Artikel Totstandkoming en inspraak van bestemmingsplannen

De totstandkoming van een bestemmingsplan bestaat uit de volgende fasen, waarbij de fasen visie en voorontwerp niet altijd worden toegepast.

  1. Visie: als de gemeente een nieuw bestemmingsplan opstelt, wordt het gebied onderzocht. Er wordt gekeken in de archieven en in het gebied zelf. Gaat het om een nieuwe ontwikkeling, dan wordt eerst een stedenbouwkundig plan gemaakt. Dit vormt samen met het vastgestelde ruimtelijke beleid de visie voor het gebied.
  2. Voorontwerp: met de ingrediënten uit de visie maakt de gemeente een eerste concept. Dit is het voorontwerp van een bestemmingsplan. In dit voorontwerp worden ook de diverse onderzoeken, zoals een bodem-, akoestisch- en archeologisch onderzoek toegelicht. In principe ligt ieder voorontwerp bestemmingsplan voor inspraak ter inzage. De Wet ruimtelijke ordening verplicht geen inspraak. Toch hanteert de gemeente een uitgebreide inspraakprocedure, omdat de gemeente Neerijnen een toetsing van de plannen bij inwoners en bedrijven belangrijk vindt. Inspraakreacties (op-, aanmerkingen én positieve reacties) worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders.
  3. Ontwerp: de resultaten van de inspraak worden in het voorontwerp bestemmingsplan verwerkt, net als de resultaten van het overleg met de provincie, het waterschap en andere instanties. Na deze aanpassing spreken we van een ontwerp bestemmingsplan. Dit ontwerp bestemmingsplan ligt gedurende zes weken ter inzage (als er bij het voorontwerp bestemmingsplan geen inspraak is verleend is dit de eerste en laatste keer dat inspraak wordt verleend). Ook in deze fase is het mogelijk om schriftelijk of mondeling te reageren. Nu door middel van een zienswijze, die moet worden gericht aan de gemeenteraad. Iedereen (en niet alleen belanghebbenden) kan hierop reageren.
  4. Vastgesteld: de gemeenteraad hoort degenen die een zienswijze hebben ingediend en betrekt de zienswijzen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden vastgesteld. Na de vaststelling ligt het bestemmingsplan weer zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn kan eventueel beroep bij de Raad van State worden aangetekend.
  5. Beroep bij de Raad van State: degenen die zienswijzen hebben ingediend én belanghebbende zijn, kunnen nu nog beroep aantekenen en vragen om een voorlopige voorziening bij de Raad van State. Als ook die procedure is doorlopen, is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden.