Officiele publicatie

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Neerijnen houdende regels voor subsidies Algemene subsidieverordening gemeente Neerijnen 2017

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.
    wet: de Algemene wet bestuursrecht;
  • b.
    college: het college van burgemeester en wethouders;
  • c.
    subsidieontvanger: een natuurlijk persoon, een rechtspersoon of een groep die zich de behartiging van belangen van ideële en/of materiële aard ten doel stelt, waaraan het college subsidie heeft verleend;
  • d.
    subsidiejaar: het kalenderjaar;
  • e.
    activiteiten: de prestaties waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

Artikel 2 Bevoegdheden

Het college is bevoegd tot het beslissen op aanvragen om subsidie.

Artikel 3 Reikwijdte

1.

Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, is deze verordening van toepassing op alle bij het college aangevraagde en door het college verleende subsidies.

2.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor de bekostiging van activiteiten die, naar het oordeel van het college, van belang zijn voor de gemeente Neerijnen en/of haar inwoners.

3.

Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten op de volgende clusters van beleidsterreinen:

  • a.
    cultuur;
  • b.
    educatie;
  • c.
    sport;
  • d.
    welzijn;
  • e.
    zorg.
4.

Het college stelt op basis van deze verordening per beleidsterrein beleidsregels vast. Deze beleidsregels bepalen tenminste:

  • a.
    wat de grondslagen zijn voor de berekening van de subsidie;
  • b.
    welke, eventuele, specifieke voorschriften bij het vaststellen van toepassing zijn.
5.

Activiteiten die het vormen en / of verspreiden van partijpolitieke, godsdienstige en / of levensbeschouwelijke gedachten en beginselen tot doel hebben, vallen buiten de reikwijdte van deze verordening.

Artikel 4 Verslag

Artikel 4:24 van de Wet is niet van toepassing.

Artikel 5 Subsidievormen

Bij het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening kunnen de volgende

subsidievormen met de hierna aangegeven betekenis worden onderscheiden:

  • a.
    waarderingssubsidie: waarbij aan een organisatie een bedrag aan financiële middelen wordt verstrekt voor activiteiten zonder deze naar aard en inhoud te willen beïnvloeden en waarbij geen verband bestaat tussen de kosten die de organisatie maakt en de omvang van de subsidie;
  • b.
    normsubsidie: een subsidie waarbij voor een bepaalde periode een bedrag aan financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt, dat is berekend op grond van een basisbedrag en/of een aantal meetbare eenheden;
  • c.
    budgetsubsidie: een subsidie, waarbij vooraf voor een bepaalde periode een maximum bedrag aan financiële middelen aan een organisatie wordt verstrekt en waarvan de omvang wordt bepaald door de gewenste prestaties, activiteiten en/of maatschappelijke effecten;
  • d.
    projectsubsidie: een subsidie waarbij aan een organisatie financiële middelen worden verstrekt voor activiteiten met een eenmalig of projectmatig karakter.

Artikel 6 Subsidieplafond

1.

De gemeenteraad kan jaarlijks het subsidieplafond vaststellen voor de in artikel 3 lid 3 genoemde clusters van beleidsterreinen.

2.

Het subsidieplafond geldt voor het betreffende subsidiejaar.

3.

Na vaststelling van het subsidieplafond als bedoeld in lid 1 bepaalt het college hoe het beschikbaar gestelde bedrag wordt verdeeld.

Artikel 7 Subsidieaanvraag

1.

Een aanvraag om een projectsubsidie wordt tenminste zes weken voor de aanvang van de desbetreffende activiteit schriftelijk ingediend.

2.

Een aanvraag om een waarderingssubsidie wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar schriftelijk ingediend.

3.

Een aanvraag om een norm- of budgetsubsidie, waarop de Afdeling 4.2.8 van de wet van toepassing is, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het subsidiejaar schriftelijk ingediend.

4.

De in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van een begroting van de kosten en een beschrijving van de geplande activiteit.

Artikel 8 Weigeringsgronden subsidie

Lid 1.

De subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 van de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:

  • a.
    de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente Neerijnen of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Neerijnen;
  • b.
    de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie wordt verleend;
  • c.
    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
  • d.
    de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
  • e.
    de activiteiten van de aanvrager (para-) commercieel van aard zijn;
  • f.
    de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente;
  • g.
    de aanvrager geen rechtspersoonlijkheid heeft;
  • h.
    in die activiteiten op een naar oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien.
Lid 2.

Indien een aanvraag wordt ingediend buiten de daarvoor gestelde termijn als genoemd in artikel 7, wordt deze buiten behandeling gesteld.

Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger

1.

Het college kan de subsidieontvanger andere doelgerichte verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de wet opleggen.

2.

Het college kan de subsidieontvanger naast de in lid 1 bedoelde verplichtingen ook niet-doelgerichte verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:39 van de wet.

3.

De subsidieontvanger is verplicht tijdig opgave te doen aan het college van een wezenlijke wijziging van de gegevens die bij de aanvraag om subsidie zijn overgelegd.

4.

De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 lid 2, een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.

5.

De wijze waarop de hoogte van de in lid 4 bedoelde vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, subsidievaststelling of subsidiebeëindiging.

6.

Bij de bepaling van de hoogte van de in lid 4 bedoelde vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.

7.

Indien het de waarde van onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling als bedoeld in lid 6 door een onafhankelijke deskundige.

Artikel 10 Aanvraag subsidievaststelling

De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de activiteiten, of na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag om vaststelling als bedoeld in artikel 4:44 van de wet in, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is gesteld.

Artikel 11 Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen

1.

Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op door het college per boekjaar verleende subsidie aan rechtspersonen.

2.

Het college kan bepalen dat de subsidieontvanger een reserve vormt.

3.

Indien de subsidieontvanger zijn inkomen in overwegende mate ontleend aan de subsidie is artikel 4:76 van de wet van overeenkomstige toepassing.

4.

De verplichtingen als bedoeld in artikel 4:78 1e tot en met 4e lid, van de wet gelden niet voor subsidies lager dan € 50.000.

Artikel 12 Voorschotten

1.

Het college kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen.

2.

De beschikking tot voorschotverlening geschiedt gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening en vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

3.

Het voorschot wordt binnen 6 weken na de voorschotverlening betaald.

Artikel 13 Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen voor:

  • a.
    de procedure tot indienen van subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 7;
  • b.
    de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3 lid 2;
  • c.
    de verdeling van de beschikbare gelden over de in artikel 3 lid 2 genoemde activiteiten;
  • d.
    de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 8.

Artikel 14 Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen, en voor zover toepassing van deze verordening zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van het in deze verordening bepaalde.

Artikel 15 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 16 Overgangsbepaling

1.

Op een aanvraag die is ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening wordt op grond van de voor dat tijdstip geldende regels beslist.

2.

Meerjarenafspraken die zijn gemaakt voor de inwerkingtreding van deze verordening behouden de overeengekomen looptijd.

Artikel 17 Inwerkingtreding

1.

Deze verordening treedt in werking na bekendmaking per 1 januari 2017.

2.

Met de vaststelling van deze verordening komen de volgende verordening en regeling te vervallen: Subsidieverordening gemeente Neerijnen 2010.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene subsidieverordening gemeente Neerijnen 2017”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2016
, voorzitter
, griffier