota jeugdzorg in Rivierenland: onze zorg!, het beleidskader sturing, bekostiging en inkoop regio Rivierenland, de Nota beleidsprestaties transities Wmo en jeugd regio Rivierenland en de Nota van Inrichting transities Wmo en jeugd regio Rivierenland zijn opgesteld;
  • de samenwerkende gemeenten op 31 oktober 2013 het Transitiearrangement jeugd regio Rivierenland hebben vastgesteld;
  • in het Transitiearrangement is vastgelegd dat in het kader van zorgcontinuïteit er sprake is van een overgangsjaar 2015, uitgaande van de volgende uitgangspunten:
    • °
      zeer beperkt ingrijpen in de bestaande aanbodstructuur;
    • °
      sterke inzet op transformatie (cultuur en handelen);
    • °
      bestaande subsidierelaties en voorwaarden zoveel mogelijk continueren;
  • in het Transitiearrangement is vastgelegd dat 68% van het budget is bestemd voor bestaande aanbieders en dat tevens een percentage van 12% is vastgesteld voor transformatie door bestaande aanbieders;
  • deze verordening van toepassing is voor zowel de regionale als wel de lokaal te subsidiëren jeugdhulp;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit subsidiekader wordt verstaan onder:

  • a.
    ASV: Algemene Subsidieverordening van de gemeente Neerijnen;
  • b.
    Awb: Algemene wet bestuursrecht
  • c.
    basissubsidie: subsidie voor continuïteit van zorg en het behoud van de infrastructuur voor zittende en nieuwe cliënten;
  • d.
    jeugdhulp: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij alle denkbare opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, waarbij gelden de wettelijke uitgangspunten met betrekking tot de doelgroepen en leeftijd, zoals aangegeven in de Jeugdwet.
  • e.
    Jeugdwet: Jeugdwet, zoals gepubliceerd op 1 maart 2014, Staatsblad nr. 105, 2014;
  • f.
    peildatum: 1 juli 2014;
  • g.
    subsidieontvanger: rechtspersoon waaraan op basis van deze verordening subsidie is verleend.
  • h.
    transformatiesubsidie: subsidie voor transformatie van het bestaande zorgaanbod;
  • i.
    college: college van burgemeester en wethouders van gemeente Neerijnen.

Artikel 2 Doel van de subsidie

1.

Het doel van dit subsidiekader is het in het jaar 2015 continueren van de beschikbaarheid van de in het tweede lid genoemde vormen van basis jeugdzorg die voorheen werden gefinancierd uit provinciale middelen en het realiseren van transformatie van de huidige vormen van jeugdzorg in lijn met de regionale visie “De Samenredzame Samenleving’.

2.

Subsidie kan worden verleend voor transformatie en de volgende vormen van jeugdzorg waarvan de beschikbaarheid in 2015 wordt gecontinueerd door de subsidieaanvrager:

  • a.
    Ambulante jeugdzorg;
  • b.
    verblijf deeltijd residentieel;
  • c.
    verblijf pleegzorg, inclusief taken als werving;
  • d.
    gezinshuizen.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door jeugdzorgaanbieders die in 2014 een provinciale jeugdzorgsubsidie van de provincie Gelderland of een andere provincie hebben ontvangen voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel bedoeld in de Jeugdwet in één van de volgende gemeenten woonachtig zijn op de peildatum:

  • a.
    Buren;
  • b.
    Culemborg;
  • c.
    Geldermalsen;
  • d.
    Lingewaal;
  • e.
    Maasdriel;
  • f.
    Neder-Betuwe;
  • g.
    Neerijnen;
  • h.
    Tiel;
  • i.
    West Maas en Waal;
  • j.
    Zaltbommel.

Artikel 4 Subsidieplafond en subsidiehoogte

1.

Voor Entréa:

  • a.
    Het subsidieplafond voor Entréa voor de periode 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 bedraagt € 234.651,-
  • b.
    De maximale subsidiehoogte voor Entréa is gelijk aan het bijbehorende subsidieplafond genoemd in het eerste lid onder a.
2.

Voor de doelgroep bedoeld in artikel 3, uitgezonderd Entréa:

  • a.
    het subsidieplafond voor de doelgroep bedoeld in artikel 3 voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2015 bedraagt € 24.582,-
  • b.
    de maximale subsidiehoogte voor de doelgroep bedoeld in artikel 3 is gelijk aan 80 procent van het bedrag dat overeenkomt met de gemiddelde jaarlijkse jeugdzorgkosten over de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013, van de subsidieaanvrager met betrekking tot de vormen van jeugdzorg genoemd in artikel 2, tweede lid, voor cliënten die volgens het woonplaatsbeginsel bedoeld in de Jeugdwet in één van de gemeenten, genoemd in artikel 3, woonachtig zijn op de peildatum, waarbij de subsidie als volgt wordt verdeeld:
    • 1 °
      maximaal 85% van het subsidieplafond kan worden verleend aan basissubsidie, en;
    • 2 °
      maximaal 15% van het subsidieplafond kan worden verleend aan transformatiesubsidie.
3.

Het subsidieplafond bedoeld in het tweede lid wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

1.

Het subsidiebedrag wordt als lumpsum bedrag beschikbaar gesteld aan de subsidieontvanger.

2.

Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 5 Subsidieaanvraag basissubsidie en transformatiesubsidie

1.

De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in met behulp van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier vanaf het moment van bekendmaking van deze verordening tot en met 8 september 2014.

2.

De subsidieaanvraag bevat het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen die tevens digitaal worden meegestuurd.

3.

Bij de subsidieaanvraag wordt tevens meegestuurd een financieel overzicht dat aantoont wat de gemiddelde jaarlijkse jeugdkosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder b, zijn alsook inzicht biedt in de onderliggende berekeningswijze en een toelichting hoe het woonplaatsbeginsel bedoeld in de Jeugdwet is toegepast.

4.

Bij de subsidieaanvraag wordt tevens een jaarplan ingediend met de wijze waarop de subsidieaanvrager:

  • a.
    voldoende en tijdige jeugdzorg biedt, uitgaande van de zorgvormen geboden in 2014 en binnen het gestelde subsidieplafond bedoeld in artikel 4 voor bestaande en nieuwe cliënten in 2015;
  • b.
    invulling geeft aan de prestatie indicatoren:
    • 1 °
      cliënttevredenheid (met daarbij ook cliëntervaringen)
    • 2 °
      afname of stabilisatie van de problematiek
    • 3 °
      doelrealisatie
    • 4 °
      reden beëindiging zorg
    • 5 °
      doorlooptijd van de zorg
    • 6 °
      uitblijven nieuw beroep op jeugdzorg
  • c.
    invulling geeft aan de transformatie van zorg op de volgende acht hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties:
    • 1 °
      focus op de eigen kracht en het sociale netwerk van de cliënt;
    • 2 °
      van zware zorg naar lichte zorg;
    • 3 °
      samenwerken en verbinden;
    • 4 °
      van individueel naar collectief / van maatwerk naar algemene voorziening;
    • 5 °
      keuzevrijheid en cliënttevredenheid;
    • 6 °
      toegankelijkheid van dienstverlening;
    • 7 °
      kwaliteit en innovatie;
    • 8 °
      betaalbaar, duurzaam en effectief.
  • d.
    een productieformat op basis van de bekostigingseenheden van Kaiser;
  • e.
    de laatst opgestelde balans en resultatenberekening met toelichting en voorzien van een accountantsverklaring, niet ouder dan het verslagjaar 2012;
  • f.
    knelpunten en risico’s in de bedrijfsvoering bij het bieden van continuïteit van zorg in 2015 en de wijze waarop deze worden gedempt;
  • g.
    het bankrekeningnummer waarop de subsidie moet worden overgemaakt.

Artikel 6 Subsidieverlening

Het college beslist uiterlijk op 15 december 2014 over de subsidieaanvraag.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Onverminderd de weigeringsgronden in de Awb en de ASV kan de transformatiesubsidie worden geweigerd indien de subsidieaanvrager geen beschrijving geeft van haar inzet op transformatie op alle acht hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties van regio Rivierenland.

Artikel 8 Beoordelingsprocedure

Een ambtelijke beoordelingscommissie van regio Rivierenland adviseert het college van Burgemeester en Wethouders bij de beoordeling van subsidieaanvragen.

Artikel 9 Beoordelingscriteria

1.

Basissubsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvrager de garantie biedt dat gemiddeld minimaal 95% van de instroom over de jaren 2012, 2013 en eerste helft 2014 kan worden gerealiseerd in 2015.

2.

Transformatiesubsidie wordt uitsluitend verstrekt als de aanvrager aantoonbaar inzet verricht om de beleidsprestaties onderliggend aan de 8 hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties te realiseren.

3.

De subsidieaanvrager biedt de garantie dat de wachtlijst per cliënt over het hele jaar 2015 nooit langer is dan zeven weken.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.

De subsidieontvanger is transparant over de jeugdhulp en informeert maandelijks het college over:

  • a.
    de instroom, doorstroom en uitstroom per zorgvorm;
  • b.
    de lengte van de afgesloten trajecten;
  • c.
    de doelrealisatie per afgesloten traject;
  • d.
    de duur van de wachtlijst.
1.

Minimaal 2 keer per jaar vindt overleg plaats met een vertegenwoordiging van de gemeente waarbij de voortgang van de transformatie en de efficiëntie en effectiviteit van de geboden zorg onderwerp van gesprek zijn.

2.

De subsidieontvanger levert op 1 januari en 1 juni op cliëntniveau informatie aan de Routeervoorziening Beleidsinformatie Jeugd (RBJ) en is hiervoor aangesloten op deze landelijke voorziening.

3.

De subsidieontvanger verleent medewerking om informatie te leveren aan het nog te ontwikkelen provinciale monitor.

4.

Onverminderd de verplichtingen uit de ASV voldoet de subsidieontvanger in geheel 2015 aan de volgende wettelijke eisen zoals vastgelegd in de:

  • a.
    Jeugdwet
  • b.
    Kwaliteitswet Zorginstellingen
  • c.
    Wet Klachtrecht Cliënten Zorginstellingen
  • d.
    Wet BIG (Wet Individuele Beroepen Gezondheidszorg)
  • e.
    WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst)
  • f.
    WBP (Wet Bescherming persoonsgegevens)
  • g.
    WMCZ (Wet Medezeggenschap Cliënten Zorgsector)
  • h.
    WBOPZ (Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen)
  • i.
    Geneesmiddelenwet
  • j.
    Mededingingswet
5.

De subsidieontvanger:

  • a.
    dient ingeschreven te zijn in het handelsregister;
  • b.
    is toegelaten op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen gedurende het jaar 2015;
  • c.
    dient te beschikken over een bewijs van goed gedrag van alle medewerkers en een aantoonbare Good Governance Code zorginstellingen;
  • d.
    heeft hoofdbehandelaren in dienst die BIG geregistreerd zijn en voldoen aan de eisen van de beroepsverenigingen;
  • e.
    beschikt over een geldig en extern getoetst geldigheidscertificaat.
6.

De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat te allen tijde voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.

7.

De subsidieontvanger verleent aan het college dan wel aan de door het college aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie, indien dit naar het oordeel van het college nodig is voor de beoordeling van de besteding van de verstrekte subsidie.

8.

De subsidieontvanger dient onverwijld schriftelijk mee te delen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

9.

De subsidieontvanger dient op de door het college in de beschikking aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 11 Subsidievaststelling

1.

De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2.

De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een financieel verslag en een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 van de Awb.

3.

Onverminderd artikel 4:80 van de Awb bevat het activiteitenverslag een verantwoording van:

  • a.
    de prestatie indicatoren, genoemd in artikel 5, vierde lid onder b;
  • b.
    de realisatie van de prestatie indicatoren op de 8 hoofdthema’s uit de nota beleidsprestaties;
  • c.
    de garantiestellingen, genoemd in artikel 9;
1.

Onverminderd artikel 4:75, tweede lid, van de Awb bevat de aanvraag tot vaststelling een jaarrekening.

2.

De subsidie kan lager worden vastgesteld met een maximum van 15% van het budget bedoeld in artikel 4 als de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de garantiestellingen, genoemd in artikel 9.

Artikel 12 Vermogensvorming en tekorten

1.

De egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb die de subsidieontvanger vormt bedraagt niet meer dan 10% van het vastgestelde boekjaarsubsidiebedrag over hetzelfde subsidiejaar. Indien deze egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt het meerdere bij de vaststelling voor het betreffende boekjaar afgetrokken.

2.

De egalisatiereserve komt niet eerder negatief te staan dan voordat het overige beschikbare eigen vermogen is aangewend. Indien de egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt in de toelichting op de balans gemotiveerd weergegeven hoe deze weer positief wordt gemaakt.

Artikel 13 Betaling en bevoorschotting

1.

Bevoorschotting vindt plaats op aanvraag.

2.

Aan de subsidieontvanger kan maandelijks vooraf een voorschot verstrekt worden.

Artikel 14 Inwerkingtreding en overgang

  • 1.
    Deze verordening treedt één dag na haar bekendmaking in werking en werkt terug tot en met 4 augustus 2014.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Innovatie Jeugdzorg gemeente Neerijnen 2015.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 18 december 2014
de griffier
de burgemeester
Zaaknummer: 11-13997/3864