Officiele publicatie

Wijziging CAR-UWO (U201600848) Regio Rivierenland

De circulaire van 31 mei 2016 ECWGO/U201600848 betreffende de revisie integrale toelichting bij de CAR-UWO (inwerkingtreding 01-01-'16)

Met de inwerkingtreding van het nieuwe beloningshoofdstuk (hoofdstuk 3) in de CARUWO per 1 januari 2016, zijn oude begrippen in de CARUWO door nieuwe vervangen en zijn verwijzingen in de rechtspositieregeling aangepast of verwijderd. Dit heeft geresulteerd in een geheel gereviseerde tekst van de CARUWO.

In het verlengde daarvan zenden wij u bijgaand een gereviseerde versie van de integrale toelichting bij de CARUWO. Daarnaast zijn nog enkele wijzigingen in de toelichting bij artikelen in hoofdstuk 3 doorgevoerd.

Bijlage 1 bij LOGA-brief U201600848

Bijlage 1 CAR-teksten

  • A.
    In de toelichting bij artikel 3:5 lid 2 worden in de eerste zin tussen de woorden “…….bijbehorend lager salaris” en “heeft voor ambtenaren ………….” de volgende tekst ingevoegd: “, bij de eigen werkgever of een andere werkgever in de gemeentelijke sector, “
  • B.
    In de toelichting bij artikel 3:19 lid 2 worden de eerste twee zinnen vervangen door: “De ambtsjubileumgratificatie wordt berekend op basis van het geldende salaris, de salaristoelagen en de vakantietoelage naar rato over de maand waarin het jubileum valt.”
  • C.
    De toelichting bij artikel 3:21 wordt gewijzigd en komt te luiden: “Het college stelt de regeling vast op grond waarvan deze kosten worden vergoed. Met inachtneming van de aangegeven begrenzing van de vergoeding OV (2e klasse), kan voor vergoeding van de overige kosten desgewenst de ‘Reisregeling binnenland’(BZK) worden toegepast.”
  • D.
    In de toelichting bij artikel 3:24 wordt de tweede volzin gewijzigd en komt te luiden: “De hoogte van de uitkering is één jaarsalaris vermeerderd met de toegekende salaristoelagen en de vakantietoelage, waarbij de 12 kalendermaanden direct voorafgaand aan de maand van overlijden als referteperiode dient."
  • E.
    In de toelichting bij artikel 3:20, wordt de bestaande tekst voorafgegaan door de volgende tekst: “Artikel 3:20 is een ‘kan-bepaling’, op basis waarvan lokaal een regeling kan worden opgesteld. LOGA-partijen hebben hiermee een mogelijkheid gemaakt om lokaal beleid voor bijzondere prestaties of gratificaties onder te kunnen brengen in hoofdstuk 3. Ambtenaren kunnen aan artikel 3:20 zelf geen rechten ontlenen; dat kan alleen als een lokale regeling de mogelijkheid daartoe bevat. Aan een lokale gratificatieregeling kunnen medewerkers geen aanspraak ontlenen van structurele aard. Het moet echt gaan om eenmalige en bijzondere gebeurtenissen.”