Officiele publicatie

Wijzigingen CAR-UWO Regio Rivierenland

Voorstel

  • 1:
    De volgende circulaires van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA) vast te stellen en deze in werking te laten treden met ingang van de per circulaire vermelde datum.
    • De circulaire van 10 maart 2017 ECWGO/U201700191 betreffende de CAR-UWO wijziging als gevolg van de gewijzigde leeftijdsafhankelijke factoren in het FLO overgangsrecht overeenkomstig de bijlage;
    • De circulaire van 10 maart 2017 ECWGO/U201700198 betreffende de CAR-UWO wijziging als gevolg van de aanpassing in de verplaatsingskosten verhuisplichtige ambtenaren overeenkomstig de bijlage;
    • De circulaire van 7 juni 2017 ECWGO/U2017464 betreffende de technische wijzigingen in de CAR-UWO overeenkomstig de bijlage.

samenvatting circulaires

  • De circulaire van 10 maart 2017 ECWGO/U201700191 betreffende de CAR-UWO wijziging als gevolg van de gewijzigde leeftijdsafhankelijke factoren in het FLO overgangsrecht (inwerkingtreding 01-01-'17);
    De Brandweerkamer en de vakbonden hebben op 29 oktober 2016 een principe-akkoord op hoofdlijnen bereikt over de reparatie van het FLO-overgangsrecht. Dit hoofdlijnenakkoord wordt uitgewerkt en zal leiden tot een nieuwe regeling voor het FLO-overgangsrecht. De inwerkingtredingsdatum hiervan is nog niet definitief vastgesteld. Voor de berekening van de inkoop van extra ouderdomspensioen binnen het FLO-overgangsrecht worden leeftijdsafhankelijke factoren gebruikt. Deze zijn gebaseerd op actuariële tarieven van ABP. Per 1 januari 2017 zijn de actuariële tarieven van ABP gewijzigd. Dit betekent dat ook de leeftijdsafhankelijke factoren moeten worden aangepast. In deze ledenbrief treft u de gewijzigde CAR-artikelen.
    De nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren treden met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2017.

 

  • De circulaire van 10 maart 2017 ECWGO/U201700198 betreffende de CAR-UWO wijziging als gevolg van de aanpassing in de verplaatsingskosten verhuisplichtige ambtenaren (inwerkingtreding 01-01-'17);
    Het LOGA indiceert jaarlijks de maximumbedragen van de verplaatsingskosten voor verhuisplichtige ambtenaren. In de CAO- gemeenten 2009-2011 is hiervoor een nieuwe systematiek afgesproken. De koppeling met de Rijksregeling is losgelaten en in plaats daarvan is gekozen voor een jaarlijkse indexatie met de consumenten prijsindex (CPI) van twee jaar daarvoor. Deze brief informeert u over de vaststelling van de bedragen voor 2017. U dient de gewijzigde bedragen lokaal vast te stellen.

 

  • De circulaire van 7 juni 2017 ECWGO/U2017464 betreffende de technische wijzigingen in de CAR-UWO (inwerkingtreding 01-10-2017);.
    In deze ledenbrief treft u een aantal wijzigingen aan van de CARUWO met als doel technische onvolkomenheden in de regeling te herstellen.
    Deze wijzigingen treden met ingang van 1 oktober 2017 in werking, met uitzondering van de wijziging D. De daarin opgenomen wijzigingen van artikel 2:7a CARUWO treden met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2017.

Bijlage bij ledenbrief U201700191

  • A
    Artikel 9b:22a, tweede lid, wordt vervangen door
    2 De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

leeftijd

factor

leeftijd

factor

leeftijd

factor

18

0,282

33

0,440

48

0,686

19

0,291

34

0,453

49

0,706

20

0,300

35

0,467

50

0,727

21

0,309

36

0,481

51

0,749

22

0,318

37

0,495

52

0,772

23

0,327

38

0,510

53

0,795

24

0,337

39

0,526

54

0,819

25

0,347

40

0,541

55

0,843

26

0,358

41

0,558

56

0,869

27

0,369

42

0,574

57

0,895

28

0,380

43

0,591

58

0,922

29

0,391

44

0,609

59

0,949

30

0,403

45

0,627

60

0,978

31

0,415

46

0,646

61

1,007

32

0,427

47

0,666

62

1,037

 

  • In de toelichting wordt de passage ‘Stel dat op leeftijd…. € 10.000 is.’ vervangen door ‘Stel dat op de leeftijd van 62 jaar een bedrag gegenereerd moet zijn van € 10.000 (fictief bedrag). Om dit te bereiken moet, bij de rendementen die ABP verwacht op de leeftijd van 53 jaar een bedrag van € 7.950 gestort worden (€ 10.000 x 0,795). Als er op een later moment dan op 53-jarige leeftijd wordt gestort, dan wordt het te storten bedrag ieder jaar hoger.’

  

  • B
    Artikel 9b:45a, tweede lid, wordt vervangen door
    2 De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt

 

leeftijd

factor

leeftijd

factor

leeftijd

factor

18

0,282

33

0,440

48

0,686

19

0,291

34

0,453

49

0,706

20

0,300

35

0,467

50

0,727

21

0,309

36

0,481

51

0,749

22

0,318

37

0,495

52

0,772

23

0,327

38

0,510

53

0,795

24

0,337

39

0,526

54

0,819

25

0,347

40

0,541

55

0,843

26

0,358

41

0,558

56

0,869

27

0,369

42

0,574

57

0,895

28

0,380

43

0,591

58

0,922

29

0,391

44

0,609

59

0,949

30

0,403

45

0,627

60

0,978

31

0,415

46

0,646

61

1,007

32

0,427

47

0,666

62

1,037

 

  • In de toelichting wordt de passage ‘Stel dat op leeftijd…. € 10.000 is.’ vervangen door ‘Stel dat op de leeftijd van 62 jaar een bedrag gegenereerd moet zijn van € 10.000 (fictief bedrag). Om dit te bereiken moet, bij de rendementen die ABP verwacht op de leeftijd van 53 jaar een bedrag van € 7.950 gestort worden (€ 10.000 x 0,795). Als er op een later moment dan op 53-jarige wordt gestort, dan wordt het te storten bedrag ieder jaar hoger.’

   

Bijlage bij ledenbrief U201700198

  • A.
    Artikel 18:1:5 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:
    • a.
      een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in-en uitpakken van breekbare zaken;
    • b.
      een bedrag voor dubbel woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 312,49 per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten hoogste voor vier maanden wordt verleend;
    • c.
      een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6.249,44.

  • B.
    Artikel 18:1:7 leden 2, 3 en 4 worden gewijzigd en komen te luiden:
    • 2.
      De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is, voor dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein, gemaximeerd op het bedrag van € 3.996 per jaar.
    • 3.
      De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen gebruik maakt en in de plaats daarvan met eigen vervoer naar dat station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 104,44 op jaarbasis.
    • 4.
      De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling die niet door openbaar vervoer is te bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar vervoer is te bereiken, € 0,17 per kilometer met een maximum van 20 kilometer enkele reis.

Bijlage bij LOGA-brief U201700464

  • A.
    In artikel 1:1 lid 1, sub rr wordt de laatste volzin geschrapt.

  • B.
    In artikel 1:2 lid 1, sub c worden de haakjes geschrapt.

  • C.
    In artikel 2:7 lid 1 worden de woorden “volledige betrekking” vervangen door: “volledigdienstverband”.

  • D.
    Artikel 2:7a lid 2 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    • 1.-
      de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een vooraf te bepalen periode;
    • 2.-
      het salaris evenredig wordt verhoogd;
    • 3.-
      de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;
    • 4.-
      de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd
    • 5.-
      het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, sub a evenredig wordt verhoogd;
    • 6.-
      het minimale IKB, bedoeld in artikel 3:28 lid 2, sub b evenredig wordt verhoogd;
    • 7.-
      instemming van de ambtenaar is vereist;
    • 8.-
      de koop van vakantieuren op grond van artikel 3:29 lid 1, sub a voor de duur van deverruiming niet is toegestaan.
  • De toelichting op artikel 2:7a lid 2 wordt geschrapt.

  • E.
    In artikel 3:3 lid 1 worden tussen de woorden “zijn functieschaal” en “, op grond van” de woorden “zoals opgenomen in de salaristabel in bijlage IIa” toegevoegd.

  • F.
    In artikel 3:25 lid 1, 2 en 3 wordt het woord “ziektekosten” vervangen door: “kosten van de zorgverzekering”.

  • G.
    In artikel 3:26 lid 1, 2 en 3 wordt het woord “ziektekosten” vervangen door: “kosten van de zorgverzekering”.
    In de toelichting op artikel 3:26 wordt het woord “ziektekosten” twee maal vervangen door:“kosten van de zorgverzekering”.

  • H.
    In de toelichting op artikel 3:37 punt 3 wordt de afkorting “ORT” vervangen door: “toelage onregelmatige dienst”.
    In de toelichting op artikel 3:37 punt 4 wordt de afkorting “ORT” vervangen door: “toelage onregelmatige dienst”.
    In de toelichting op artikel 3:37 punt 5 wordt de afkorting “ORT” vervangen door: “toelage onregelmatige dienst”.

  • I.
    In artikel 4:4 lid 4, sub b wordt de afkorting “ORT” vervangen door: “toelage onregelmatige dienst”.

  • J.
    In artikel 6:2 lid 1 en 2 worden de woorden “volledige betrekking” vervangen door: “volledig dienstverband”.

  • K.
    In artikel 6:10 lid 3 wordt het artikel “7:24a” gewijzigd in: “3:26”.

  • L.
    In artikel 6:11 lid 1 wordt het woord “betrekking” vervangen door: “dienstverband”.

  • M.
    Artikel 6:4:3 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    • 1.
      De ambtenaar met een volledig dienstverband kan voor maximaal 72 uur in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden aanspraak maken op het kortdurend zorgverlof op grond van de Wazo.
  • In artikel 6:4:3 lid 2 wordt het woord “betrekkingsomvang” vervangen door: “arbeidsduur”.
    De toelichting op artikel 6:4:3 lid 1 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    Lid 1
    Dit betekent dat ook de ambtenaar van wie de aanstelling verruimd is op grond van artikel 2:7a is in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden voor maximaal 72 uur aanspraak kan maken op het kortdurend zorgverlof.

  • N.
    In artikel 6:5:2 lid 2 worden de artikelen: “6:5:1, 6:5:3,” geschrapt.
    De laatste zin van de toelichting op artikel 6:5:2 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    Voor ouderschapsverlof van de overige kinderen zijn de bepalingen uit artikel 6:5:4 en 6:5:7 van overeenkomstige toepassing.

  • O.
    In artikel 6:10 lid 3 wordt het artikel “7:24a” gewijzigd in: “3:26”.

  • P.
    In artikel 6:11 lid 1 wordt het woord “betrekking” vervangen door: “dienstverband”.

  • Q.
    In artikel 6a:10 worden de woorden “9 en” geschrapt.
    In de toelichting op artikel 6a:10 wordt de eerste alinea gewijzigd en komt te luiden:
    Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaren die vallen onder hoofdstuk 9b, met uitzondering van de ambtenaren die vallen onder paragraaf 5 van hoofdstuk 9b.

  • R.
    In artikel 7:1 lid 1, sub b wordt het woord “toonvormende” vervangen door: “loonvormende”.

  • S.
    In artikel 7:8:1 worden de woorden “toelage…..prestatiebeloning” vervangen door: “toegekende salaristoelage(n)”.
    In de toelichting op artikel 7:8:1 worden de woorden “toelage…..prestatiebeloning” vervangen door: “toegekende salaristoelage(n)”.
  • T.
    In artikel 7:20 worden de woorden “de dienstbetrekking” vervangen door: “het dienstverband”.

  • U.
    In artikel 7:21 lid 2 wordt het woord “dienstbetrekkingen” vervangen door: “dienstverbanden” en het woord “dienstbetrekking” wordt vervangen door: “dienstverband”.

  • V.
    De titel boven artikel 7:24 wordt gewijzigd en komt te luiden:
    § 6. Tegemoetkoming kosten zorgverzekering

  • W.
    De toelichting op artikel 7:24a vervalt, inclusief titel en inclusief § 6. Ziektekosten

  • X.
    De toelichting op artikel 7:25b vervalt, inclusief titel.

  • IJ.
    In artikel 7:27 lid 3 worden de woorden “de dienstbetrekking” vervangen door: “het dienstverband”.

  • Z.
    In artikel 8:2a lid 1 worden de woorden “, derde lid,” vervangen door: “lid 2”.
    In de toelichting op 8:2a lid 1 worden de woorden “, lid 3,” vervangen door: “lid 2”.

  • AA.
    In de toelichting op artikel 8:4 worden de woorden “artikel 30 SUWI” vervangen door: “artikel 32 SUWI”.

  • AB.
    De toelichting op artikel 8:5a komt te luiden:
    Lid 1 Artikel 8:5a betekent dat een ambtenaar, die wegens ziekte ongeschikt is zijn functie te vervullen, ook binnen 24 maanden na de eerste ziektedag kan worden ontslagen, wanneer hij niet meewerkt aan zijn re-integratie. Concreet uitgewerkt gaat het erom dat zowel binnen als na 24 maanden ontslag gegeven kan worden, indien de ambtenaar:
    • zich zonder goede reden niet houdt aan redelijke voorschriften en maatregelen (zoals het verrichten van werkzaamheden in het kader van de re-integratie en het volgen van scholing in het kader van de re-integratie als bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onderdeel b en c) die hem in het kader van zijn re-integratie worden opgedragen;
    • zonder goede reden passende arbeid bij de eigen werkgever dan wel een andere werkgever weigert te aanvaarden;
    • zonder goede reden niet meewerkt aan de opstelling, evaluatie en bijstelling van het plan van aanpak;
    • zonder goede reden geen aanvraag op grond van de WIA indient.
  • Deze - ultieme - sanctie is gelijk aan de sanctie die sinds de inwerkingtreding van de Wet verbetering poortwachter in artikel 670b, boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen.
    Als de ambtenaar zonder goede reden geen aanvraag op grond van de WIA indient, kan de claimbeoordeling voor de WIA niet plaatsvinden en kan de werkgever het resultaat van deze claimbeoordeling niet bij het ontslagbesluit betrekken, terwijl dit verplicht is op grond van lid 2 van artikel 8:5. Als dit de reden is dat geen ontslag op grond van artikel 8:5 kan plaatsvinden, mag het college de ambtenaar ontslag verlenen op grond van artikel 8:5a.
    Lid 2
    Alvorens tot ontslag over te gaan, moet het UWV toetsen of van de situatie als hiervoor bedoeld sprake is.

 

  • AC.
    In artikel 8:7 moeten de subonderdelen worden aangeduid in letters.
    In de toelichting op artikel 8:7 moeten de subonderdelen worden aangeduid in sub a, sub b, sub c, sub d, sub e en sub f.

  • AD.
    In artikel 8:15:3 lid 1 wordt het woord “betrekking” vervangen door: “functie”.

  • AE.
    Artikel 17:3 vervalt.
    De toelichting op artikel 17:3 vervalt.

  • AF.
    In artikel 18:1:5 lid 3 wordt het woord “deeltijdbetrekking” op twee plaatsen vervangen door: “deeltijddienstverband” en wordt het woord “voltijdbetrekking vervangen door: “voltijddienstverband”.

  • AG.
    In de titel van hoofdstuk 20 worden de woorden “hoofdstuk 3” geschrapt.

  • AH.
    In artikel 20:1:2 wordt het woord “koningin” vervangen door: “koning”.

  • AI.
    In artikel 20:1:3 wordt het woord “koningin” vervangen door: “koning”.

  • AJ.
    Het artikelnummer 21:1 in hoofdstuk 20 wordt gewijzigd in: “20:2”.