Officiele publicatie

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Neerijnen houdende regels beheer gemeentelijke begraafplaatsen Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Neerijnen 2017

De raad van de gemeente Neerijnen, gelezen het voorstel van het college van 9 mei 2017 gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Neerijnen

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.
    begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen te
    • Est – Esterweg
    • Haaften nieuw – Bernhardstraat
    • Haaften oud – Engelenhof
    • Hellouw – Beatrixstraat
    • Ophemert – Hermoesestraat
    • Opijnen nieuw – Slotstraat
    • Opijnen oud – naast de kerk
    • Tuil nieuw – Haarstraat
    • Tuil oud – St. Antoniestraat
    • Varik – Weiweg
    • Waardenburg – Kaalakkerstraat
  • b.
    graf: een graf in de open grond of in een grafkelder;
  • c.
    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere stoffelijke overschotten worden begraven of asbussen worden bijgezet;
  • d.
    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
  • e.
    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
  • f.
    particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten voor per graflaag één stoffelijk overschot of twee asbestemmingen (asbus al dan niet met urn of uitstrooiing in het particulier graf):
    • -
      voor een particulier graf voor overledenen > 12 jaar;
    • -
      voor een particulier graf voor kinderen vanaf één jaar tot 12 jaar;
    • -
      voor een particulier graf voor kinderen jonger dan één jaar;
  • g.
    particuliere urnennis of urnengraf: een nis of graf waarvoor een natuurlijk persoon het uitsluitend recht is verleend voor het doen bijzetten en bijgezet houden van één of twee asbestemmingen (asbus al dan niet met urn in een urnennis/urnengraf of uitstrooiing in urnengraf;
  • h.
    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten > 12 jaar of één asbestemming;
  • i.
    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid
  • j.
    grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;
  • k.
    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier (kinder)graf of een particulier urnengraf of - nis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;
  • l.
    belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.
  • m.
    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

Hoofdstuk 2 OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 2 Openstelling begraafplaatsen

De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk vanaf een half uur na zonsopkomst tot een half uur voor zonsondergang. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 3 Ordemaatregelen

1.

Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

2.

De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

3.

Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden:

  • a.
    elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;
  • b.
    motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;
  • c.
    sneller dan 10 km per uur.
  • d.
    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in artikel 3, lid 3 sub a.

Artikel 4 Plechtigheden

1.

Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. De datum en het tijdstip van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

2.

De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 5 Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van stoffelijke overschotten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3 VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 6 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

1.

Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk voor 12.00 uur op de derde werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

2.

Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door de beheerder of door de daartoe door de beheerder aangewezen personen.

3.

Het bedienen van hulpmiddelen tijdens de plechtigheid zoals bijvoorbeeld de graflift mag uitsluitend geschieden door de beheerder van de begraafplaatsen of door de beheerder aangewezen personen.

4.

De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden met uitzondering van het openen van een graf geheel of gedeeltelijk verrichten onder toezicht van de beheerder van de begraafplaatsen of de door hem aangewezen personen, indien zij hun wens daartoe kenbaar hebben gemaakt op de kennisgeving van de plechtigheid aan de beheerder. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen op te volgen.

Artikel 7 Over te leggen stukken

1.

Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.

2.

Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3.

Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met tien jaar.

4.

De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

5.

De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 8 Tijden van begraven en asbezorging

1.

De tijd van begraven en het bezorgen van as is op werk- en zaterdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

2.

Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4 INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 9 Indeling graven en asbezorging

1.

Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:

  • a.
    particuliere graven en grafkelders, - kindergraven tot 1 jaar en van 1 tot 12 jaar;
  • b.
    particuliere urnennissen en urnengraven
  • c.
    particuliere herdenkingsplaatsen
  • d.
    algemene graven
  • e.
    algemene strooiplaats op strooiveld
2.

Graven kunnen éénlaags of tweelaags worden uitgegeven. De cultuurtechnische aspecten bepalen welke grafvelden uitsluitend éénlaags kunnen worden uitgegeven. Bij particuliere graven die uitsluitend éénlaags kunnen worden uitgegeven, kan op verzoek bovengronds één sierurn met één asbestemming worden geplaatst.

3.

Kindergraven worden uitsluitend éénlaags en als particulier graf uitgegeven.

4.

Bij particuliere graven kan per graflaag worden bijgezet:

  • a.
    één stoffelijk overschot of
  • b.
    twee asbussen al dan niet met urnen of
  • c.
    twee asverstrooïngen

Artikel 10 Aantal overledenen in algemene graven

In algemene graven kan uitsluitend per laag één stoffelijk overschot of één asbus al dan niet met urn worden bijgezet.

Artikel 11 Volgorde van uitgifte

1.

De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. Het is toegestaan aansluitend naast een nieuw éénlaags graf één graf te reserveren.

2.

Het college kan een particulier graf toewijzen buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

Artikel 12 Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 13 Termijnen graven

1.

Algemene graven worden uitgegeven met een gebruiksrecht voor de duur van tien jaar.

2.

Particuliere graven worden uitgegeven met een grafrecht van 20 of 30 jaar, particuliere urnennissen of urnengraven worden uitgegeven met een grafrecht van 10, 20 of 30 jaar.

3.

De termijn begint te lopen op de datum waarop het graf is uitgegeven.

4.

Het in het tweede lid van dit artikel bedoelde grafrecht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

Artikel 14 Grafkelder

1.

Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

2.

Het college bepaalt op welke locatie een grafkelder gerealiseerd kan worden.

Artikel 15 Overschrijving van verleende rechten

1.

Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

2.

Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende.

3.

Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

4.

Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

5.

Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

6.

Een grafrecht wordt alleen overgeschreven op een stichting, wanneer in de statuten van de stichting het behoud van de graflocatie ondergronds en bovengronds voorop staat.

Artikel 16 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk 5 GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 17 Meldingsplicht grafbedekking

1.

Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke melding nodig. De rechthebbende van een particulier graf en de belanghebbende van een algemeen graf doet melding voor het hebben van een grafbedekking.

2.

Het college heeft algemene regels vastgesteld omtrent de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

3.

Wanneer tijdens de melding van een voorgenomen plaatsing of tijdens een controle op de plaatsing van grafbedekkingen wordt geconstateerd, dat maatvoering of materiaalgebruik niet overeenkomen met de door het college vastgestelde regels, zal de aanvrager worden gesommeerd alsnog te voldoen aan de regelgeving.

4.

Het college kan op schriftelijk verzoek van de aanvrager afwijken van de gestelde regels.

Artikel 18 Onderhoud door de gemeente

De gemeente pleegt geen onderhoud aan grafbedekkingen of grafbeplanting.

Artikel 19 Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

1.

Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.

2.

De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden conform de gebruikelijke opvattingen. Gescheurde of scheefstaande stenen dienen te worden hersteld. Verwaarlozing door gebroken liggende stenen, onkruidgroei of zwaar woekerende beplanting zowel in oppervlakte als in hoogte dient te worden voorkomen.

3.

Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van heesters of andere beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende.

4.

Indien de rechthebbende of de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.

5.

De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de belanghebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

6.

Het college kan de rechthebbende of de belanghebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Artikel 20 Niet-blijvende grafbeplanting

1.

Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, zal door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse verwelkte bloemen, planten, kransen, verkleurde linten, lege siervazen, etc kunnen eveneens door de beheerder worden verwijderd zonder aanspraak te maken op schadevergoeding.

2.

Op verzoek van de rechthebbende of belanghebbende kunnen na een bijzetting aanwezige bloemen, planten, kransen met een aandenken in de vorm van een lint dertien weken op het graf worden gehandhaafd, wanneer daartoe tevoren een aanvraag is ingediend bij de beheerder.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

1.

De grafbedekking zal na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

2.

Het college maakt het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bekend aan de rechthebbende tijdens het verstrekken van de afstandsverklaring respectievelijk aan de belanghebbende bij de bevestiging van de eindtermijn van het gebruiksrecht.

Hoofdstuk 6 RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

Artikel 22 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

1.

Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt.

2.

Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

Hoofdstuk 8 IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 23 Lijst

Het college controleert voor het verwijderen van grafbedekkingen of graven van historische betekenis zijn of de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft conform de gemeentelijke Erfgoedverordening 2010

Hoofdstuk 8 INRICHTING REGISTER

Artikel 24 Voorschriften

Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 9 SLOTBEPALINGEN

Artikel 25 Intrekking oude regeling

De “verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Neerijnen”, vastgesteld op 14 april 2011, wordt ingetrokken.

Artikel 26 Overgangsbepaling

Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in artikel 26 genoemde verordening gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de in artikel 26 genoemde verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 27 Strafbepaling

Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, lid 3 en 4, lid 3 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Overtreding van artikel 4 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 28 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van uitgifte van het Nieuwsblad Geldermalsen waarin zij is geplaatst.

Artikel 29 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Neerijnen 2017.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Neerijnen
in zijn openbare vergadering van 8 juni 2017
De raad vernoemd,
de griffier, de voorzitter,